Plasma TV. Kapot scherm na drie jaar.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ELE09-0043

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 17 november 2005 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich onder meer heeft verplicht tot het leveren van een plasmatelevisie, [merk], tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs van € 849,–. De levering heeft plaatsgevonden op 6 december 2005.   De consument heeft op 6 december 2008 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   De consument heeft een bedrag van € 35,– bij de commissie in depot gestort.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De televisie heeft op de kop af drie jaar goed gefunctioneerd. Op 6 december 2008 gaf de televisie plotseling geen beeld meer. Op 12 december 2008 heb ik de televisie met afstandbediening bij de technische dienst van de ondernemer ter reparatie aangeboden en daarvoor een borg betaald van € 35,–. Pas op 20 januari 2009 verkreeg ik bericht van de ondernemer dat de reparatiekosten voor het vervangen van het beeldscherm op € 375,– uitkomen, hetgeen ik zou moeten voldoen. Daar ben ik het niet mee eens. Bij aankoop is mij verteld dat de televisie zes jaar tot langer mee zou gaan. Door de fabrikant is mij nog medegedeeld dat een plasmascherm een levensduur van zeker zes tot zeven jaren heeft. Er is sprake van non-conformiteit. Ik had mogen verwachten dat de televisie met beeldscherm veel langer dan drie jaar mee zou gaan zodat ik niet gehouden ben om voor reparatie te betalen.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Van de één op de andere dag gaf de televisie op 6 december 2008 geen beeld meer. Ik ben toen met de televisie naar de ondernemer geweest in de winkel en daar is de televisie getest en tot mijn verbazing deed hij het toen. Gesuggereerd werd dat het aan [mijn kabelverbinding] lag. Vervolgens heb ik de televisie mee naar huis genomen, [de provider] laten komen en alles laten nakijken, maar vervolgens deed de televisie het niet meer. Volgens [de provider] was er niets aan de hand met de kabelverbinding. Vervolgens ben ik wederom met de televisie naar de ondernemer gegaan alwaar hij is ingenomen. Ik heb € 35,– moeten betalen als borg. Vervolgens kreeg ik naderhand te horen dat het beeldscherm kapot was. Ik wil nu ontbinding van de overeenkomst en mijn geld terug. Ik heb geen enkel vertrouwen meer in de ondernemer. De televisie is nog steeds bij de ondernemer.   De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst, alsmede de door haar betaalde € 35,– als borg retour.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De televisie wordt geacht zes jaar mee te gaan, thans is hij drie jaar oud. Derhalve stellen wij voor om de helft van de reparatiekosten voor onze rekening te nemen. De totale reparatiekosten worden geschat op € 375,–, de helft zou dan neerkomen op € 187,50. De consument is op dat laatste voorstel van de ondernemer niet ingegaan. De consument heeft een aanbetaling gedaan van € 35,– voor de reparatiekosten. Als de consument afziet van de reparatie en het apparaat niet gerepareerd retour wenst dan brengen wij € 65,– onderzoekskosten in rekening (dus nog € 30,– te betalen). Het voorstel is derhalve dat de consument de helft van de reparatiekosten betaalt.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Vaststaat dat de plasmatelevisie een defect heeft, te weten een kapot beeldscherm dat vervangen dient te worden. De commissie is van oordeel dat de consument niet behoefde te verwachten dat het beeldscherm van een bij aanschaf toch kostbare televisie binnen drie jaar zo’n defect vertoont, waardoor het plasmabeeldscherm dient te worden vervangen. De consument mocht uitgaan van een langere levensduur van het televisietoestel (inclusief beeldscherm) dan thans het geval is geweest. Een levensduur van zes à zeven jaar ligt in dat opzicht meer in de rede. Aldus staat vast dat het toestel niet de eigenschappen bezit die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten zodat het toestel niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. Derhalve was de ondernemer aanvankelijk gehouden tot herstel dan wel vervanging op grond van artikel 7:21 BW. Nu de ondernemer vasthoudt aan zijn standpunt dat de consument gehouden is te betalen voor reparatie en de kwestie zeer lang heeft geduurd, acht de commissie gelet op de omstandigheden van het geval het redelijk dat de overeenkomst wordt ontbonden en dat de consument een bedrag terugkrijgt gerelateerd aan de oorspronkelijke koopsom, doch met een reductie als vergoeding voor het gebruik dat de consument van het toestel heeft gemaakt en met inachtneming van de huidige prijzen voor vergelijkbare plasmatoestellen. De commissie stelt de hoogte van het bedrag, rekening houdend met alle haar gebleken omstandigheden, waaronder de oorspronkelijke koopsom, het door de consument genoten gebruik van de televisie en de sedert 2005 voor plasmatoestellen als de onderhavige opgetreden prijsverlagingen en de door de consument achteraf bezien ten onrechte betaalde € 35,– onderzoekskosten, naar redelijkheid en billijkheid vast op € 400,–. Dat bedrag dient de ondernemer aan de consument te restitueren en terug te betalen.   Het door de consument in depot gestorte bedrag van € 35,– zal aan haar worden gerestitueerd.   Op grond van het voorgaande is de commissie dan ook van oordeel dat de klacht gegrond is.   Beslissing   De overeenkomst van 17 november 2005 wordt ter zake van de plasmatelevisie ontbonden verklaard. De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 400,– terug. De betaling dient plaats te vinden binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld. Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 75,–.   Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Het depotbedrag van € 35,– wordt terugbetaald aan de consument.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 23 november 2009.