Vloertegels voldoen niet aan verwachtingen: nader onderzoek naar herstelkosten

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Doe-Het-Zelfbedrijven    Categorie: Conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 203526/213233

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat zijn vloer al snel een witte waas en slijtageplekken vertoonde. De deskundige stelde vast dat de tegels niet voldoen aan de opgegeven kwaliteit en specificatie. De commissie oordeelt dat de vloer moet worden hersteld, maar wil eerst een deskundige laten berekenen wat de herstel- en bijkomende kosten zijn, zoals opslag van meubels en tijdelijk verblijf. De beslissing wordt aangehouden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een koopovereenkomst van 11 december 2020 met betrekking tot een partij van 55 m2 vloertegels. De koopsom van € 643,90 is door de consument betaald.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na enkele weken vertoonde de vloer een witte waas/slijtplekken. Het is niet mogelijk deze vlekken schoon te maken. Navraag bij een tegelzetter leerde dat er hoogstwaarschijnlijk een gebrek is aan de toplaag van de tegelvloer. De tegels zijn aangekocht als zijnde slijt- en krasvast en voldoen dus niet aan die specificatie.

De consument wenst van de ondernemer een schadevergoeding voor het verwijderen en opnieuw laten leggen van andere tegels, alsmede de kosten van gelijkwaardige tegels, van het leegruimen van de betegelde ruimten, van de opslag van inboedel en van tijdelijk verblijf tijdens de werkzaamheden..

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft de vloer laten beoordelen door de leverancier van de tegels, die heeft geconcludeerd dat er niets mankeert aan het glazuur en de hardheid van de tegels maar dat de klacht is te wijten aan onvoldoende bescherming onder de stoel- en tafelpoten en het ontbreken van deurmatten bij de buitendeuren waardoor zand naar binnen wordt gelopen. Het expertisebureau komt tot de conclusie dat de vloer geen slijtageplekken vertoont en dat hetgeen is vastgesteld van ondergeschikte aard en inherent aan het gekozen materiaal is. Op grond van een en ander heeft de ondernemer de klacht afgewezen.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige F.C.H.M. van der Velden heeft de klacht op 17 mei 2024 beoordeeld en op 23 mei 2024 een rapport uitgebracht van zijn bevindingen. Die luiden onder meer als volgt.

De tegels betreffen keramische vloertegels Bruxelles Noir met een door de ondernemer opgegeven PEI slijtwaarde 3 op een schaal van 1 tot 5. Deze slijtwaarde houdt in dat de vloertegels geschikt zijn voor normaal gebruik in woonkamer en keuken. De specificatie is door de ondernemer zichtbaar aangegeven.

Ter plaatse van de loopzone voor het aanrecht en rondom het kookeiland, alsook ter plaatse van de stoelzone rondom de eettafel en van de loopzone naar en voor de toiletpot en de wasmachine zijn vlekken met een witte waas / slijtplekken te zien op alle tegels. Het oppervlak van de tegels is voorzien van een licht reliëf en is niet glad afgewerkt. De bovenzijde van het reliëf vertoont lichte slijtageplekken waardoor de witte waas ontstaat. Visueel voldoen de tegels niet aan datgene wat men mag verwachten, namelijk bestand zijn tegen normaal huishoudelijk gebruik en onderhoud conform de kwaliteit en specificatie van de tegel. Er zijn tijdens de visuele inspectie geen specifieke schuur- of slijtplekken waargenomen die veroorzaakt zijn door vervuiling en/of beweging (door zand op de vloer of het schuiven van stoelpoten). De vloertegels voldoen dus niet aan de verwachting bij aankoop met betrekking tot de opgegeven kwaliteit en specificatie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie sluit zich aan bij de bevindingen van de deskundige met betrekking tot de aard van de beschadigingen van de tegels en tot de oorzaak daarvan, hetgeen tot de conclusie leidt dat de tegels niet de eigenschappen bezitten die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Dat brengt mee dat herstel van de gehele vloer dient plaats te vinden door het verwijderen en afvoeren van de bestaande vloertegels en plinten, het egaliseren en gereed maken van de ruwe ondervloer en van de onderzijde van de wanden, het aanbrengen van vervangende vloertegels en plinten en het schoon en gebruiksklaar opleveren van de vloer.

De commissie wenst door een deskundige nader voorgelicht te worden over de te verwachten kosten die gemoeid zullen zijn met voormelde herstelwerkzaamheden. Voorts dient de deskundige zijn visie te geven op de begroting van de redelijke kosten die verband houden met het leegruimen van de betegelde ruimten, het opslaan van inboedel en van het tijdelijk verblijf van het gezin van de consument gedurende de herstelwerkzaamheden, een en ander rekening houdend met de plicht op de consument tot schadebeperking waar redelijkerwijs mogelijk. De deskundige wordt verzocht voorafgaand aan zijn rapportage bij partijen de door hem gewenste inlichtingen in te winnen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat een nader onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, die de commissie dient voor te lichten over de te verwachten herstel- en andere kosten, zoals hiervoor vermeld.

De deskundige dient na het inwinnen van inlichtingen bij partijen schriftelijk rapport aan de commissie uit te brengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Doe Het Zelfbedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer W. van Dijk, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 17 juli 2024.

Opslaan als PDF