Wederzijdse dwaling over materiaal onderstel fauteuil

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Wonen    Categorie: Onjuiste voorstelling van zaken    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 120239

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft bij de showroomaanbieding nadrukkelijk nagevraagd of het onderstel van roestvrijstaal (RVS) is of van chroom. De verkoopmedewerker heeft bevestigd dat het RVS is en dat op de koopbon geschreven. De ondernemer meent dat op de informatie die aan de fauteuil hing duidelijk stond dat het een chromen onderstel was. Het betrof een showroom-model. Naar het oordeel van de commissie is de overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen onder invloed van dwaling, waarbij beide partijen zijn uitgegaan van de onjuiste veronderstelling, te weten dat de overeenkomst een fauteuil met een RVS frame betrof.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 30 juni 2018 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een fauteuil Label Don met bijbehorende poef tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.795,–.

De levering vond plaats op of omstreeks 30 juni 2018.

Het geschil gaat over de vraag of de consument het product geleverd heeft gekregen zoals overeengekomen.

De consument heeft op 5 juli 2018 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Tijdens het verkoopgesprek is aan de consument meegedeeld dat het frame van de fauteuil van RVS is. Dit is ook genoteerd op de aankoopbevestiging.

Enkele dagen na levering ziet de consument roestvorming. Dat zou niet moeten kunnen bij RVS. Vervolgens blijkt dat het frame niet van RVS is, maar van chroom.

De consument heeft bij de verkoopmedewerker zeer nadrukkelijk gevraagd of sprake was van een RVS onderstel, omdat op de aan de fauteuil gehechte informatie stond vermeld dat het geborsteld chroom was. De verkoopmedewerker heeft dit nog nagezocht en aangegeven dat dat fout was, het zou echt RVS zijn. De ondernemer heeft niet geleverd wat overeengekomen is.

De ondernemer is niet bereid mee te werken aan ontbinding van de koopovereenkomst, maar biedt slechts aan de aankoopprijs in waardebonnen te vergoeden.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument heeft zich tot de ondernemer gewend vanwege een showroomaanbieding. De consument heeft de betreffende fauteuil uitvoerig bekeken en besproken met de verkoopmedewerker. De betreffende verkoopmedewerker gaf aan ruime kennis van de door de consument uitgekozen fauteuil te hebben. Daarbij is de consument verzekerd dat het een uitvoering van de fauteuil in RVS betrof. Omdat op het kaartje stond dat het frame geborsteld chroom was heeft de consument nog eens nagevraagd. De verkoopmedewerker heeft het nog nagezocht in de documentatie, maar vond daar RVS niet terug. Om de consument te verzekeren dat het toch echt RVS betrof heeft de verkoopmedewerker nog eens uitdrukkelijk op de bon vermeld dat het frame RVS was.

De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft een showroommodel fauteuil gekocht. Hij heeft de fauteuil vooraf uitvoerig bekeken en bezeten. Bij de aankoop is hij ook geadviseerd.

De gekochte fauteuil is in chroom uitgevoerd en ook niet anders leverbaar. De consument heeft zelf besloten de fauteuil zoals hij die gezien heeft te kopen. Het betreft derhalve de koop van een showroommodel en niet een voor de consument op maat gemaakte bestelling.

Op de informatie die aan de fauteuil hing stond duidelijk dat het een chromen onderstel was. De verkoopmedewerker heeft per abuis op de aankoop bon RVS geschreven, maar dat doet niet terzake.

De geleverde fauteuil vertoont geen gebreken, het betreft een hoogwaardig product.

De ondernemer is uit coulance bereid geweest om de fauteuil terug te nemen, echter op voorwaarde dat de consument een andere fauteuil zou bestellen.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De verkoopmedewerker die de fauteuil verkocht heeft ging er ten onrechte van uit dat het frame RVS was. Dat was echter niet zo. Ook op het kaartje aan de fauteuil staat duidelijk dat het frame van geborsteld chroom is. In het verleden bestond het model in RVS, maar dat was in 2007. Nu is het model niet meer leverbaar in RVS.

De ondernemer vindt het niet terecht als een enkele vergissing van een verkoopmedewerker consequenties zou hebben.

De ondernemer heeft verschillende mogelijkheden met de consument besproken, maar is niet bereid om mee te werken aan ontbinding van de koopovereenkomst. Wel wil de ondernemer de fauteuil terugnemen en de consument in de gelegenheid stellen een herkeuze te doen.

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Het klopt dat het onderstel verchroomd is en niet van RVS. De kleur komt niet overeen met RVS.

Ook is sprake van oxidatiepuntjes in/op de oppervlakte, die bij RVS niet kunnen voorkomen. Deze zijn in principe ook bij juiste vervaardiging van verchromen ook niet aanwezig.

Huidige onderstel van zowel stoel als voetenbank zijn bezaaid met oxidatiepuntjes en dit is bij productie ontstaan.

Er bestaat geen RVS onderstel voor deze stoel met hocker.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument ging er van uit dat hij een fauteuil kocht met een RVS frame. Ook de verkoopmedewerker van de consument ging er van uit dat het frame RVS was. De verkoopmedewerker heeft dat nog uitdrukkelijk bevestigd.

Over het materiaal van het frame is uitvoerig gesproken. De consument heeft er uitgebreid naar gevraagd en de verkoopmedewerker is zelfs de productinformatie er nog bij gaan zoeken. Uiteindelijk heeft de verkoopmedewerker zelfs met de hand nog RVS op de aankoop bon vermeld.

Naar het oordeel van de commissie staat daarmee vast dat bij de ondernemer bekend was dat het materiaal van het frame van wezenlijk belang was bij de aankoopbeslissing van de consument.

De consument ging er van uit een fauteuil met een RVS frame te kopen. De ondernemer in de persoon van de verkoopmedewerker ging er van uit een fauteuil met een RVS frame te verkopen. De wil van beide partijen was er derhalve op gericht om een overeenkomst te sluiten, gericht op de koop en verkoop van een fauteuil met een RVS frame.

Naar het oordeel van de commissie is de overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen onder invloed van dwaling, waarbij beide partijen zijn uitgegaan van de onjuiste veronderstelling, te weten dat de overeenkomst een fauteuil met een RVS frame betrof. Deze vorm van dwaling is geregeld in artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek.

Een dergelijke onder invloed van dwaling tot stand gekomen overeenkomst kan niet in stand blijven en de consument heeft terecht voorgesteld de gevolgen van de overeenkomst terug te draaien. De ondernemer daarentegen heeft ten onrechte daar niet aan mee willen werken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De commissie zal de overeenkomst ontbinden, waarbij de ondernemer de fauteuil terugneemt en de koopprijs terugbetaalt.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De overeenkomst d.d. 30 juni 2018 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de ondernemer de fauteuil terugneemt en aan de consument de koopprijs ad € 1.795,– terugbetaalt.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. De ondernemer zal de fauteuil terughalen zodra de consument de koopprijs terug heeft gehad.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 152,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Wonen, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, J.E. Lübbers en drs. W. Nienhuis, leden, op 6 maart 2019.