Regio-gebonden zorg en triagebesluit bij verwijzing naar neurologie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijkonbevoegd   Referentiecode: 621834/948070

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt diende een klacht in tegen het Maastricht Universitair Medisch Centrum, omdat zijn verwijzing naar de afdeling neurologie werd geweigerd. De cliënt, woonachtig buiten de regio, stelt dat hij recht heeft op vrije ziekenhuiskeuze en al 25 jaar bij dit ziekenhuis in behandeling is. De zorgaanbieder stelt echter dat reguliere neurologische zorg voorbehouden is aan patiënten binnen de regio Maastricht-Heuvelland vanwege beperkte capaciteit. Eerdere verwijzingen van de cliënt leidden vaak tot no-shows, waarna de zorg deels was overgedragen aan andere specialismen. In 2023 werd zijn verwijzing wederom afgewezen, waarna een klacht volgde. Tijdens de procedure werd de cliënt alsnog een afspraak aangeboden, waardoor de commissie oordeelde dat er geen redelijk belang meer bestond bij verdere beoordeling van dit klachtonderdeel. Voor wat betreft de wens van de cliënt om in de toekomst altijd toegang tot de zorgaanbieder te behouden, verklaarde de commissie zich onbevoegd: zij kan geen uitspraak doen over hypothetische toekomstige zorgvragen. De klacht is daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en deels buiten de bevoegdheid van de commissie geplaatst. De verwachting is uitgesproken dat het ziekenhuis uitvoering geeft aan het gedane schikkingsvoorstel.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [plaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Maastricht Universitair Medisch Centrum+, gevestigd te Maastricht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 4 juni 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënt is zelf digitaal ter zitting verschenen. Namens de zorgaanbieder waren digitaal ter zitting aanwezig: [naam] (neuroloog) en [naam] (jurist).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de weigering tot aangaan van een behandelovereenkomst en ziet ook op eventuele toekomstige zorgverlening aan de cliënt.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De zorgaanbieder weigert de cliënt op de afdeling neurologie te behandelen omdat hij niet uit de regio van het ziekenhuis komt. De cliënt maakt al 25 jaar gebruik van de dienstverlening van de zorgaanbieder en wordt op andere afdelingen nog wel geholpen.

In 2019 is de cliënt geopereerd aan zijn rug, waarbij schroeven in de onderste wervels zijn gezet. De cliënt heeft hier nog veel last van en wil graag worden onderzocht.

Cliënten mogen zelf een ziekenhuis uitkiezen en het is bij wet verboden om cliënten af te wijzen voor een behandeling. De cliënt wenst dat hij alsnog behandeld wordt en dat hij in de toekomst indien gewenst ook altijd bij de zorgaanbieder terechtkan.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Een cliënt heeft vanuit artikel 13.1 van de Zorgverzekeringswet het recht op vrije artsenkeuze. De vrije artsenkeuze houdt aldus in dat de cliënt de vrijheid heeft om zelf een zorgverlener te kiezen. Deze keuze kan gevolgen hebben voor de vergoeding door de zorgverzekeraar. De vrije artsenkeuze houdt echter niet in dat de zorgverlener, met uitzondering van spoedeisende zorg, ook de plicht heeft om de patiënt in behandeling te nemen of verwijzingen altijd moet accepteren.

De afdeling neurologie van de zorgaanbieder neemt geen zorgvragen voor reguliere tweedelijnszorg van buiten de regio Maastricht-Heuvelland meer aan vanwege beperkte capaciteit. Een ziekenhuis en ook de zorgaanbieder heeft niet voor alle zorg de specifieke expertise of voldoende capaciteit. Daarom worden er afspraken gemaakt met andere ziekenhuizen en worden voor de reguliere ziekenhuiszorg regio’s aangehouden. Reguliere zorg wordt verleend door een ziekenhuis in de regio waarin de patiënt woont. Dergelijke afspraken zorgen ervoor dat de zorg bereikbaar blijft.

De cliënt woont in Heerlen, buiten de regio Maastricht-Heuvelland. De verwijsbrief van de huisarts van
13 oktober 2023 vermeldt enkel ‘lage rugpijn met uitstraling beide benen, nek en arm’. Er is geen (relatie met) voorgeschiedenis bij de zorgaanbieder aangegeven. De verwijzing is getrieerd als reguliere tweedelijnszorg en is om die reden niet door de zorgaanbieder aangenomen en terugverwezen naar de huisarts.

De cliënt is in 2017 voor het eerst verwezen naar de poli neurologie vanwege rugklachten. Nadat hij viermaal niet op geplande afspraken was verschenen is een brief aan zijn huisarts gestuurd dat hij niet meer wordt opgeroepen.

De huisarts heeft hem na enige tijd opnieuw verwezen en hij is op 7 mei 2018 gezien op de poli neurologie. Op de controles is hij niet verschenen, waarna in telefonisch overleg met de cliënt verwijzing naar neurochirurgie en orthopedie plaatsvond. De zorg werd dus door de neurologie overgedragen. In juni 2019 werd de cliënt door de orthopedisch chirurg aan zijn rug geopereerd.

