Commissie: Elektro
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
801252/889099
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in januari 2022 een wasmachine voor € 639 plus € 39 installatiekosten. Binnen drie jaar traden meerdere defecten op, waaronder lekkage en versleten lagers, waarvoor de reparatiekosten ruim € 300 zouden bedragen. Omdat de consument de machine steeds volgens de handleiding gebruikte en een apparaat van deze prijsklasse een levensduur van circa zeven jaar mag hebben, oordeelt de commissie dat sprake is van non-conformiteit. De ondernemer moet daarom binnen veertien dagen een gelijkwaardige wasmachine leveren. Als dat niet mogelijk is, wordt de koopovereenkomst ontbonden en moet de ondernemer € 639 terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente bij te late betaling. Daarnaast moet de ondernemer € 62,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil vloeit voort uit een op 20 januari 2022 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot verkoop en levering van een [merk] wasmachine [model] met [serienummer] voor de som (inclusief installatiekosten van € 39,–) van in totaal € 678,–.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik heb een wasmachine gekocht in januari 2022 voor een bedrag van € 639,– met € 39,– installatiekosten. Deze wasmachine heeft echter in 2023 al defecten vertoond en in 2024 weer. De reparatiekosten zijn geschat op € 310,–. De garantie is net verstreken en de verkoper wil de helft van de reparatiekosten vergoeden, maar heeft zelf ook geen vertrouwen meer in het product. Ik wil ontbinding van de koopovereenkomst of een vergelijkbaar product ontvangen. Herstel heeft de verkoper zelf ook geen vertrouwen in.
Ik wil benadrukken dat ik de wasmachine steeds conform de handleiding heb gebruikt:
• Ik houd me aan de aanbevolen vulhoeveelheden.
• Ik gebruik geschikte wasmiddelen in de juiste hoeveelheden.
• Ik reinig het apparaat regelmatig, zoals beschreven in de handleiding.
• Ik vermijd overmatig gebruik en extreme programma-instellingen.
Een apparaat van deze aard en prijsklasse moet redelijkerwijs een langere levensduur hebben dan minder dan drie jaar. Het opnieuw defect raken duidt volgens mij op een mogelijk structureel probleem of ondeugdelijkheid van het apparaat. Ik gebruik de wasmachine nog wel maar dat gaat gepaard met niet normale geluidsoverlast.
De consument verlangt een geheel nieuwe gelijkwaardig wasmachine of ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van een bedrag van € 639,– en subsidiair vergoeding van de geschatte reparatiekosten van € 310,78.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 20 januari 2022 een [merk] wasmachine gekocht, namelijk [model] met [serienummer]. Op 28 november 2024 heeft de consument contact met ons opgenomen dat de wasmachine veel herrie zou maken met centrifugeren en een schrapend geluid zou maken als je de trommel met de hand draait. Onze eigen monteur kon uit deze klachtomschrijving opmaken dat de lagers van de wasmachine helaas defect waren en vervangen dienden te worden. Gezien de leeftijd van de wasmachine hebben wij voor de consument contact opgenomen met [merk] zodat er een coulanceregeling toegepast kan worden. Het [bedrijf] heeft in opdracht van [merk] een kostenraming gemaakt voor het herstellen van de wasmachine. Volgens onze monteur is dit een reëel prijsopgave voor de reparatie die uitgevoerd moet worden. Let me repair heeft hier een coulance regeling op toegepast die in lijn is met de richtlijnen van [ondernemersvereniging] voorheen bekend als [ondernemersvereniging]. De reparatiekosten zouden € 776,93 inclusief BTW bedragen en na aftrek van de coulancekorting kwam de totale rekening op € 310,78 inclusief BTW. De wasmachine is nog gekocht onder de oude garantieregeling van voor april 2022, tevens heeft de consument niet kunnen aantonen dat de machine altijd volledig volgens de voorschriften in de handleiding is gebruikt. Deze bewijslast ligt bij de consument. Toch wilden wij de consument tegemoet komen boven op de al bestaande coulanceregeling. We hebben de consument twee voorstellen gedaan. 1. Wij sturen hem een credit nota van € 155,39 zodat wij 50% van het nog te betalen bedrag voor onze rekening zouden nemen. 2. Wij hebben een voorstel gedaan voor een vervangende wasmachine van [ander merk]. Hier zouden wij een wasmachine van
