Schadevergoeding na het niet optreden tegen een aanhoudende muggenplaag in kamer cliënt

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 19067/28066

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt heeft drie jaar lang een kamer bij de zorgaanbieder gehad, waar hij hinder heeft ondervonden van een aanhoudende muggenplaag. Deze klacht is aangebracht bij De Klachtenadviescommissie Cliënten, welke tot een gegrond verklaring is gekomen. De zorgaanbieder kent geen richtlijn om de hoogte van een schadevergoeding te bepalen, welke zij wel wil betalen. Aan de commissie is verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te bepalen. De commissie begroot de schade naar billijkheid waarbij zij rekening houdt met alle omstandigheden van het geval.

Volledige uitspraak

In het geschil:
[Klager], wonende te [plaatsnaam], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon [naam zoon],

en

Stichting Zuidwester, gevestigd te Middelharnis, (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

In verband met de Coronacrisis heeft het bureau van de commissie bij brief van 31 maart 2020 aan beide partijen bericht dat de commissie de behandeling van het geschil zal afdoen zonder mondelinge behandeling. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft geen van partijen aangegeven toch prijs te stellen op een mondelinge behandeling. Vervolgens zijn partijen schriftelijk geïnformeerd over de datum waarop de commissie zal beslissen over het geschil, namelijk op 17 juli 2020.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de hoogte van een door klager van de zorgaanbieder verlangde schadevergoeding.

Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager heeft bij de zorgaanbieder een aantal klachten ingediend, waaronder een klacht over de overlast die de zoon tijdens zijn verblijf bij de zorgaanbieder drie jaar lang heeft ondervonden van een muggenplaag in zijn kamer.

De Klachtenadviescommissie Cliënten van de zorgaanbieder heeft onder meer deze klacht gegrond verklaard. Na het doorlopen van de procedure bij die commissie is het probleem met de zorgaanbieder in principe opgelost. Het enige wat nog resteert is het vaststellen van een schadevergoeding. Klager verlangt een schadevergoeding van € 20.000,– van de zorgaanbieder voor het leed dat de zoon door die plaag is aangedaan. De zorgaanbieder wil wel een schadevergoeding betalen, maar stelt geen richtlijn te hebben waarop hij de hoogte van die vergoeding moet baseren en daarom heeft klager de zaak aan de commissie voorgelegd voor een bindend advies over de hoogte van de schadevergoeding.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van klager is behandeld door de Klachtenadviescommissie Cliënten van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder kan zich vinden in de uitspraak van deze commissie, die echter geen uitspraak doet over een eventuele schadevergoeding. Om die reden is de zaak aan de commissie voorgelegd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft op grond van de door partijen overgelegde stukken het volgende overwogen.

De zorgaanbieder heeft erkend dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat de zoon in de door hem bewoonde kamer bij de zorgaanbieder jarenlang veel overlast heeft gehad van een aanhoudende muggenplaag, dat klager telkens als hij zijn zoon bij de zorgaanbieder bezocht gemiddeld 30 tot 50 muggen
heeft moeten doodslaan, dat klager bij herhaling bij de zorgaanbieder heeft geklaagd over die overlast en dat de zorgaanbieder er al die tijd niet in is geslaagd om de plaag effectief aan te pakken. Deze feiten staan daardoor in deze procedure vast.

Op grond van de hiervoor vermelde feiten acht de commissie het aannemelijk dat de zoon door die plaag zodanig ernstig in zijn woongenot c.q. levensvreugde is aangetast dat sprake is van een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer waardoor hij immateriële schade heeft geleden. Ook dit is in feite niet door de zorgaanbieder betwist.

Bij de begroting van immateriële schadevergoeding staat voorop dat deze naar billijkheid moet worden vastgesteld. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het concrete geval. Ook moet bij een dergelijke begroting worden gelet op en aansluiting worden gezocht bij de bedragen die door de Nederlandse burgerlijke rechter in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend, zoals deze uit de gepubliceerde rechtspraak zijn te kennen.

De omstandigheden waarmee de commissie bij de bepaling van de immateriële schadevergoeding rekening heeft gehouden, zijn de hiervoor vermelde feiten. Verder heeft de commissie rekening gehouden met het feit dat de zorgaanbieder is gehouden tot het verschaffen van een woning en verzorging aan de zoon en dat het hier een kwetsbaar persoon betreft, dat de zorgaanbieder door klager bij herhaling is gewezen op de muggenplaag en dat de zorgaanbieder (onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat en waarom hij) de zoon niet veel eerder heeft gevrijwaard van de muggenplaag.
Anderzijds is geen sprake van letsel of beperkingen van blijvende aard en zijn de gevolgen beperkt gebleven tot de hiervoor bedoelde periode.

Met inachtneming van het voorgaande acht de commissie in dit geval een bedrag van € 1.500,– als immateriële schadevergoeding billijk. De commissie zal onder gegrondverklaring van de klacht bepalen dat de zorgaanbieder dit bedrag aan klager dient te voldoen. Hetgeen door klager meer is gevorderd dan het toe te kennen bedrag zal worden afgewezen.

Nu de klacht van klager gegrond wordt verklaard, dient de zorgaanbieder het door klager betaalde klachtengeld aan deze te vergoeden.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van klager gegrond;

– bepaalt dat de zorgaanbieder een bedrag van € 1.500,– aan klager dient te betalen ter zake van immateriële schadevergoeding onder afwijzing van hetgeen klager meer heeft gevorderd;

– bepaalt dat de zorgaanbieder een bedrag van € 52,50 aan klager dient te vergoeden ter zake van het door hem betaalde klachtengeld;

– bepaalt dat de zorgaanbieder binnen één maand na ontvangst van dit bindend advies tot betaling van voormelde bedragen dient over te gaan.

Aldus beslist op 17 juli 2020 door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr. C.M.E. van der Hoeven, voorzitter, de heer ir. N. Bomer, de heer S.P. de Paauw, leden, in aanwezigheid van de heer mr. L.G.H. Cox, secretaris.