Commissie: Openbaar vervoer
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1054890/1166893
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg tijdens een treinreis op 7 maart 2025 een probleem met haar OV-chipkaart. Bij het uitchecken werkte de kaart niet meer. Zij meldde dit direct bij een medewerker van de vervoerder en kreeg een Uitstel van Betaling. Toch werd haar later een wettelijke verhoging opgelegd van € 50, later verhoogd tot € 97. De commissie vindt dat de consument aannemelijk heeft gemaakt dat de kaart defect raakte tijdens de reis en dat zij dit netjes heeft gemeld. Het is daarom onredelijk dat zij een boete kreeg. De verhoging moet worden teruggedraaid en eventueel al geïncasseerde bedragen moeten worden terugbetaald. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een treinreis op 7 maart 2025 van [plaats A] naar via [plaats B], waar bleek dat de OV chipkaart van consument niet werkte waardoor het uitchecken op het [station A] niet mogelijk was. Daarvoor is haar een wettelijke verhoging opgelegd van € 50,–, later verhoogd tot € 97,–.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument werd tijdens de treinreis vergezeld door [naam]. Toen op het station [plaats B] bleek dat de OV chipkaart van de consument op dat moment niet meer werkte om uit te checken, zijn zij beiden naar een medewerker van [de ondernemer] gegaan om dit te melden. Daar is een Uitstel van Betaling uitgeschreven. Later
bleek aan de consument een wettelijke verhoging te zijn opgelegd, hetgeen de consument onjuist acht omdat haar niet verweten kan worden dat de OV chipkaart niet werkte en zij dit ook uit eigener beweging aan de medewerker van [de ondernemer] heeft gemeld. Zij wenst dat de wettelijke verhoging ongedaan wordt gemaakt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer stelt dat op de OV chipkaart van de consument geen in- of uitcheck transacties zijn geregistreerd op 7 maart 2025, zodat haar terecht een wettelijke verhoging is opgelegd. De OV chipkaart is niet door de ondernemer uitgegeven maar door een derde partij, Translink. De consument is zelf verantwoordelijk voor het correct functioneren van de kaart.
De consument kan alsnog aantonen dat zij de treinreis heeft betaald, waarna de wettelijke verhoging ongedaan zal worden gemaakt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft [naam] de lezing van de consument bevestigd dat op het station [plaats B] bleek dat de OV chipkaart van de consument niet meer werkte bij het uitchecken en dat zij toen beiden uit eigener beweging naar een medewerker van [de ondernemer] zijn gegaan om dit te melden. Daarmee heeft de consument deze toedracht, die impliceert dat de OV chipkaart tijdens de treinreis defect is geraakt, voldoende aannemelijk gemaakt. Onder deze omstandigheden acht de commissie het onredelijk dat aan de consument een wettelijke verhoging is opgelegd, zodat deze ongedaan dient te worden gemaakt. Voor zover deze al (gedeeltelijk) is geïncasseerd, dient de ondernemer dat deel aan de consument te restitueren.
De commissie overweegt in dit verband dat ook openbaar vervoer bedrijven er belang bij hebben dat consumenten niet werkende controlefuncties uit eigener beweging melden zonder daarvoor beboet te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak schriftelijk aan de consument te bevestigen dat de haar opgelegde wettelijke verhoging ongedaan is gemaakt en dat de incasso daarvan is gestaakt, met restitutie aan de consument van het hetgeen zij inmiddels op die verhoging heeft afbetaald.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 8 augustus 2025.