Opzegging zorgovereenkomst: zorgaanbieder heeft zorgvuldig gehandeld

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Opzeggen overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 134073/137972

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt heeft een verstandelijke beperking en een indicatie voor 24 uur zorg, hulp en behandeling. De cliënt woonde al meer dan tien jaar bij de zorgaanbieder. Op 5 januari 2018 is de cliënt door jongeren in de buurt mishandeld en bedreigd. Ten onrechte is hij aanvankelijk aangezien voor dader. Hij heeft hier PTSS aan over gehouden. De zorgovereenkomst van de cliënt is per 21 juli 2022 opgezegd.

De zorgaanbieder heeft in juni 2019 besloten om de cliënt naar een andere locatie te laten verhuizen omdat er ernstige zorgen zijn met betrekking tot de veiligheid en het gevoel van welbevinden van de cliënt. Dit heeft te maken met het conflict tussen de cliënt en mensen uit de omgeving. De zorgaanbieder vond het niet langer verantwoord om de cliënt op zijn huidige woonplek te laten blijven. De zorgaanbieder heeft alternatieve woonplekken aangeboden die door de ouders van de cliënt niet zijn geaccepteerd.

Naar het oordeel van de commissie is voldoende gebleken dat de situatie van de cliënt op de locatie waarop hij bij de zorgaanbieder verbleef niet langer houdbaar was. De veiligheid van de cliënt en zijn medebewoners kon niet meer worden gegarandeerd. De zorgaanbieder heeft zich voldoende ingespannen door voor de cliënt andere woonruimte en de ouders hierbij te betrekken. De commissie merkt op dat de zorgaanbieder geen zorgplicht heeft jegens de vriendin van de cliënt. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam klager], vader en bewindvoerder en mentor van [naam cliënt], wonende te [woonplaats]

en

Middin, gevestigd te Rijswijk Zuid-Holland

(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 april 2022 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De klager werd vergezeld van zijn echtgenote. Namens de zorgaanbieder zijn verschenen: [naam zorgmanager] en [naam regiodirecteur]. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht.

Onderwerp van het geschil
De klager heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de kwaliteit van de eerder geleverde zorg en het feit dat de zorgaanbieder de zorgovereenkomst heeft opgezegd waardoor de cliënt vanaf 21 juli 2020 geen onderdak en geen zorg meer ontvangt.

Standpunt van de klager
Voor het standpunt van de klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft een verstandelijke beperking en een VG6-indicatie voor 24 uur zorg, hulp en behandeling. De cliënt woonde al meer dan tien jaar bij de zorgaanbieder.

Op 5 januari 2018 is de cliënt door jongeren in de buurt mishandeld en bedreigd. Ten onrechte is hij aanvankelijk aangezien voor dader. Hij heeft hier PTSS aan over gehouden.

Er zijn problemen ontstaan toen er een andere locatiemanager kwam: alle moeilijke gevallen moesten weg, ook de cliënt. Ten onrechte is de zorgovereenkomst van de cliënt opgezegd. De cliënt is ontredderd en vanaf 21 juli 2020 dakloos. Hij is suïcidaal. De cliënt is ingeschreven bij alle zorgaanbieders in de regio [naam regio]. Er is echter geen plaats voor de cliënt.

De door de zorgaanbieder aangeboden alternatieve woningen voldeden niet. De woning in [naam plaats] was een tijdelijke woning en lag te ver weg uit de regio. De woning in [naam plaats] was niet rolstoeltoegankelijk waardoor de moeder de cliënt niet kon bezoeken. Bovendien was deze alleen voor de cliënt, terwijl de cliënt met zijn vriendin wil samenwonen zoals hij dat eerder bij de zorgaanbieder ook deed. Tenslotte moest de cliënt voorzieningen zoals de douche delen met andere bewoners terwijl eerder is gebleken dat de cliënt niet past in een groepswoning. De woning in [naam plaats] was te klein, er was geen aparte slaapkamer, terwijl eerder uit onderzoek is gebleken dat de cliënt niet tegen kleine ruimtes kan.

De cliënt ontvangt nog steeds niet de zorg die hij nodig heeft. Hij is bij zijn vriendin ingetrokken. De klachtencommissie heeft gezegd dat er een woning voor de cliënt en zijn vriendin gevonden moet worden.

De zorgaanbieder heeft toegezegd dat, als de cliënt twee keer zou moeten verhuizen, zij de kosten zouden dragen. Dat is niet gebeurd.

