Valetparking leidt tot schadeclaim: bemiddelaar niet aansprakelijk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Webwinkels Beslist.nl    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 619092/726412

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument boekte op 26 januari 2024 via een vergelijkingssite valetparkeren bij een vliegveld voor € 194. Na terugkomst ontdekte hij dat er ruim 1.000 kilometer met zijn auto was gereden, dat de auto naar rook stonk, foutcodes vertoonde en dat de software was aangepast. Hij eiste schadevergoeding van € 1.341,95. De ondernemer stelde dat zij alleen als bemiddelaar optrad en niet verantwoordelijk is voor de uitvoering door het parkeerbedrijf Mon Parking. De commissie oordeelde dat de ondernemer haar zorgplicht niet heeft geschonden, omdat Mon Parking op het moment van boeken goede beoordelingen had. De klacht is daarom ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil vloeit voort uit een op 26 januari 2024 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van valetparkeren op vliegveld [naam] bij [plaatsnaam] voor de som van € 97,–.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb bij de ondernemer een parkeerdienst geboekt voor zogenaamde valet service op het vliegveld [naam] in [plaatsnaam]. De auto is op 13 juli 2024 afgegeven en op 27 juli 2024 retour ontvangen. Helaas zijn er ernstige klachten over de dienst. Deze zijn direct bij de ondernemer gemeld. Er is meer dan 1000 kilometer met de auto gereden zo blijkt uit een uitdraai van het voertuigvolgsysteem. De auto stonk daarnaast naar rook en de software was naar [taal] veranderd. De ondernemer verwijst echter naar het uitvoerende bedrijf in [plaatsnaam]. Daarmee is echter geen overeenkomst gesloten. De consument heeft alleen zaken gedaan met de ondernemer. Daarnaast heeft de ondernemer de betreffende parkeerservice aangeprezen op haar boekingssite. Mon Parking [naam] wordt als ZEER GOED aangeprezen, met een 8.7 na 289 beoordelingen. Hierop ben ik afgegaan. Achteraf blijkt dat er zaken is gedaan met een meer dan louche bedrijf. Dit blijkt niet alleen uit hetgeen tijdens de vakantie met de auto is gebeurd, maar ook uit de vele negatieve recensies op Google. Het is een lange lijst van slechte service, schades en gebruik van de auto’s. Dit had de ondernemer als professioneel bedrijf bekend moeten zijn. Dit wordt de ondernemer aangerekend. Ik lijd nu schade. Er is gezien de rittengeschiedenis vele dagen en vele kilometers met de auto gereden. De auto werd met lege tank en rooklucht afgegeven. Ook stond de software van de auto op [taal]. De auto vertoonde veel foutcodes die door de dealer en later de ANWB moesten worden opgelost. Omdat het misbruik van de auto zich buiten mijn zicht heeft afgespeeld, kunnen we alleen maar gissen hoe er met deze sportieve en luxe auto is omgegaan.

De volgende gevolgen zijn voor mij in ieder geval duidelijk. De schade bestaat in ieder geval uit de volgende posten:

De betaalde nota’s 2 maal € 97,–= € 194,–;
3 uur bij de Audi dealer: € 526,35;
Reinigen auto: € 244,10;
ANWB pechhulp voor foutcodes: € 199,–;
63,75 liter benzine/ 510 kilometer. € 178,50.
Totaal: € 1.341,95.

De ondernemer heeft slechts verwezen naar de parkeerservice en heeft aangeboden om de aan haar betaalde nota’s (deels) te restitueren. Hiermee maakt de ondernemer zich er te gemakkelijk af.

