Terugbetaling brandstofpomp en nader onderzoek naar distributieriem

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 244503/250854

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht in 2017 een Peugeot Partner van de ondernemer. In mei 2023 werd de auto bij de ondernemer aangeboden voor een terugroepactie, waarbij de distributieriem werd vervangen. Sindsdien ervaart de consument vermogensverlies bij een bepaald toerental, vooral bij het rijden met een caravan. Hij vermoedt dat dit te wijten is aan een fout tijdens de reparatie. Daarnaast stelt hij dat de brandstofpomp onnodig is vervangen en eist terugbetaling van die kosten.

De ondernemer heeft het verwijt over de brandstofpomp niet weersproken. De commissie oordeelt daarom dat de kosten van € 900,75 exclusief btw voor de vervanging van de brandstofpomp binnen 14 dagen aan de consument moeten worden terugbetaald.

Wat betreft het vermogensverlies is nog onduidelijk of dit voortkomt uit een fout bij de vervanging van de distributieriem of uit eerdere slijtage door gebrekkig onderhoud. De auto was lange tijd niet bij een officiële dealer in onderhoud, en het aanzuigfilter was vermoedelijk verstopt, wat kan leiden tot motorschade. De commissie acht nader technisch onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of de distributieriem correct is geïnstalleerd en of dit verband houdt met het vermogensverlies.

Een deskundige zal worden aangesteld om dit te onderzoeken. Beide partijen krijgen de gelegenheid om op het rapport te reageren. Tot die tijd houdt de commissie verdere beslissingen aan.

 

De volledige uitspraak

TUSSENADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de reparatie van een distributieriem van een Peugeot Partner.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 8 juni 2017 heeft consument de auto gekocht van de ondernemer. De auto is daarna elders in onderhoud geweest. Op 26 mei 2023 is de auto van consument i.v.m. een terugroepactie gerepareerd door de ondernemer, waarbij de distributieriem is vervangen. Dit heeft pas in een laat stadium plaatsgevonden, omdat dat de klantgegevens van consument bij de dealerorganisatie niet bekend waren, omdat het voertuig door derden uit het buitenland was geïmporteerd. De motor is tijdens de reparatie eruit geweest. Sinds de reparatie heeft de auto bij een bepaald toerental onvoldoende trekkracht, met name met caravan. Gebrek is vermoedelijk ontstaan tijdens de reparatie. Ook is de brandstofpomp volgens cliënt onterecht vervangen. Consument verlangt nader onderzoek naar de uitvoering van de reparatie en kosteloos herstel van de motor als blijkt dat de reparatie onjuist is uitgevoerd. Daarnaast verlangt consument terugbetaling van de kosten van de onnodige vervanging van de brandstofpomp.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.

Deskundigenbericht
Voor het oordeel van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel op het volgende neer.

Er is tevoren niet vastgesteld in welke conditie de motor verkeerde voordat er aan de werkzaamheden werd begonnen. Indien de commissie antwoord op deze vraag wil, zal er een conditietest bij de motor die-nen te worden uitgevoerd. Als de motor in een niet optimale conditie verkeert, wat zeer aannemelijk is, is dit voor een groot deel veroorzaakt door het verstopte aanzuigfilter. Wanneer hiermee te lang mee wordt doorgereden zal dit leiden tot extreme slijtage in de motor. De commissie zal zich moeten buigen over de vraag: is dit te wijten aan een productiefout van de motor of is te wijten aan de consument, omdat het voertuig langere tijd niet bij de dealerorganisatie van de fabrikant voor onderhoud had aangeboden. Het voertuig was immers niet bij een officiële dealer in onderhoud. Het gevolg is dat er misschien te lang met het probleem is doorgereden, met alle gevolgen van dien. Daarnaast moet ook worden meegenomen dat de klantgegevens bij de dealerorganisatie niet bekend waren, omdat het voertuig door derden uit het bui-tenland was geïmporteerd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De stelling van consument dat de brandstofpomp ten onrechte is vervangen, is door de ondernemer niet weersproken.

Onduidelijk is of het verlies aan vermogen zijn oorsprong vindt in de wijze waarop de distributieriem door de ondernemer is vervangen. Daar is nader onderzoek voor nodig, met name naar de vraag of dit moet worden toegerekend aan de ondernemer wegens een (onjuiste reparatie van een) productiefout aan de motor of voor risico van de consument moet blijven, omdat deze het voertuig langere tijd niet bij de dealerorganisatie van de fabrikant voor onderhoud heeft aangeboden. Daarbij dient de onderzoeker specifiek na te gaan of de distributieriem door de ondernemer correct is geïnstalleerd en op tijd staat en zo nee, of het aannemelijk is dat het geconstateerde vermogensverlies hierin zijn oorsprong vindt.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient de door de consument betaalde kosten voor het vervangen van de brandstofpomp ter hoogte van € 900,75 excl. BTW terug te betalen binnen 14 dagen na de datum van kennisgeving van deze uitspraak aan partijen.

De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. A. van Aldijk, leden, op 18 juli 2024.

Opslaan als PDF