Zorgaanbieder controleert patiënt niet fysiek volgens afspraak, maar handelt niet onzorgvuldig

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 50377/61377

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klaagster klaagt over de zorgverlening aan haar moeder in de nacht van haar overlijden. Volgens de klaagster is de zorgaanbieder nalatig geweest, omdat er geen uitvoering is gegeven aan de door haar met de vervangende arts gemaakte afspraak om regelmatig fysiek bij haar moeder te kijken. De klaagster stelt dat haar moeder niet goed in de gaten is gehouden en dat zij in eenzaamheid gestorven is. Volgens de zorgaanbieder is er niet onzorgvuldig gehandeld. Het medisch dossier van de moeder van de klaagster is niet door de nachtdienst geraadpleegd. Hierdoor was de nachtdienst niet op de hoogte van de afspraak om de moeder van de klaagster vaker fysiek te controleren. Maar naar aanleiding van de camerabeelden was er ook geen reden om de moeder fysiek te controleren. De commissie oordeelt dat er geen sprake was van onzorgvuldige zorgverlening of dat de zorgaanbieder de moeder van de klaagster heeft ontbroken aan adequate zorg. De zorgaanbieder heeft erkend dat de overdracht van de dienst mondeling was en niet via het dossier, terwijl dit wel moest. Maar inmiddels is het beleid van de zorgaanbieder aangepast. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Klaagster], wonende te [woonplaats]

en

Stichting WVO Zorg, gevestigd te Vlissingen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 mei 2021 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. Verschenen zijn: [naam] en [naam] namens klaagster en [naam] en [naam] namens de zorgaanbieder.

Onderwerp van het geschil
De klacht betreft de zorgverlening aan de moeder van klaagster in de nacht van haar overlijden van 1 op 2 augustus 2020 en de zorgverlening in het algemeen.

Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klaagster stelt allereerst dat de zorgaanbieder nalatig is geweest, omdat er niet goed is gelet op haar moeder tijdens de nacht van haar overlijden, dit terwijl de arts uitvoerig heeft besproken en gerapporteerd dat er frequent moest worden gecontroleerd, met de deur open en ook met de camera. Er zijn geen rapportages gemaakt en het zorgplan stervensfase is ook niet gestart. Voorts is de moeder van klaagster lange tijd de kapster ontzegd, dit terwijl het kapsalon in [locatie woonzorgcentrum] open was en de mensen in de aanleunwoningen in hetzelfde complex wel naar de kapper mochten. Daarnaast is sprake geweest van discriminatie, vrijheidsberoving en chantage, omdat de moeder van klaagster voor een periode niet met haar twee dochters mee naar buiten mocht vanwege corona. Het personeel gaat wel gewoon naar huis en komt dus buiten. Indien de moeder van klaagster wel naar buiten zou gaan dan was de consequentie dat zij niet meer naar haar kamer mocht terugkeren. Voor een bezoek aan het ziekenhuis mocht de moeder van klaagster wel met haar dochters mee. Verder stelt klaagster nog dat de zorgaanbieder in vele opzichten in gebreke is gebleven. Zo zat haar moeder maanden lang in een voor transport bestemde rolstoel, is er onnodig lang gewacht op haar verbandpantoffels, terwijl deze gewoon in de kast stonden in de woonkamer van de woning waar haar moeder woonde, kreeg haar moeder vaak dezelfde voeding, was er geen haarverzorging en nagelverzorging, is niet zuinig omgegaan met kleding en spullen, was sprake van een stoffige en vuile kamer, was er weinig tot geen radio aan in de woonkamer en werden er geen activiteiten voor de bewoners georganiseerd.

Klaagster vordert een schadevergoeding van € 24.865,08. Dit bedrag bestaat uit € 615,– voor kapotte kleding, € 250,08 euro voor te veel betaalde premie ziektekostenverzekering en € 12.000,– per persoon voor beide dochters voor psychologische hulp. Voor klaagster is het belangrijkste de emotionele schadevergoeding voor haar en haar zus, welke schade is ontstaan doordat de instructies van de arts aan het verzorgende personeel niet zijn uitgevoerd. Hierdoor is de moeder van klaagster in eenzaamheid gestorven.

