Schikking bereikt over schade door distributieriem

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 248548/254934

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht in februari 2020 een Peugeot 308 voor €19.000. In juli 2023 ontstond schade door een defecte distributieriem, ruim vóór het aanbevolen vervangingsmoment. De consument liet de riem vervangen door een erkende dealer en vroeg vergoeding via een coulanceregeling van de fabrikant. Die werd geweigerd vanwege een ontbrekende onderhoudshistorie, ontstaan toen de auto ruim een jaar in de handelsvoorraad van de ondernemer stond.

De consument stelde dat de ondernemer verantwoordelijk was voor het ontbreken van onderhoudsregistraties en eiste volledige vergoeding van de reparatiekosten (€1.955,30). De ondernemer vond dat de consument hem geen kans had gegeven om de schade zelf te herstellen en bood een gedeeltelijke compensatie aan. Volgens hem was de distributieriem correct geleverd en was er geen sprake van een terugroepactie.

Een deskundige bevestigde dat de coulanceregeling alleen geldt bij aantoonbaar onderhoud volgens fabrieksvoorschrift. Omdat dat niet het geval was, wees de importeur de claim af. De commissie oordeelde niet inhoudelijk, omdat partijen tijdens de mondelinge behandeling een schikking bereikten.

De ondernemer betaalt €1.337,04 aan de consument, waarmee het geschil definitief is afgedaan. Verdere aansprakelijkheid voor de onderhoudshistorie is uitgesloten. Bij te late betaling is wettelijke rente verschuldigd. Hiermee is het dossier gesloten.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 8 februari 2020 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Peugeot 308, [kenteken], kilometerstand 22.493 KM, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 19.000,–.

De levering vond plaats op of omstreeks 22 februari 2020.

Het geschil betreft de vraag of de consument aanspraak heeft op een door de fabrikant geboden regeling betreffende bovenmatige slijtage van de distributieriem.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 15 juli 2023 is door een defect aan de distributieriem van de autoschade ontstaan.
Dit gebeurde ruim voor de aanbevolen vervangingstermijn van de distributieriem, 100.000 km of 6 jaar ouderdom.

Als onderdeel van de schade is de distributieriem vervangen door een erkende Peugeot dealer.

Via de fabrikant/importeur is een regeling geboden voor slijtage aan distributieriemen bij auto’s met een vergelijkbare motor. Bij het opvragen van een vergoeding wegens deze regeling van het reparatie/vervangingsbedrag werd dit geweigerd omdat de onderhoudshistorie niet volledig bleek te zijn.

Het voertuig is geïmporteerd uit [plaatsnaam]. Het heeft ruim één jaar in de handelsvoorraad van de ondernemer gestaan, eveneens een erkend dealer van Peugeot. In die tijd zijn er geen onderhoudsbeurten tussentijds uitgevoerd dan wel geregistreerd.

Bij de verkoop van de auto is alleen de laatste onderhoudsbeurt voor de verkoop op 19 februari 2020 op 22.555 km geregistreerd. De eerdere onderhoudsbeurten zijn niet aangetekend of geregistreerd. Het onderhoud volgens schema bij 20.000 km of één jaar via een erkende Peugeot Dealer zal bij de ondernemer wel bekend geweest zijn.

De consument heeft vanwege het gebrek in de onderhoudshistorie de schade willen verhalen op de ondernemer. Die weigert de schade te vergoeden, er wordt slechts een compensatie van minder dan 1/5 van het schadebedrag € 337,– voorgesteld.

Uit inmiddels landelijk bekend zijnde informatie en correspondentie met Peugeot/[importeur] blijkt dat er een bijzondere regeling is waarbij de ondernemer het schadebedrag voor 100% kan declareren, indien de onderhoudsgeschiedenis op orde wordt gebracht. Dat de ondernemer daar geen gebruik van heeft gemaakt kan aangemerkt worden als een gebrek en in strijd met de mededelingsplicht van de verkoper tijdens de verkoop en ondertekening verkoopovereenkomst.