De consument verzoekt de commissie dan ook om vergoeding van het bovenstaande ad totaal € 1.341,95 toe te wijzen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer exploiteert een online vergelijkings- en boekingsplatform voor parkeerplaatsen rondom vliegvelden onder de naam Vliegen en Parkeren. Zij brengt partijen (parkeerplaatshouders en parkeerplaatszoekenden) samen en fungeert derhalve als bemiddelaar. Op 26 januari 2024 heeft de consument via ons platform een overeenkomst gesloten met de parkeerplaatsaanbieder Mon Parking met betrekking tot het reserveren van een parkeerplaats tegen betaling van in totaal € 194,–. Er zijn twee afzonderlijke overeenkomsten tot stand gekomen, omdat het om twee auto’s ging. Bij het sluiten van de overeenkomst heeft de consument ingestemd met de algemene voorwaarden van de ondernemer. De ondernemer heeft als bemiddelaar opgetreden. Er is een overeenkomst ontstaan tussen de consument en Mon Parking met betrekking tot het uitvoeren van de parkeerdiensten. Dit wordt bevestigd in de algemene voorwaarden. In de algemene voorwaarden is immers het volgende bepaald in artikel 1b: `De Klant realiseert zich dat Vliegen en Parkeren via het Platform enkel de bemiddeling tussen Klant en de uitvoerende partij van de parkeerdienst (de “Parkeeraanbieder”) verzorgt als tussenpersoon. Vliegen en Parkeren faciliteert de gelegenheid voor Parkeeraanbieders om hun diensten aan te bieden en biedt de Klant de gelegenheid het aanbod van Parkeeraanbieders te vergelijken. Door het plaatsen van een Reservering via het Platform gaat de Klant een zelfstandige overeenkomst (de “Overeenkomst”) aan met de Parkeeraanbieder bij wie de Klant de Reservering plaatst en van wie de Klant de parkeerdienst rechtstreeks zal afnemen. Op de Overeenkomst zijn mogelijkerwijs separate algemene voorwaarden van de Parkeeraanbieder van toepassing waarmee de Klant akkoord gaat. Vliegen en Parkeren is geen partij bij die Overeenkomst en heeft geen invloed op en is niet verantwoordelijk voor de (inhoud van de) separate algemene voorwaarden van de Parkeeraanbieder. Vliegen en Parkeren is in geen enkel geval betrokken bij of verantwoordelijk voor de uitvoering van de Overeenkomst door de Parkeeraanbieder.’ Gezien het bovenstaande dient de consument zich bij klachten over de uitvoering van de parkeerovereenkomst rechtstreeks tot de parkeeraanbieder te wenden. Bovendien is in de algemene voorwaarden het volgende vastgelegd:

`5. Verplichtingen en verantwoordelijkheden van Vliegen en Parkeren a. Vliegen en Parkeren heeft als tussenpersoon de verantwoordelijkheid om te bemiddelen tussen de Klant en de Parkeeraanbieder bij de uitvoering van de Overeenkomst. Aangezien de Klant de Overeenkomst rechtstreeks aangaat met de Parkeeraanbieder kan Vliegen en Parkeren geen garantie bieden voor een correcte uitvoering van de parkeerdienst en kan een dergelijke uitvoering niet via Vliegen en Parkeren afgedwongen worden. Vliegen en Parkeren is niet verantwoordelijk voor enige tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de Parkeeraanbieder onder de Overeenkomst of enige schade die de Klant mocht lijden bij de uitvoering van de parkeerdienst door de Parkeeraanbieder. De Klant gaat ermee akkoord dat de Parkeeraanbieder als enige verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Overeenkomst en de parkeerdienst.’ Gelet op het voorgaande is de ondernemer niet aansprakelijk voor eventuele nalatige uitvoering van de parkeerdienst. Bovendien is niet gebleken dat de ondernemer haar zorgplicht heeft geschonden. De ondernemer hield nauwlettend de beoordelingen bij. De beoordelingen waren lange tijd goed zoals ook blijkt uit de overgelegde productie 4. Pas rond oktober 2024 waren er meer ontevreden klanten. De ondernemer heeft de samenwerking met de betreffende dienstverlener inmiddels beëindigd. Wij leggen ook de beoordelingen over. Desalniettemin heeft de ondernemer uit coulance de volledige parkeerkosten vergoed. Zij stelt zich derhalve op het standpunt dat zij de consument ruimschoots tegemoet is gekomen en zij geen betaling van de door de consument gestelde schade verschuldigd is.

