Zorgaanbieder had cliënt terug moeten zetten op oude medicatie toen hij daarom vroeg

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: (On) zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 103734/115228

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt is behandeld door een psychiater van de zorgaanbieder. Tijdens de behandeling is geprobeerd om medicijnen, die de cliënt al jaren gebruikte, af te bouwen. De cliënt reageerde niet goed op de alternatieven en, ondanks zijn vraag hier naar, werd de cliënt niet teruggezet op zijn oude medicijn. Hierdoor is de situatie van de cliënt verslechterd en heeft hij veel schade geleden. De cliënt eist een schadevergoeding. Volgens de zorgaanbieder is de behandeling goed uitgevoerd, ook al is het resultaat niet zoals gewenst. De behandeling is in overleg en met toestemming van de cliënt uitgevoerd. De zorgaanbieder heeft er alles aan gedaan om de cliënt te helpen, waaronder overleg met een ggz-kliniek. De reactie van de cliënt op de alternatieve medicatie is ongewoon en kon niet worden voorzien. De commissie oordeelt dat bij de beslissing om de cliënt niet terug te zetten op zijn oude medicatie onvoldoende rekening is gehouden met de wens van de cliënt zelf en is er onvoldoende onderbouwd dat de oude medicatie schadelijk zou zijn geweest. Ook is de cliënt niet goed ondersteund door de zorgaanbieder toen het slechter met hem ging. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

Invivo Clinics B.V., gevestigd te Amstelveen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2021 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben digitaal aan de zitting deelgenomen er ter zitting hun standpunt toegelicht.

De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door [naam], klinisch psycholoog en behandelaar van de klacht vanuit de zorgaanbieder.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de zorgverlening aan de client door de psychiater van de zorgaanbieder.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt stelt schade te hebben geleden door onkundig handelen van zijn behandelend psychiater. Cliënt heeft in overleg met zijn psychiater de medicatie Clomipramide, welke hij zeven jaar gebruikte, afgebouwd vanwege de bijwerkingen die deze medicatie op hem had of zou kunnen krijgen. Er zijn door de psychiater twee vervangende medicijnen voorgeschreven. Cliënt reageerde niet goed op deze middelen en het ging erg slecht met hem. Cliënt heeft meermaals bij zijn psychiater aangegeven dat hij wilde worden teruggezet op de oude medicatie, maar dit werd geweigerd. De psychiater stelde een second opinion voor, maar dit zou maanden duren. Cliënt lag inmiddels volledig op bed en dit heeft uiteindelijk 13 weken geduurd. Uiteindelijk heeft cliënt zelf een psychiater gevonden die hem heeft teruggezet op de oude medicatie, waarna het weer vrij snel beter ging met client.

In het verweerschrift wordt gesteld dat veel contact is geweest met [ggz-kliniek]. Tegen client is daarover nooit gesproken. De psychiater heeft tegen cliënt altijd volgehouden dat zij met niemand contact had gehad. Cliënt wenst een schadevergoeding voor de door hem geleden immateriële schade.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na bestudering van de stukken, de klacht van de cliënt en het feitenrelaas van de betrokken psychiater ziet de zorgaanbieder geen grond voor het toewijzen van de ingediende klacht. De zorgaanbieder betreurt het dat cliënt ontevreden is over de zorgverlening en het is ook duidelijk dat de behandeling niet heeft geleid tot het door hem en de zorgaanbieder gewenste resultaat, maar wijt dit niet aan het handelen van de psychiater. Een aantal zaken is anders verlopen dan beoogd en gewenst. Het afbouwen van Clomipramine was besproken en daar was client het mee eens. De andere middelen werkten echter niet. Er was sprake van een atypische reactie op de medicatie en een aantal reguliere alternatieven is problematisch vanwege bijwerkingen en gezondheidsrisico’s. Het gevoerde beleid is steeds toegelicht en in overleg met cliënt uitgevoerd. Het beleid had niet het gewenste resultaat en het medicatieprotocol bood onvoldoende soelaas, waarop besloten is tot overleg en verzoek tot een second opinion bij de specialistische angstpoli van [ggz-kliniek]. Cliënt ontwikkelde ondertussen tijdens het wijzigen van medicatie ernstige klachten en raakte in crisis. Naar aanleiding van deze crisis is de crisisdienst ingeschakeld die de inschatting heeft gemaakt dat er geen sprake was van acuut gevaar. Er is herhaaldelijk overleg geweest met de angstpoli van [ggz-kliniek]. Cliënt weigerde aanvankelijk om voor behandeling doorverwezen te worden naar [ggz-kliniek]. Wel stemde hij in met een second opinion. Verwijzing voor een second opinion was alleen mogelijk als cliënt in zorg zou blijven bij de zorgaanbieder.

Nadat er een crisis had plaatsgevonden stemde cliënt alsnog in met een verwijzing voor behandeling naar [ggz-kliniek], waardoor de verwijzing voor een second opinion niet meer aan de orde was. Aanvankelijk werd door [ggz-kliniek] toegezegd dat doorverwijzing versneld zou kunnen plaatsvinden, maar in tweede instantie werd dit weer ingetrokken en zou cliënt op een wachtlijst worden geplaatst. Het bood derhalve op korte termijn geen oplossing voor de impasse waarin de behandeling van cliënt inmiddels was beland. Dit was bovendien voor cliënt aanleiding het contact met de zorgaanbieder definitief te verbreken. Daarmee verviel de mogelijkheid om cliënt aan te melden voor een second opinion en maakte het tevens onmogelijk om de wachttijd tot de behandeling bij [ggz-kliniek] te overbruggen. De communicatie met cliënt verliep moeizaam. Hij was ontevreden over de zorgverlening en gaf bij herhaling aan de behandeling en de werkrelatie met de zorgaanbieder te willen beëindigen.
Dit maakte het lastig zo niet onmogelijk om cliënt adequaat te informeren, op de hoogte te houden van de communicatie met [ggz-kliniek] en de eventuele vervolgstappen of behandelopties met hem te bespreken.