De ondernemer heeft nog altijd niets ondernomen om dit gebrek in orde te brengen.
Daarom is de ondernemer verantwoordelijk voor de geleden schade, die het gevolg is van het niet juist uitvoeren en registreren van de onderhoudsgeschiedenis.

De consument verlangt volledige compensatie van de kosten van de reparatie, € 1.955,30.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op de door de consument overgelegde factuur worden ook andere reparaties, waaronder de koppeling en onderhoudswerkzaamheden inclusief materialen, in rekening gebracht Deze zaken hebben niets te maken met de distributieriem. Een volledige restitutie van de factuur van 20 juli 2023 is nimmer ter sprake geweest.

Volgens de consument is het terecht, dat de ondernemer geen kans heeft gekregen om de reparaties zelf uit te voeren. Als de ondernemer echter zelf de mogelijkheid zou hebben gehad om tot reparatie over te gaan, had de gehele discussie niet gespeeld.

De door de consument geuite beschuldiging dat de ondernemer geen respectabele dealer zou zijn en niet conform de regels heeft gehandeld, is louter de mening van de consument en niet gebaseerd op feiten.

Er is geen sprake geweest van een fysieke terugroepactie van de fabrikant. Wel is er sprake van een additionele controle van de riem tijdens reguliere onderhoudswerkzaamheden bij de officiële Peugeot dealer. Deze extra controle is/wordt geïnitieerd door de fabrikant en in samenwerking met de importeur en het volledige dealernetwerk verricht. Als leverancier heeft de ondernemer geen additionele verantwoordelijkheid, de ondernemer is jarenlang niet in de gelegenheid gesteld om werkzaamheden/onderhoud aan het voertuig uit te voeren.

Het is overigens niet juist dat de ondernemer financieel voordeel heeft gehad door de gemiste onderhoudsbeurten. Deze beschuldiging is los van suggestief ook nog eens onjuist, aangezien het voertuig toen nog niet in het bezit van de ondernemer was.

Alles bij elkaar is de door de ondernemer geboden regeling alleszins redelijk.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Het hiaat in de onderhoudshistorie is ontstaan in de periode van 04 februari 2019 tot 22 februari 2020 toen de auto in een handelsvoorraad stond. Wanneer de onderhoudshistorie – onderhoudsbeurten niet volgens de voorschriften op tijd zijn uitgevoerd wijst de importeur alle vormen van coulance af. Voor het betreffende voertuig is het interval voor het vervangen van de riem 100.000 kilometer of zes jaar.

Als de riem vervangen moet worden binnen 100.000 km of 6 jaar en aantoonbaar het onderhoud op tijd en volgens fabrieksvoorschrift is gedaan, dan vergoedt de importeur alle kosten. Dit is inmiddels door de importeur gecommuniceerd. Onderhoud moet volgens fabrieksvoorschrift zijn uitgevoerd. Indien dat niet het geval is wijst de importeur de claim af en is er geen discussie mogelijk.
Soms kan het redelijk zijn om een deel van de kosten toch voor rekening van de consument te laten komen, bijvoorbeeld als vervanging van de riem (nog) niet noodzakelijk is, maar wel dringend wordt aanbevolen ruim voor het voorgeschreven vervangingsinterval. Dan kan het redelijk zijn om de kosten evenredig aan het kortere vervangingsinterval te verdelen. De distributieriem had immers anders toch uiterlijk op het voorgeschreven vervangingsinterval vervangen moeten worden en dan waren de kosten voor eigen rekening geweest.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen alsnog overeenstemming bereikt over de wijze waarop het geschil opgelost zal worden. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
Derhalve wordt als volgt beslist.

 

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.337,04. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

De betaling van dit bedrag geschiedt tegen finale kwijting.

Tussen partijen is overeengekomen dat elk verder beroep op de onvolledigheid van de onderhoudshistorie van het voertuig zal zijn uitgesloten, de ondernemer is daarvoor niet meer aansprakelijk.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit
mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, B.H. Oving en mr. P.B. Vos, leden, op 1 juli 2024.

 

 

Opslaan als PDF