Voorzover de ondernemer wél aansprakelijk is voor de door de consument gestelde schade, merkt de ondernemer het volgende op. De consument vordert de kosten aan parkeerdiensten terug. Echter, hij heeft gebruikgemaakt van de dienstverlening van Mon Parking, waardoor hij betaling verschuldigd is. Er bestaat geen wettelijke grondslag om de kosten aan parkeerdiensten terug te vorderen. Verder betwist de ondernemer aansprakelijk te zijn voor de kosten van de autodealer. Niet is gebleken dat er een causaal verband bestaat tussen de vermeende tekortkoming zijdens de ondernemer en de kosten van de autodealer. Overigens is van ‘kosten van de autodealer’ niet gebleken. De consument schrijft op 8 augustus 2024 immers dat het verhelpen van de airbagmelding binnen de garantie viel, waardoor er geen kosten in rekening zijn gebracht. De consument schrijft hierover het volgende: Ik wil daarom dat u niet alleen de betaalde nota’s terugbetaald van 2 maal € 97,– (€ 194,–), ons ook compenseert voor onze geleden schade. Ik ben een halve dag kwijt geweest bij de Audi dealer in [plaats] voor het verhelpen van de airbagmelding. Dit viel onder de garantie maar ik ben wel 3 uur hiermee doende geweest (in de reistijd). U kunt de dealer bellen indien u wilt controleren op de melding. Deze was niet van toepassing bij het afgeven van de autosleutels op het vliegveld van [plaats]. Het feit dat de consument zijn tijd anders had willen besteden, betekent niet dat er sprake is van financiële en vergoedbare schade die verhaalbaar is op de ondernemer. Ook ten aanzien van het reinigen van de auto bestaat er geen causaliteit. Overigens is het vuil worden van de auto tijdens een autorit niet ongebruikelijk. Niet valt in te zien waarom de ondernemer de kosten voor het reinigen van de auto dient te dragen. Ook zijn deze kosten zeer fors. De auto door de wasstraat halen kost maximaal € 20,–. De ondernemer stelt zich op het standpunt dat de consument niet kostenbeperkend heeft gehandeld door de auto voor € 244,10 te laten reinigen. Daarnaast is niet gebleken dat de foutcodes alsmede de oorzaak voor het ontstaan van de foutcodes tijdens de parkeerperiode zijn ontstaan. De ondernemer betwist dan ook aansprakelijk te zijn voor de kosten die verband houden met de foutcodes. Bovendien blijkt niet uit de stukken dat er daadwerkelijke kosten zijn gemaakt wegens de foutcode. De ondernemer betwist daarom de schade. Tot slot is niet gebleken dat er 510 km extra met de auto is gereden en de schade daarvan € 178,50 zou zijn. Cliënte wijst deze aansprakelijkheid eveneens van de hand. In de e-mail van de consument werd er op 27 juli 2024 gesproken van 100 km extra benzinekosten. Het is opmerkelijk dat de kilometers nu – zonder onderbouwing – zijn vervijfvoudigd.

Gelet op het voorgaande stelt de ondernemer zich op het standpunt dat de consument zich tot de uitvoerende partij dient te wenden. De ondernemer heeft door het volledig vergoeden van de parkeerkosten een passende oplossing geboden. De ondernemer verzoekt de commissie derhalve om de vordering af te wijzen. Indien de commissie de vordering wel toewijst, dan verzoekt de ondernemer om te bepalen dat het reeds door de ondernemer betaalde bedrag van € 194,– in mindering mag worden gebracht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Onbestreden is dat op de door de consument met de ondernemer gesloten overeenkomst Nederlands recht van toepassing is. De commissie kwalificeert de door partijen gesloten overeenkomst als een bemiddelingsovereenkomst in de zin van art. 7:425 BW, zijnde een overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. De commissie stelt vast dat een overeenkomst tot stand is gekomen tussen de consument en Mon Parking. Heeft de bemiddelaar een overeenkomst tot stand gebracht tussen de opdrachtgever en de derde, dan is de bemiddelaar geen partij bij die overeenkomst. Het betekent in gevallen als deze dat de consument zich moet wenden tot de derde die de overeenkomst heeft uitgevoerd, zijnde in dit geval Mon Parking. Dit geldt ook als de derde in het buitenland is gevestigd nu geen bepaling valt aan te wijzen die maakt dat de bemiddelaar dan toch in Nederland kan worden aangesproken. Voor zover de klacht van de consument inhoudt dat de ondernemer de overeenkomst niet goed heeft uitgevoerd en er sprake is van wanprestatie, merkt de commissie het volgende op. De ondernemer moet als bemiddelaar de overeenkomst uitvoeren zoals van een zorgvuldig handelend bemiddelaar mag worden verwacht. Er is sprake van een zorgplicht van de bemiddelaar. Dit betekent onder meer dat de bemiddelaar erop dient toe te zien dat als voor de consument een partij wordt geselecteerd waarmee deze een overeenkomst zou kunnen sluiten, die partij aan zekere kwaliteitseisen voldoet. In dit geval is onbestreden -en dat blijkt ook uit de door de ondernemer overgelegde productie 4 – dat de beoordelingen over 2024 van Mon Parking zeker in de eerste maanden van dat jaar goed of zeer goed waren en dat pas sprake was van slechtere beoordelingen vanaf ongeveer oktober 2024. Nu de consument in januari 2024 op instigatie van de ondernemer een overeenkomst sloot met Mon Parking kan niet worden geconcludeerd dat de ondernemer haar zorgplicht heeft geschonden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Webshop, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, mevrouw mr. H.F. Lankhorst, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 7 april 2025.

Opslaan als PDF