Tussenadvies in verband met ontbrekende klachtonderbouwing

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: zorgverlening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 1284934/1310327

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klaagster vindt dat de zorgaanbieder haar vader tussen december 2023 en april 2024 geen goede zorg heeft gegeven. Zij zegt dat er fouten zijn gemaakt in de behandeling, in de medicatie en dat zij geen toegang kreeg tot het dossier van haar vader. De commissie kan de klacht nu nog niet beoordelen, omdat de klaagster haar klacht niet heeft uitgelegd of onderbouwd, ondanks meerdere verzoeken. De commissie geeft haar nog één kans om binnen drie weken een duidelijke onderbouwing te sturen. Als zij dat niet doet, stopt de behandeling van het geschil zonder uitspraak. De commissie zegt ook dat zij niet mag oordelen over de periode van 11 tot en met 22 april 2024, omdat daarover al door een andere commissie (KCOZ) is beslist en beroep mogelijk was bij de rechtbank.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de klaagster)

en

Thuiszorg en Zorgcentra Pantein B.V., gevestigd te Beugen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van zorgverlening door de zorgaanbieder aan de vader van de klaagster tijdens zijn verblijf bij de zorgaanbieder van 23 december 2023 tot 22 april 2024.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klaagster heeft op 11 december 2024 en op 12 januari 2025 middels het invullen van vragenformulieren haar geschil bij de commissie kenbaar gemaakt. Zij heeft daarbij aangegeven dat de onderbouwing van haar klacht per post is ingediend. De commissie treft in het digitale dossier meerdere door de klaagster toegestuurde stukken aan, waaronder een beschikking van de rechtbank, correspondentie van de zorgaanbieder en de uitspraak van de Klachten Commissie Onvrijwillige Zorg (KCOZ) van 15 oktober 2024. Een onderbouwing van de klacht ontbreekt. Bij e-mailbericht van 30 september 2025 geeft de klaagster in reactie op een e-mail van het secretariaat van de commissie aan dat de klacht betreft verkeerde zorg/behandeling/diagnose, medicatie en dat zij geen toestemming kreeg inzake het dossier. Opnieuw geeft zij hierbij aan dat zij nog meer informatie geeft bij nadere onderbouwing. De commissie heeft geen nadere onderbouwing mogen ontvangen.

Gelet op het ontbreken van een onderbouwde klacht is het voor de commissie niet mogelijk de klacht van de klaagster inhoudelijk te behandelen. De klaagster zal nog eenmaal in de gelegenheid worden gesteld om een schriftelijke onderbouwing van haar klacht in te dienen, waarbij haar klacht betrekking dient te hebben op de periode van 23 december 2023 tot 11 april 2024.

Mocht deze onderbouwing niet of niet tijdig worden ontvangen, dan zal de behandeling van het geschil worden beëindigd zonder dat de commissie uitspraak heeft gedaan.

Na ontvangst van de onderbouwing zal de zorgaanbieder in de gelegenheid worden gesteld hierop schriftelijk te reageren. Vervolgens zullen partijen worden uitgenodigd het geschil tijdens een mondelinge behandeling verder te bespreken.

Voor wat betreft het verblijf van de vader van de klaagster in de periode van 11 tot en met 22 april 2024 heeft de KCOZ uitspraak gedaan. Tegen die uitspraak stond beroep open bij de rechtbank. De commissie is niet bevoegd het handelen van de zorgaanbieder in deze periode te beoordelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– stelt de klaagster in de gelegenheid binnen een termijn van drie weken na ontvangst van dit tussenadvies haar klacht – voor zover die ziet op de periode van 23 december 2023 tot 11 april 2024 – te onderbouwen, bij gebreke waarvan de commissie het geschil niet verder in behandeling kan nemen en geen uitspraak zal worden gedaan;
– de zorgaanbieder zal na ontvangst van de onderbouwing van de klacht in de gelegenheid worden gesteld hierop schriftelijk te reageren;
– verklaart zich onbevoegd een oordeel uit te spreken over de klacht voor zover die betrekking heeft op het verblijf van de vader van de klaagster bij de zorgaanbieder in de periode 11 tot en met 22 april 2024.

Na ontvangst van de onderbouwing van de klacht zal opnieuw een mondelinge behandeling worden gehouden, waarvoor partijen zullen worden uitgenodigd.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. M. Decates, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 19 december 2025.

Opslaan als PDF