Randafwerking toegewezen, schadevergoeding afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Doe-Het-Zelfbedrijven    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 1317159/1320211

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie beslist dat de ondernemer een juiste en passende randafwerking voor het aanrechtblad moet leveren, omdat dit onderdeel nog ontbreekt en de ondernemer heeft erkend dat dit moet worden hersteld. De gevraagde schadevergoeding van €1.000 voor een maand extra huur wordt afgewezen, omdat de consument volgens de commissie zelf maatregelen had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen, bijvoorbeeld door het blad tijdelijk te monteren of een noodoplossing te gebruiken. Daardoor is de schade niet volledig aan de ondernemer toe te rekenen. De klacht is daarom alleen deels gegrond: de randafwerking moet worden geleverd, maar verdere vergoeding blijft achterwege.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil 

Het geschil vloeit voort uit een op 14 maart 2025 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een keuken in onderdelen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van in totaal € 10.021,51.

De overeenkomst is in augustus 2025 uitgevoerd.

De consument heeft op 26 september 2025 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument 

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 14 maart 2025 en op 20 maart 2025 hebben wij na twee adviesgesprekken een keuken op maat besteld bij de [bedrijf]. Deze is tot op heden niet naar wens (Werkblad/achterwand lengte/geen randafwerking werkblad).

Als consument heb ik twee contracten met verschillende maatvoeringen (werkblad/achterwand) in bezit. Verkoopster heeft onze wensen niet meegenomen in het definitieve contract, hierdoor zijn er vorm en designfouten. Werkblad/achterwand zijn op beide contracten van verschillende lengtes, dit is op 20 maart 2025 aangepast zonder ons medeweten. Het werkblad is ondanks betaling/contract niet voorzien van randafwerkingen aan beide kanten, hier is wel voor betaald.

Na meerdere vormen van correspondentie weigert [bedrijf] enige vorm van verantwoording en wijst mij op het tekenen van het contract. Zij willen mij compenseren voor de niet geleverde randafwerking met een stripje en financiële retournering van die specifieke randafwerking, waar ik niet tevreden mee ben.

Het geleverde coulance stripje wijkt echter af van kleur en dikte en is niet netjes te plaatsen. Ook zijn het werkblad en de achterwand dus te lang, hadden 2950mm moeten zijn volgens contract 1; is veranderd naar 3050mm in definitieve contract, zonder informatie voorziening hierover.

Door het niet definitief kunnen plaatsen en in gebruik nemen hebben wij een maand langer dan nodig dubbele lasten moeten dragen wegens moeten aanhouden van de huurwoning: 2 zeer jonge kinderen waarvan de jongste 10 maart 2025 medisch ter wereld kwam. Spoelbak/kraan waren niet definitief te monteren, en wel noodzakelijk om steriel/hygiënisch te kunnen leven i.v.m. ons jongste kind. [bedrijf] geeft mij te kennen niets meer te willen doen betreft de keuken, hier kan ik geen genoegen mee nemen. Correspondentie tussen partijen haalt niets uit.

Aanvulling: Op de koopcontracten staat de naam vermeld van [naam 1]. [Naam 1] was werkzaam bij [bedrijf] en diende als onze vertrouwenspersoon/bemiddelaar. Context hiervan is dat toen onze dochter 10 maart 2025 medisch ter wereld kwam en wij net onze koopovereenkomst voor de koopwoning hadden getekend, wij zaken zoals het transport en correspondentie in eerste instantie door [naam 1] hebben laten afhandelen, vandaar ook zijn naam op het contract. Wij zijn wel zelf voor de adviesgesprekken en opmaak op de vestiging geweest, de betaling, het lever adres en mailverkeer is richting mij. De keuken werd uiteindelijk pas in augustus geleverd. Op 03 oktober is een akte van cessie opgemaakt waarin de vordering aan mij over is gedragen, dit is een formaliteit en puur gedaan om vormfouten te voorkomen.

Het uitblijven van een oplossing heeft ons bewogen om over te gaan op derden herstel. Inmiddels zijn zowel het werkblad als de achterwand op maat gemaakt door een vakman, factuur hiervoor is onderweg. Echter blijft de randafwerking nog steeds uit en is hier geen ”mooie” oplossing voor. Inmiddels zijn meerdere tekortkomingen ondertussen opgelost door betreffende vakman en zijn dit ondergeschikte punten geworden. Ik beperk mij daarom nog tot de hoofdpunten.

