Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1177024/1265466
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een vrouw diende een klacht in tegen Treant Zorggroep over de medische behandeling van haar overleden echtgenoot. Volgens haar bevatte de afsluitende brief van het ziekenhuis fouten en kreeg zij lange tijd geen inzage in het medische dossier van haar echtgenoot. Door de onduidelijkheid, haar psychische klachten en de zware periode na het overlijden van haar man lukte het haar niet om eerder een klacht in te dienen bij de Geschillencommissie. Het ziekenhuis stelde dat de interne klachtenprocedure al op 23 november 2023 was afgerond en dat de vrouw volgens het reglement binnen twaalf maanden daarna een klacht bij de commissie had moeten indienen. De vrouw diende haar klacht echter pas op 16 juni 2025 in. De commissie stelde vast dat deze termijn ruim was overschreden. Ook vond de commissie dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat haar dit niet kon worden verweten. Hoewel de commissie begrip had voor de moeilijke periode na het overlijden van haar echtgenoot, vond zij dat de vrouw na ontvangst van het medische dossier in januari 2025 nog voldoende tijd had gehad om de klacht eerder in te dienen. Daarom verklaarde de commissie de vrouw niet-ontvankelijk, waardoor de inhoud van de klacht niet meer werd beoordeeld.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [woonplaats], (hierna te noemen: klaagster),nabestaande van [naam],
en
Stichting Treant Zorggroep, gevestigd te Hoogeveen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De Commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Op 4 november 2025 heeft te Den Haag buiten aanwezigheid van partijen de behandeling plaatsgevonden door de commissie. Partijen zijn niet opgeroepen om ter zitting te verschijnen, omdat eerst moet worden vastgesteld of klaagster ontvankelijk is in haar klacht.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een medische behandeling van de echtgenoot van klaagster door de zorgaanbieder.
Beoordeling van de ontvankelijkheid
De commissie dient eerst te beoordelen of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen, nu de zorgaanbieder in zijn verweerschrift een beroep heeft gedaan op niet-ontvankelijkheid onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder c (termijnoverschrijding) en artikel 3 lid 2 (geen belang) van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen (hierna: het reglement).
Standpunt zorgaanbieder
De zorgaanbieder heeft in dit verband aangegeven dat de klacht van klaagster is afgehandeld op 23 november 2023, met de afsluitende brief van de Raad van Bestuur. In deze brief is duidelijk opgenomen dat klaagster haar klacht “binnen een jaar na dagtekening” van de brief ter beoordeling kan voorleggen aan de geschillencommissie. Klaagster heeft haar klacht 1,5 jaar later, op 16 juni 2025, aan de commissie voorgelegd.
De zorgaanbieder meent voorts dat er geen grond is voor klaagster om een klacht in te dienen bij de commissie, nu de vragen die zij heeft over de zorgverlening aan haar echtgenoot reeds uitgebreid zijn behandeld door de zorgaanbieder.
Standpunt klaagster
Klaagster heeft de commissie verzocht haar in haar klacht ontvankelijk te verklaren. In de brief van 23 november 2023 staan onjuistheden vermeld. De zorgaanbieder heeft geweigerd om opheldering van bepaalde onjuistheden te geven. Daardoor werden haar angsten, frustratie en onzekerheid nog groter en dat leidde tot fysieke reacties zoals slapeloosheid, verlies van gewicht, een sterk gevoel van eenzaamheid. Ook heeft zij psychosomatische klachten en hartklachten gekregen. Al vanaf 5 juli 2023 heeft zij meerdere keren aanvragen gedaan om toestemming te krijgen tot inzage in het medische dossier van haar echtgenoot. De zorgaanbieder heeft pas eind januari 2025 het dossier aan klaagster overhandigd. Gezien de belastende omstandigheden en haar fragiele psychische evenwicht, is klaagster de termijn van een jaar na ontvangst van het antwoord van de zorgaanbieder op haar klacht uit het oog verloren. Na het verkrijgen van het medische dossier is zij direct begonnen met het doorgronden van de informatie. Nadat zij de vermoedelijke medische fouten heeft kunnen identificeren, heeft zij onmiddellijk contact opgenomen met de commissie en de klacht ingediend.
Overweging commissie
Ingevolge artikel 6. 1. sub c. van het reglement verklaart de commissie op verzoek van de zorgaanbieder – gedaan bij eerste gelegenheid – de cliënt in zijn klacht niet ontvankelijk indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.
In afwijking van het bepaalde in voornoemd artikel kan de commissie besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien de cliënt ter zake van de niet naleving van de voorwaarden naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft (artikel 6. lid 2.).
De commissie stelt vast dat klaagster haar klacht bij de commissie heeft ingediend op 16 juni 2025, nadat de interne klachtenprocedure met een brief van de Raad van bestuur aan klaagster gedateerd op 23 november 2023 is afgerond. De 12 maanden termijn waarbinnen een geschil aanhangig dient te worden gemaakt bij de commissie nadat de zorgaanbieder hierover een beslissing heeft genomen, was toen al ruimschoots overschreden.
De commissie is van oordeel dat klaagster geen omstandigheden heeft aangevoerd waardoor zij ter zake van de niet naleving van deze 12-maanden termijn redelijkerwijs geen verwijt treft. Klaagster heeft gesteld dat zij, door psychische omstandigheden en het feit dat zij niet tijdig inzage in het medisch dossier heeft gekregen, niet in staat was eerder haar klacht aan de commissie voor te leggen. De commissie begrijpt dat het ziekbed en het overlijden van haar echtgenoot voor klaagster een zeer belastende periode is geweest en het moeite heeft gekost om haar klacht te omschrijven. Echter, klaagster heeft, nadat zij in januari 2025 het medisch dossier heeft gekregen, nog een half jaar gewacht alvorens haar klacht in te dienen. De commissie is van oordeel dat voor bestudering van dit dossier geen half jaar nodig is geweest.
Op grond van het voorgaande zal klaagster niet-ontvankelijk worden verklaard in haar klacht. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.
Er dient als volgt te worden beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klaagster niet ontvankelijk in haar klacht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer dr. C.M.C. Serbanescu Kele Apor de Zalán, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 4 november 2025.