Het gaat hoe dan ook om een zeer vervelende samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden die zeer belastend waren voor de cliënt. Zijn onvrede en teleurstelling zijn dan ook goed voorstelbaar.
Het is echter de vraag of er verwijtbare fouten zijn gemaakt. Cliënt is van mening dat de betrokken psychiater ondeskundig en onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij heeft echter het medicatieprotocol gevolgd, rekening gehouden met gezondheidsrisico’s, zowel intern als extern herhaaldelijk contact gehad met collega-psychiaters en bij herhaling aangeven bij cliënt bereid te zijn tot overleg, ook nadat deze had aangegeven de behandeling te willen beëindigen. Hoe vervelend en onbevredigend deze behandeling ook is verlopen; de betrokken psychiater kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de atypische reactie op de medicatie en het gebrek aan adequate alternatieven, het besluit van de crisisdienst om geen interventie te doen, de duur van de wachtlijst bij [ggz-kliniek] en het besluit van cliënt om de behandelrelatie te beëindigen.

De zorgaanbieder is dan ook van mening dat de klacht ongegrond is en ziet dan ook geen reden om in te gaan op de eisen van cliënt.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie dient de vraag te beantwoorden of er verwijtbare fouten zijn gemaakt bij de behandeling van de cliënt. De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder vereist is dat voldoende aannemelijk wordt dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de
behandelingsovereenkomst met de cliënt. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor
aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en cliënt moet door deze tekortkoming schade zijn toegebracht. Daarbij geldt in het geval als het onderhavige dat sprake is van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. Dat wil zeggen dat pas kan worden gesproken van een tekortschieten indien vast komt te staan dat de betrokken behandelaar zich onvoldoende heeft ingespannen; de behandelaar hoeft niet in te staan voor een bepaald resultaat.

Uit de stukken er ter zitting is onweersproken gebleken dat cliënt meermaals bij de psychiater heeft verzocht hem terug te zetten op zijn oude medicatie, nadat bleek dat hij erg slecht reageerde op de nieuwe medicatie. Hier is door de psychiater geen gehoor aan gegeven. De reden die hiervoor ter zitting werd aangevoerd was dat de kans op en schade door bijwerkingen van de medicatie Clomipramide te groot werd geacht. Het was, zo werd ter zitting toegelicht, voor de psychiater kiezen tussen enerzijds het somatisch en anderzijds het psychisch welzijn. Kennelijk heeft de psychiater aan het somatische aspect meer waarde toegekend. De commissie is van oordeel dat zij hierbij onvoldoende de wens van de cliënt heeft meegewogen. Bovendien is door de psychiater onvoldoende onderbouwd dat bij teruggang naar het oude middel zulke schadelijke gevolgen zouden ontstaan, dat daarvan had moeten worden afgezien. Er is niet gebleken van een acute levensbedreigende situatie bij teruggaan naar de eerdere medicatie. Cliënt gebruikte deze medicatie immers al zeven jaar. Er heeft geen althans onvoldoende overleg met cliënt plaatsgevonden gedurende het afbouwtraject. Van het gestelde overleg met [ggz-kliniek] is niet eerder gebleken en cliënt was daarvan niet op de hoogte. Het komt de commissie voor dat de cliënt gedurende de afbouwperiode en de slechte reactie van hem op de nieuwe medicatie door de psychiater te weinig is ondersteund. De psychiater heeft door niet tegemoet te komen aan de wens van cliënt om teruggezet te worden op zijn oude medicatie de cliënt tekort gedaan. De commissie is van oordeel dat de hiervoor geschetste handelwijze van de psychiater niet is zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam zorgaanbieder mocht worden verwacht. De commissie is dan ook van oordeel dat de klacht gegrond verklaard dient te worden.

Wat betreft de door de cliënt verzochte schadevergoeding is de commissie van oordeel dat er een causaal verband bestaat tussen het door de cliënt ondervonden ongerief en de door de psychiater verrichte en nagelaten handelingen die betrekking hebben op de behandeling van de cliënt. Immers, zou de cliënt eerder zijn teruggezet op zijn oude medicatie zoals zijn wens was, dan is aannemelijk dat de client korter last zou hebben gehad van de door hem ervaren angsten en afkickverschijnselen.

De commissie zal het verzoek van de cliënt tot toekenning van immateriële schadevergoeding beoordelen aan de hand van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De commissie is van oordeel dat naar die maatstaven aan de cliënt een immateriële schadevergoeding toekomt. De commissie acht het zeer wel aannemelijk dat de wijze van handelen van de psychiater bij de cliënt ongerief en ellende heeft veroorzaakt, die bij hem geestelijk leed hebben teweeggebracht. Daardoor is door toedoen van de zorgaanbieder inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. De commissie stelt deze vergoeding vast op een bedrag van € 1.000,–. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van cliënt gegrond;
– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënt binnen 14 dagen na de verzenddatum van dit
bindend advies een bedrag van € 1.000,– betaalt;
– bepaalt dat de zorgaanbieder aan de cliënt eveneens veertien dagen na de verzenddatum van dit bindend advies een bedrag van € 52,50 vergoedt ter zake van het door hem betaalde klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. J.W. Stenvers, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
M. Gardenier, secretaris, op 30 november 2021.