De klager verlangt dat de kosten worden vergoed voor een huis voor de cliënt en zijn vriendin. Daarnaast dienen de kosten van zorg, dagbesteding en vervoer, alsmede de behandeling van de PTSS te worden vergoed.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder heeft in juni 2019 besloten om de cliënt naar een andere locatie te laten verhuizen omdat er ernstige zorgen zijn met betrekking tot de veiligheid en het gevoel van welbevinden van de cliënt. Directe aanleiding voor deze beslissing was de weer toegenomen spanning tussen de cliënt en een aantal mensen uit de omgeving. Het conflict speelde al langere tijd en vormde de basis voor de constante spanning bij de cliënt. In maart 2019 is aangifte gedaan tegen de mensen die betrokken waren bij het geweld. Dit heeft tot gevolg gehad dat er nog meer spanning is ontstaan tussen de cliënt en de mensen uit de omgeving.

Er is toen gewerkt met een dubbele bezetting om te kunnen anticiperen op mogelijke dreiging of andere vormen van geweld. Daarnaast is er met grote regelmaat contact geweest tussen de groepsleiding en de politie om de situatie en veiligheidsrisico’s met elkaar te bespreken. Deze situatie is slechts tijdelijk vol te houden en past niet bij de locatie [naam straat]. In de dagelijkse begeleiding zag de zorgaanbieder dat de cliënt bijzonder veel last had van de situatie. Hij kon niet langer zorgeloos over straat en voelde zich niet veilig in zijn eigen huis.

Naast deze ernstige zorgen over het welzijn en de veiligheid van de cliënt, werden ook indirect andere cliënten betrokken. Zij gaven aan ook last te hebben van het conflict dat speelt tussen de cliënt en de omgeving.

Ondanks alle inspanningen van verschillende betrokkenen om de situatie ten goede te laten veranderen, heeft dit onvoldoende effect gehad en ontbreekt het aan perspectief om dit op deze locatie nog op te

kunnen lossen.

De zorgaanbieder vond het niet langer verantwoord om de cliënt op zijn huidige woonplek te laten blijven. De zorgaanbieder heeft alternatieve woonplekken aangeboden die door de ouders van de cliënt niet zijn geaccepteerd. Er is een andere plek in [naam plaats] aangeboden, maar dat vonden de ouders te ver weg. Vervolgens is een plek in [naam plaats] in de wijk [naam wijk] voorgesteld als ook alternatieven in

[naam plaats] en [naam plaats]. In geen enkel geval voldeed een woning aan de wensen van de klager of de cliënt.

De zorgaanbieder heeft al het mogelijke gedaan om passende zorg aan de cliënt aan te bieden. Helaas heeft hij geen gebruik willen maken van het aanbod van de zorgaanbieder. Het zorgkantoor heeft na beoordeling van alle inspanningen toestemming verleend om de zorgrelatie met de cliënt te beëindigen en zijn dossier over te dragen aan een collega-instelling.

De zorgverlening aan de cliënt is per 21 juli 2020 beëindigd en per 22 juli 2020 overgedragen aan [naam stichting] te [naam plaats]. De cliënt is sinds de overdracht voor zorg aangewezen op deze [naam stichting].

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder vereist is dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de uitvoering van de zorgovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt dient daarvan nadeel te hebben ondervonden.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht blijkt dat de situatie van de cliënt op de locatie waarop hij bij de zorgaanbieder verbleef niet langer houdbaar was. De veiligheid van de cliënt en zijn medebewoners kon niet meer worden gegarandeerd. De zorgaanbieder diende daarbij niet alleen naar de belangen van de cliënt te kijken maar heeft ook een zorgplicht voor de andere cliënten waarvoor zij zorg draagt.

De zorgaanbieder heeft zich voldoende ingespannen om voor de cliënt andere woonruimte te zoeken waar zijn veiligheid kon worden gegarandeerd. De ouders zijn steeds betrokken door de zorgaanbieder.

In totaal zijn vier woningen aangeboden die alle door de cliënt of door de klager zijn afgewezen. De ouders zijn van mening dat de zorgaanbieder een woonruimte moet zoeken die geschikt is voor de cliënt en zijn vriendin. De zorgaanbieder heeft echter geen zorgplicht tegenover de vriendin. Hoewel de ouders niet hebben ingestemd met de voorgestelde alternatieven en de cliënt de locatie waar hij woonde moest verlaten, heeft de zorgaanbieder de zorg wel op een juiste wijze overgedragen naar een andere zorgaanbieder.

Uit het voorgaande volgt dat de commissie van oordeel is dat de zorgaanbieder niet tekort is geschoten in de uitvoering van de zorgovereenkomst en dat de klacht van de klager ongegrond is.

De schade die zou zijn ontstaan kan de commissie niet beoordelen. De verlangde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

verklaart de klacht ongegrond;

wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit

de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs en de heer mr. P.C. de Klerk, leden,

in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 11 april 2022.