Zorgaanbieder heeft niet onzorgvuldig gehandeld in medische begeleiding van cliënt

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 5814/14194

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De gemachtigde van de cliënt vindt dat de medische begeleiding van de cliënt door de zorgaanbieder onzorgvuldig is geweest. Het medisch dossier was niet op orde, er werd onjuiste medicatie verstrekt en is er niet adequaat gehandeld op het lage gewicht van de cliënt en de problemen met zijn schildklier. Ook is de gemachtigde de toegang tot de kliniek geweigerd. Volgens de zorgaanbieder is er geen sprake van onzorgvuldig handelen in de medische begeleiding van de cliënt. Het gewicht van de cliënt wordt regelmatig gemonitord en is zelfs langzaam gestegen. Dat het gewicht niet veel toenam, kwam doordat de cliënt tijdens verlof drugs gebruikte en dit ook meenam naar de kliniek en hij de aangeboden bijvoeding weigerde. Ook de schildklierwerking werd gemonitord en was stabiel. Daarnaast stelt de zorgaanbieder dat er geen onjuiste en onnodige medicatie werd toegediend. Tevens is de gemachtigde vooraf duidelijk geïnformeerd over de nieuwe bezoekregeling. De gemachtigde heeft niet vooraf een afspraak gemaakt, daarom werd zij op dat moment niet toegelaten. De commissie oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld zoals van haar verwacht mag worden. De zorgaanbieder heeft gehandeld volgens de zorgplicht. De klachten zijn ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen:
[Cliënt]

en

Stichting Antes, gevestigd te Rotterdam (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
De commissie verwijst voor het verloop van de procedure naar haar ontvankelijkheidsverklaring d.d. 6 januari 2020, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Bij deze beslissing heeft de commissie gemachtigde van cliënt ontvankelijk verklaard in haar klacht voor zover deze ziet op de handelwijze van de zorgaanbieder ten aanzien van de diverse gezondheidsproblemen van cliënt.

Het geschil is ter zitting behandeld op 23 oktober 2020 te Utrecht.

De gemachtigde van cliënt kon in verband met coronaklachten niet ter zitting aanwezig zijn. De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger zorgaanbieder 1], juridisch adviseur, en [naam vertegenwoordiger zorgaanbieder 2], psychiater, directeur behandelzaken.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de zorgverlening.

Standpunt van de gemachtigde van cliënt
Voor het standpunt van de gemachtigde van cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt, de zoon van gemachtigde, is met een psychisch en verstandelijke beperking opgenomen in een instelling van de zorgaanbieder.
De gemachtigde beklaagt zich over het feit dat cliënt, naar haar oordeel, niet de zorg krijgt die hij behoort te krijgen. De medische zorg laat te wensen over. Zijn medisch dossier is niet op orde. Er staat niet vermeld dat cliënt aan COPD lijdt en dat hij allergisch is voor penicilline. De medicijnlijst wordt niet zorgvuldig bijgehouden. Cliënt wordt volgestopt met pillen, waardoor hij steeds verwarder wordt.

Voorts krijgt cliënt onvoldoende te eten, wordt zijn bed niet opgemaakt en staat de verwarming uit.
De zorgaanbieder heeft niet adequaat gehandeld met betrekking tot het lage gewicht van cliënt, zijn vitamine D tekort en de verwijzing naar een internist in verband met zijn schildklierproblemen.

De gemachtigde heeft daarnaast geklaagd over het feit dat haar zonder opgave van redenen de toegang tot de kliniek is geweigerd nadat cliënt was overgeplaatst van kliniek B1 naar kliniek IJ. Het feit dat zij cliënt niet heeft kunnen bezoeken, heeft hem geen goed gedaan.

De gemachtigde eist dat de zorgaanbieder de zorg gaat leveren die cliënt behoort te krijgen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder betwist dat er sprake is van onzorgvuldig handelen in de medische begeleiding van cliënt.