Enkele maanden later is hij opnieuw naar neurologie verwezen door de huisarts vanwege rugklachten ondanks operatie. De cliënt werd op 7 oktober 2019 op de polikliniek neurologie gezien maar op de volgende afspraken is hij niet verschenen. De huisarts werd geïnformeerd. De huisarts heeft de cliënt dan vier jaar later in 2023 opnieuw doorverwezen naar neurologie (verwijsbrief van 13 oktober 2023). Deze verwijzing werd geweigerd en hierop ziet de klacht. De cliënt geeft aan meermaals gebeld te hebben met de poli neurologie, maar dergelijke telefoontjes worden niet genoteerd zodat niet bekend is wat de inhoud was, maar een terug verwijzing naar de huisarts dient met de huisarts te worden besproken.

Samengevat zag de verwijzing in 2023 op reguliere tweedelijnszorg, welke binnen de eigen regio verleend kan worden. Hoewel de cliënt eerder op de poli neurologie gezien was, is hij van daaruit voor zijn rugklachten doorverwezen naar neurochirurgie en vervolgens orthopedie en is hij aldaar geopereerd. De zorgaanbieder is dan ook van mening dat de klacht van de cliënt over het afwijzen van zijn verwijzing naar neurologie in 2023 ongegrond is en verzoekt de commissie om de klacht af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de cliënt is tweeledig. Enerzijds betreft de klacht de door de huisarts afgegeven verwijzing, welke door de zorgaanbieder is geweigerd. Anderzijds verzoekt cliënt om een waarborg dat hem in de toekomst geen toegang tot zorg van de betreffende zorgaanbieder zal worden geweigerd, indien hij opnieuw van diens diensten gebruik wenst te maken. De commissie behandelt beide klachtonderdelen hierna afzonderlijk.

Weigering verwijzing
Op 13 oktober 2023 heeft de huisarts de cliënt verwezen naar de zorgaanbieder. Op basis van deze verwijzing heeft de zorgaanbieder de zorgvraag van de cliënt getrieerd als reguliere tweedelijnszorg. Aangezien dit niet binnen het zorgaanbod en de actuele beschikbaarheid van het ziekenhuis viel, heeft de zorgaanbieder de verwijzing geweigerd en de huisarts van de cliënt hierover geïnformeerd.

De commissie is van oordeel dat de cliënt geen redelijk belang meer heeft bij een inhoudelijk oordeel op dit klachtonderdeel. De zorgaanbieder heeft bij schikkingsvoorstel van 14 februari 2025 de cliënt alsnog een afspraak op de polikliniek neurologie aangeboden. Daarbij is erkend dat bij de eerdere triage geen rekening is gehouden met de medische voorgeschiedenis van de cliënt binnen het ziekenhuis. In zijn reactie van
20 februari 2025 heeft de cliënt te kennen gegeven in te stemmen met deze oplossing, zij het onder uiting van zorgen met betrekking tot de toekomstige toegang tot zorg.

Hoewel de geboden oplossing geruime tijd op zich heeft laten wachten, is het klachtonderdeel met het alsnog inplannen van de afspraak op de polikliniek neurologie in feite opgelost. Overeenkomstig vaste jurisprudentie van de commissie (waaronder de uitspraak van de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg met referentienummer 225170/248421) geldt in een dergelijk geval dat een cliënt geen redelijk belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

Op grond van artikel 5, lid 1, onder f van het Reglement van de commissie verklaart de commissie de cliënt daarom ambtshalve niet-ontvankelijk in dit klachtonderdeel.

Toekomstige zorgverlening
De cliënt wenst een oordeel van de commissie dat hij in de toekomst niet zonder meer afgewezen kan worden door de zorgaanbieder. De commissie overweegt als volgt.

Op grond van artikel 19 lid 1 Wkkgz heeft de commissie tot taak geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten. Gedragingen van een zorgaanbieder kunnen aan de commissie ter toetsing worden voorgelegd, waarbij de commissie een oordeel vormt op basis van de norm van goed hulpverlenerschap en de geldende richtlijnen en protocollen.

Hieruit volgt dat de commissie niet bevoegd is een uitspraak te doen over toekomstige zorgverlening aan de cliënt, noch om een garantie af te geven dat de cliënt in de toekomst altijd bij de zorgaanbieder terecht moet kunnen. Bij een nieuwe zorgvraag zal de zorgaanbieder de afweging opnieuw moeten maken, met inachtneming van de aard en inhoud van de zorgvraag.

De commissie verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de klacht over toekomstige zorgverlening.

Conclusie
De commissie verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in het eerste klachtonderdeel en de commissie onbevoegd in het tweede klachtonderdeel.

Ten aanzien van het schikkingsvoorstel zoals door de zorgaanbieder gedaan op 14 februari 2025, spreekt de commissie de verwachting uit dat hieraan vervolg wordt gegeven, ook voor wat betreft de vergoeding van het klachtengeld.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht aangaande geweigerde verwijzing;
– verklaart de commissie niet bevoegd in de klacht ten aanzien van zorgverlening in de toekomst.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 4 juni 2025.

Opslaan als PDF