Tijdens de mondelinge behandeling is door klaagster nog het volgende gesteld. De dag voor het overlijden van haar moeder vond klaagster haar moeder in bed in haar eigen braaksel. Zij heeft die dag aan de vervangende arts kenbaar gemaakt dat zij bang was dat haar moeder zou komen te overlijden in haar eigen braaksel. Klaagster is kenbaar gemaakt dat het verzorgend personeel elk uur fysiek zou controleren zonder belastende handelingen te verrichten. Klaagster had bij haar moeder willen blijven, maar er werd gezegd dat haar moeder goed in de gaten zou worden gehouden en dat klaagster naar huis kon gaan. Klaagster geeft aan dat haar moeder rustig zou kunnen zijn ingeslapen maar vraagt zich wel af of haar moeder heeft geleden. Toegegeven is in ieder geval dat de overdracht van de dag- naar de nachtdienst fout is gegaan.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Uit het medisch dossier van de moeder van klaagster volgt dat de behandelend arts op 1 augustus 2020 aan het verpleegkundig personeel heeft teruggekoppeld dat moest worden geprobeerd om de moeder van klaagster op haar zij te leggen, dat de deur van de kamer een beetje moest worden opengelaten, frequent moest worden gecontroleerd, ook via de camera, en dat geen belastende handelingen mochten worden verricht. De behandelend arts heeft echter niet de specifieke instructie gegeven om elk uur fysiek bij de moeder van klaagster te gaan kijken. Er is niet specifiek aangegeven hoe vaak er zou moeten worden gecontroleerd. Deze instructie is door de behandelend arts gegeven om klaagster gerust te stellen. Door de werkdruk is de dienstdoende verpleegkundige van de nachtdienst door de avonddienst niet op de hoogte gebracht van deze instructie van de behandelend arts. Ook heeft de dienstdoende verpleegkundige van de nachtdienst het medisch dossier van de moeder van klaagster niet geraadpleegd, waarin de instructies van de behandelend arts waren opgenomen. Hierdoor heeft de dienstdoende verpleegkundige van de nachtdienst niet regelmatig fysiek bij de moeder van klaagster gekeken. Excuses zijn daarvoor aangeboden. De verpleegkundige heeft de camerabeelden echter wel regelmatig bekeken. Op deze beelden is waargenomen dat de moeder van klaagster rustig was, dat zij sliep en comfortabel leek te zijn. De moeder van klaagster heeft niet overgegeven in de nacht van haar overlijden. De camerabeelden gaven derhalve geen aanleiding om fysiek bij haar te gaan kijken. In de ochtend bleek dat de moeder van klaagster door een natuurlijke oorzaak is komen te overlijden. Dit had niet kunnen worden voorkomen door anders te handelen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de moeder van klaagster zou hebben geleden door enig handelen of nalaten van de zorgaanbieder. De moeder van klaagster is op 1 augustus, de middag vóór haar overlijden, nog door de behandelend arts gezien. Uit het medisch dossier volgt dat de behandelend arts zich zorgen maakte, omdat de moeder van klaagster achteruit ging. De behandelend arts constateerde een dalend beloop. Er waren geen behandelopties meer en opname in het ziekenhuis had geen meerwaarde. Deze zorgen zijn gedeeld met klaagster. Klaagster had het gevoel dat haar moeder over niet al te lange tijd zou komen te overlijden. Het zorgdoel was om het voor de moeder van klaagster zo comfortabel mogelijk te maken en geen belastende handelingen meer te verrichten. De zorgaanbieder concludeert dat zij niet tekort is geschoten in de nakoming, dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst met de moeder van klaagster.

Naar aanleiding van voormelde klacht heeft de zorgaanbieder het beleid over de overdracht aangepast. Voorheen liep de overdracht van cliënten mondeling. Nu dient de overdracht zowel mondeling als schriftelijk plaats te vinden via het medisch dossier.

Voorts voert de zorgaanbieder aan dat met het opvolgen van deze instructie van de behandelend arts, om regelmatig fysiek bij de moeder van klaagster te kijken, niet had kunnen worden voorkomen dat de moeder van klaagster in eenzaamheid, zonder het bijzijn van klaagster en/of haar zus, zou komen te overlijden. Het exacte moment van het overlijden viel immers niet te voorspellen. Het Zorgpad Stervensfase is een zorgdossier, checklist en evaluatie-instrument dat helpt om de kwaliteit van zorg in de stervensfase te optimaliseren. Het Zorgpad Stervensfase is een hulpmiddel om tijdens de stervensfase rapportages op te maken maar is niet verplicht. Op het moment dat wordt verwacht dat een cliënt binnen enkele uren of dagen overlijdt kan het Zorgpad Stervensfase worden gestart. De behandelend arts heeft de moeder van klaagster in de middag vóór haar overlijden op 1 augustus 2020 nog gezien. De behandelend arts constateerde op 1 augustus 2020 dat cliënte achteruit ging en dat sprake was van een dalend beloop. De moeder van klaagster bevond zich in de palliatieve fase en het beleid was om haar zo comfortabel mogelijk te houden en geen belastende handelingen te verrichten. Het Zorgpad Stervensfase is echter niet gestart omdat de behandelend arts en/of het verpleegkundig personeel (nog) niet de verwachting had(den) dat de moeder van klaagster binnen enkele uren of dagen zou komen te overlijden en zij dus al in de stervensfase was. Het is derhalve niet verwijtbaar dat het Zorgpad Stervensfase niet is opgestart.