€ 899,– plus € 64,90 aan installatie/bezorgkosten leveren voor een totaalbedrag van € 600,–. Dit betekent een korting van € 363,90 op een nieuwe wasmachine. Dit voorstel is gedaan omdat duidelijk was dat de consument niet veel vertrouwen meer had in de [merk] wasmachine. Na pogingen om met de consument een voor beide partijen tot een acceptabele oplossing te komen, zijn wij er helaas niet samen uitgekomen. Wij zijn van mening dat wij twee coulante oplossingen hebben geboden boven op de coulanceregeling die al volgens de richtlijnen van [ondernemersvereniging] is.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer beroept zich allereerst op de bewijsregeling van art. 7:18a lid 2 BW, inhoudende `Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak of de zaak met digitale elementen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar (tot 27 april 2022: zes maanden, commissie) na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.’ Deze bepaling heeft betrekking op de vraag of de zaak op het moment van aflevering aan de overeenkomst beantwoordt en komt de consument-koper tegemoet. In beginsel zou de consument-koper conform de artikelen 7:10 en 11 BW moeten bewijzen dat de zaak afwijkt van hetgeen is overeengekomen, maar deze bepaling houdt een bewijsvermoeden in ten gunste van de consument. Dit laat echter onverlet dat de non-conformiteit ook naderhand kan blijken en dat voor apparaten als deze wasmachine conform de richtlijnen van [ondernemersvereniging] uitgegaan mag worden van een gemiddelde gebruiksduurverwachting van zeven jaar oftewel 84 maanden. Dit betekent dat de consument had mogen verwachten gedurende een periode van 84 maanden geen (reparatie)kosten aan de wasmachine te hebben. In dit geval is duidelijk dat de betreffende wasmachine enkele malen ter reparatie is aangeboden. In 2023 in verband met lekkage en thans omdat de lagers versleten zouden zijn. Aldus hebben in een periode van 34 maanden diverse gebreken zich geopenbaard waarbij de ondernemer niet heeft gesteld dat die gebreken het gevolg zijn van onoordeelkundig gebruik van de wasmachine door de consument. De commissie tekent daarbij aan dat zij zich ook niet kan voorstellen dat de consument slijtage zou kunnen aanbrengen aan de lagers. Een en ander betekent dat de wasmachine niet aan de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen voldoet en de wasmachine non-conform is.
Nu de consument primair een nieuwe gelijkwaardig wasmachine verlangt zal de commissie de ondernemer daartoe veroordelen. Mocht dat niet mogelijk zijn dan wenst de consument ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van een bedrag van € 639,–. De commissie zal daartoe een subsidiaire veroordeling uitspreken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient primair aan de consument binnen veertien dagen na verzenddatum van dit bindend advies een wasmachine ter beschikking te stellen welke gelijkwaardig is aan de door de consument in januari 2022 gekochte [merk] [model].
Mocht het niet mogelijk zijn binnen die termijn van veertien dagen een wasmachine ter beschikking te stellen welke gelijkwaardig is aan de door de consument in januari 2022 gekochte [merk] [model], dan ontbindt de commissie de in januari 2022 tussen partijen gesloten overeenkomst. Dat betekent dat de consument de betreffende wasmachine aan de ondernemer ter beschikking moet stellen en de ondernemer in de gelegenheid moet stellen de wasmachine bij de consument op te halen. De ondernemer dient vervolgens aan de consument een vergoeding van € 639,– te voldoen. Betaling dient plaats te vinden binnen veertien dagen nadat de consument de wasmachine aan de ondernemer ter beschikking heeft gesteld. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen nadat de consument de wasmachine aan de ondernemer ter beschikking heeft gesteld.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 62,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer J.T.A.M. van Schooten, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 7 april 2025.