De kern van de fout ligt bij de maatvoering en dwaling. [Bedrijf] noemt alleen de offerte van 20 maart 2025 (met de foutieve maten), maar ze negeren opzettelijk het eerste contract van 14 maart 2025 dat in het dossier zit, waarin de correcte maat van 2950mm staat vermeld. De wijziging van deze maten is niet gemeld. Zoals [bedrijf] zelf beweert, heeft het tweede gesprek met de klanten (ik en mijn partner) plaatsgevonden samen met de verkoopster. Bij het tweede gesprek was [naam 1] wel aanwezig in de winkel, maar gestationeerd op zijn eigen werkplek. Hij is niet betrokken geweest bij dat gesprek. Dat alle gesprekken met hem samen hebben plaatsgevonden is om die reden feitelijk onjuist. Het verweer over de afwerking is tegenstrijdig. Ze beweren dat de keuken tussen twee muren staat, waarvoor passtukken nodig zijn. Echter erkennen zij ook dat er twee randafwerkingen op een order stonden en betaald zijn, wat alleen nodig is bij een open zijkant.

Dan de gevolgen, [bedrijf] stelt dat de keuken gewoon plaatsbaar was en dat de dubbele lasten niet hun schuld zijn. Een blad en achterwand van 3050 zijn niet definitief te monteren, tenzij het op risico van de consument wordt verknoeid. Het gevolg was dat wij de keuken niet verder konden installeren. Vandaar heeft ook het overgaan op derden herstel pas na de communicatie en ingebrekestelling plaatsgevonden. Deze zijn dus ook zonder meer geaccepteerd nadat [bedrijf] de termijn heeft laten verstrijken. Hun weigering om dit deugdelijk op te lossen is de directe oorzaak van de vertraging en dubbele woonlasten, waarvoor zij aansprakelijk zijn. Bovendien heeft [bedrijf] inmiddels toegegeven dat de losse randafwerking die na herhaaldelijk klagen “uit coulance is geleverd’’ niet deugt. Dit bewijst dat [bedrijf] zelf niet in staat is om tot deugdelijk herstel te komen en nalatig is in zowel de verwerking, informatievoorziening en nazorg.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Op uw vraag wat ik thans nog vorder, zeg ik u dat ik mij beperk tot het vorderen van afgifte van 1 x de juiste wel passende (eind)randafwerking en als schadevergoeding 1 maand kale huur ad € 1000,- omdat we door toedoen van de ondernemer 1 maand later in onze nieuwe woning konden trekken. De maat 2950mm was de juiste maat, die nog door mijn broertje is opgemeten; die maat is ook afgesproken. De ondernemer is van een 3050mm uitgegaan; dat paste dus niet en maakte dat het blad moest worden ingekort. Dat is door een derde/professional in mijn opdracht netjes en naar tevredenheid uitgevoerd. De (eind)randbevestiging kan goed aan het geplaatste blad worden vastgemaakt. De huidige randafwerking heeft niet de juiste maat/past niet (zie foto). Eigenlijk kent deze zaak alleen maar verliezers, want mijn broertje is zijn baan bij [bedrijf] kwijtgeraakt.

Standpunt van de ondernemer 

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De heer [naam 1], medewerker van de badkamer- en keukenafdeling bij ons filiaal te [stad], heeft de keuken gekocht voor zijn broer. De reden hiervan is dat de heer [naam 1] gebruik kan maken van personeelskorting op bepaalde onderdelen. Er is derhalve een totale korting op de keuken gegeven van € 881,54. De verkoopgesprekken zijn met zowel de heer [naam 1], als de heer [naam 2] en zijn partner geweest. Op 14 maart 2025 heeft het eerste gesprek plaatsgevonden, waarna er een eerste opzet naar de heer [naam 2] en de heer [naam 1] in cc is gezonden. Bijgaand de bijbehorende email waarin duidelijk wordt gesproken over een “eerste opzetje” en de bijbehorende offerte (bijlage 1). Vervolgens heeft op 20 maart 2025 het tweede gesprek met de klanten plaatsgevonden. Aan de hand van dit gesprek is de definitieve offerte uitgebracht met daarin verwerkt alle besproken aanpassingen en keukenapparatuur (bijlage 2). Het was zondermeer duidelijk dat deze tweede offerte de definitieve offerte was. De offerte is overigens op 20 maart 2025 ook uitvoerig doorgenomen, zie de ondertekende bijlage 3. Na verwerking van de personeelskorting is op 22 april 2025 de koopovereenkomst ondertekend (bijlage 4). Op de bijgaande getekende verkoopovereenkomst staat duidelijk vermeld dat de offerte zorgvuldig moet worden doorgenomen gezien de complexiteit van een keuken (bijlage 5). Zoals wij de heer [achternaam] hebben aangegeven is [bedrijf] in deze volledig afhankelijk van de opgegeven maten van de klant. De keuken is immers zonder montage en dus ook zonder inmeting afgenomen.