Tijdens de mondelinge behandeling is door de zorgaanbieder nog het volgende aangevoerd. Voor wat betreft de zorgverlening tijdens de nachtdienst wordt via camera’s gecontroleerd of er aanleiding is om fysiek bij de patiënten te gaan kijken. Er was sprake van een mondelinge overdracht. Daarbij worden met name bewoners besproken die extra zorg nodig hebben. De moeder van klaagster was niet een dergelijke bewoner. Het medisch dossier van de moeder van klaagster is door de nachtdienst niet geraadpleegd. Ondanks dat de nachtdienst niet op de hoogte was van de met klaagster gemaakte afspraak is geen sprake geweest van onzorgvuldige zorg. De camerabeelden gaven geen aanleiding om fysiek bij de moeder van klaagster te gaan kijken. Elke woning, die zes kamers heeft, heeft een eigen camera. Elke keer als er naar de camerabeelden wordt gekeken dan ziet men zes beelden. Tijdens een willekeurige avond is er zeker dertig keer gekeken. De moeder van klaagster is rustig in haar slaap komen te overlijden. Er is niet gebleken dat zij heeft geleden door het handelen van de zorgaanbieder. Het beleid met betrekking tot de overdracht is inmiddels aangepast. Er vindt zowel een schriftelijke als mondelinge overdracht plaats. Dit beleid is onder de aandacht gebracht van de medewerkers. Er is door klaagster niet onderbouwd dat deze maatregelen niet zullen werken. Voor wat betreft de overige klachten stelt de zorgaanbieder dat klaagster daarin op grond van artikel 6, lid 1 aanhef en sub a van het reglement, niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij deze klachten niet eerst bij de zorgaanbieder heeft ingediend.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De klachten van klaagster zien enerzijds op de zorgverlening in de nacht van 1 op 2 augustus 2020, de nacht waarin haar moeder is komen te overlijden, en voorts op de zorgverlening in het algemeen.

De commissie zal klaagster in haar klacht over de zorgverlening in het algemeen, verwoord onder nummers 1 tot en 11 in het op 5 november 2020 bij de commissie ingediende vragenformulier, niet-ontvankelijk verklaren, nu zij deze klacht niet eerst bij de zorgaanbieder heeft ingediend. Niet is gebleken immers dat van klaagster in redelijkheid niet kon worden verlangd dat zij onder de gegeven omstandigheden de klacht eerst bij de zorgaanbieder indient.

Dit betekent dat de commissie uitsluitend dient te oordelen of de zorgaanbieder in de nacht van 1 op 2 augustus 2020 heeft gehandeld volgens de professionele standaard. Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de zorgaanbieder heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld. Klaagster heeft weliswaar gesteld dat geen uitvoering is gegeven aan de door haar met de vervangende arts gemaakte afspraak om regelmatig fysiek bij haar moeder te kijken. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie echter niet gebleken dat deze omstandigheid heeft gemaakt dat sprake is geweest van een onzorgvuldige zorgverlening of dat het de moeder van klaagster heeft ontbroken aan adequate zorg.
Overigens heeft de zorgaanbieder erkend dat de overdracht van de dienst uitsluitend mondeling en niet ook via het dossier heeft plaatsgevonden, terwijl dit had dienen te gebeuren, en heeft zij daarop inmiddels door aanpassing van het beleid passende maatregelen getroffen.

Nu de klacht van klaagster ongegrond zal worden verklaard, zal de vordering tot schadevergoeding eveneens als ongegrond worden afgewezen.

De commissie overweegt nog ten overvloede ten aanzien van de zorgverlening in het algemeen, dat de zorgaanbieder rechtens verplicht is zich te houden aan alle maatregelen die door de overheid in het kader van de coronacrisis zijn voorgeschreven. Niet is gebleken dat door die maatregelen ten opzichte van de moeder van klaagster sprake is geweest van enige discriminatie. Dat deze maatregelen voor veel mensen tot vervelende consequenties hebben geleid, waaronder ook voor de moeder van klaagster, maakt een en ander niet anders.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

1. verklaart de klacht met betrekking tot de verleende zorg in de nacht van 1 op 2 augustus 2020 ongegrond;
2. verklaart klaagster ten aanzien van de klacht, bekend onder nummers 1 tot en met 11, niet-ontvankelijk;
3. wijst af de vordering tot schadevergoeding.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. P.W.M. de Wolf MSM, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 6 mei 2021.