De keuken is geleverd conform de order. De heer [achternaam] geeft aan dat hij de keuken niet kon plaatsen en derhalve niet kon verhuizen. Echter de heer [naam 1] heeft ons eind augustus/begin september 2025 diverse malen foto’s gezonden van onderdelen waarover hij vragen had aangaande plaatsing. Op deze foto’s was zichtbaar dat het werkblad al was geplaatst. De consument heeft inmiddels het werkblad alsmede de achterwand laten afzagen waardoor deze zondermeer zijn geaccepteerd. Het klopt dat er twee randafwerkingen op de order staan, maar, zoals aangegeven staat de keuken ingetekend tussen twee muren en zijn er ook daarom twee passtukken (nummer 8 en nummer 13) ingetekend in beide offertes, wat aangeeft dat het uitgangspunt een keuken tussen twee muren was. Voor de goede orde verwijzen wij u naar onze e-mail aan de heer [achternaam] d.d. 23 oktober 2025 (bijlage 6). Ter oplossing heeft [bedrijf] een randafwerking geleverd. Het was ons tot op heden onbekend dat de maat niet correct was. [Bedrijf] zal derhalve een nieuwe randafwerking bestellen. Graag vernemen wij van de consument de juiste maat. De extra huurkosten zijn niet te wijten aan het handelen van [bedrijf]. Daarbij heeft de consument zondermeer een schadebeperkingsplicht. Tevens is duidelijk dat de keuken gewoon plaatsbaar was. [Bedrijf] heeft geen inzicht waarom de vertraging van de verhuizing heeft plaatsgevonden, echter de oorzaak kan niet worden gevonden in de plaatsing van de keuken en is derhalve [bedrijf] niet aan te rekenen. Resumerend: Maatvoering is conform offerte en door klant akkoord bevonden d.m.v. koopovereenkomst. Vertraging verhuizing niet door plaatsing keuken veroorzaakt. Gezien bovenstaande verzoeken wij u de klacht als ongegrond te verklaren.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer blijft bij wat door hem is aangevoerd. De ondernemer is nog steeds bereid om de randafwerking met juiste maatvoering kosteloos te leveren aan de consument. Het blad had even tijdelijk vastgezet kunnen worden; daar had de verhuizing niet een maand op hoeven wachten. De consument had zo de schade kunnen en moeten beperken.

Beoordeling van het geschil 

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft ter zitting het door hem gevorderde beperkt tot:
– het vorderen van afgifte van 1 x de juiste wel passende (eind)randafwerking van het
aanrechtblad;
– de vordering tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van 1 maand kale huur =
€ 1.000,-.

Dit brengt mee dat de commissie alleen nog daarover heeft te beslissen.

Door de ondernemer is erkend dat hij bij wijze van nakoming/herstel gehouden is om de gevorderde wel passende (eind)randafwerking te leveren aan de consument opdat de consument die zelf kan aanbrengen/bevestigen. Daarmee is de juistheid van deze vordering van de consument erkend en heeft ook de commissie daarvan uit te gaan. De commissie zal de ondernemer op na te melden wijze dienovereenkomstig verplichten.

Aan de toewijzing van de door de consument gevorderde schadevergoeding van € 1.000,- staat naar het oordeel van de commissie het bepaalde in artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek in de weg. Op de consument rustte de wettelijke verplichting tot schadebeperking. De consument had door het tijdelijk monteren van het aanrechtblad of het monteren van een “noodblad” de keuken voldoende adequaat werkend kunnen (laten) maken, en had een uitstel van de verhuizing in redelijkheid kunnen voorkomen. De consument had de mogelijkheid om met redelijke maatregelen de gestelde huurschade (1 maand extra huur) te kunnen voorkomen. Schade die redelijkerwijze vermeden had kunnen worden, komt niet voor vergoeding in aanmerking.

Aan de beoordeling van meer of andere geschilpunten komt de commissie dus niet toe.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Nu deels terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing 

De commissie:

Verplicht de ondernemer om bij wijze van nakoming – en zonder dat de consument daarvoor kosten in rekening worden gebracht – de gevorderde wel passende (eind)randafwerking van dit aanrechtblad af te leveren bij de consument opdat de consument die zelf in eigen beheer kan aanbrengen/bevestigen.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.

Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van zes weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Doe-Het-Zelf Bedrijven, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer W. van Dijk en mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 22 januari 2026.

Opslaan als PDF