Cliënt wordt regelmatig (eens per 2 weken) gezien door verpleegkundigen en de specialist ouderengeneeskunde (die fungeert als huisarts in de klinieken). Er is geen sprake van dat deze onzorgvuldig zouden handelen in de medische behandeling en begeleiding van cliënt. Het gewicht van cliënt wordt gemonitord en is gedurende de opname in de kliniek langzaam gestegen. Ook de schildklierwerking wordt gemonitord en is stabiel; er is geen noodzaak voor medicatie. De gehele gezondheidstoestand van cliënt wordt in de gaten gehouden. Gemachtigde wenste nadrukkelijk dat cliënt voor onderzoek van bloed en schildklierwerking zou worden opgenomen in een ziekenhuis, waarvoor geen indicatie was volgens de arts. De arts was bereid een poliklinische verwijzing naar de internist te doen, vooral om gemachtigde in haar zorgen tegemoet te komen. Gemachtigde wees poliklinisch onderzoek bij de internist af. Ze heeft vervolgens via haar eigen huisarts een afspraak met de internist geregeld.

De zorgaanbieder betwist dat er bij cliënt sprake is van de gezondheidsproblemen zoals door de gemachtigde genoemd. Er zijn geen aanwijzingen voor COPD, er staat geen penicilline allergie in het dossier vermeld. Cliënt krijgt vitamine D supplementen. Cisordinol (antipsychoticum) is door de behandelaar geïndiceerd bevonden i.v.m. de ernstige psychiatrische ziekte van cliënt. Hij krijgt deze in tabletvorm en neemt deze in. Daarnaast heeft hij (in noodsituatie) een kortwerkende injectie Cisordinol gehad.

Ter zitting heeft de zorgaanbieder zijn standpunt nader toegelicht.

Voor wat betreft de weigering gemachtigde toegang te verlenen, merkt de zorgaanbieder op dat gemachtigde vooraf was geïnformeerd over de nieuwe bezoekregeling. Vanwege een brand in kliniek B1 was cliënt tijdelijk overgebracht naar kliniek IJ waar een strenger bezoekregime geldt. Gemachtigde kon cliënt bezoeken op afspraak. Gemachtigde heeft niet vooraf een afspraak gemaakt en werd om die reden op dat moment niet toegelaten. Overigens was de overplaatsing voor cliënt wel fijn. Er was sprake van een hittegolf en de klimaatregeling in kliniek IJ was beter dan in kliniek B1, waarin het in de kamers op dat moment bloedheet was.

Cliënt woog bij opname 65 kg. Dat cliënt niet veel in gewicht toenam, lag in het feit dat hij tijdens verlof thuis drugs gebruikte en ook drugs meenam naar de kliniek en de aangeboden bijvoeding weigerde in te nemen.

Hoewel gemachtigde meermalen heeft verzocht om een ziekenhuisopname van cliënt in verband met zijn schildklierproblemen, heeft de zorgaanbieder hier geen gevolg aan gegeven, omdat voor een ziekenhuisopname geen medische noodzaak bestond. De zorgaanbieder was bekend met de iets verhoogde thyroid stimulating hormoon (TSH) –waarde, maar de schildklier maakte voldoende schildklierhormoon aan.

Op een gegeven moment heeft de gemachtigde de zorgaanbieder verzocht om cliënt over te plaatsen naar de GGZ-instelling [naam andere GGZ-instelling] in Leiden. De zorgaanbieder heeft dit in gang gezet. Terwijl de ambulance klaar stond om cliënt naar een kliniek van deze GGZ instelling over te brengen, heeft de gemachtigde alsnog geen toestemming hiervoor gegeven, omdat deze kliniek niet in Leiden maar in Oegstgeest is gelegen.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie heeft in haar tussenbeslissing van 6 januari 2020 de gemachtigde van cliënt op een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard. De commissie zal uitsluitend oordelen over de ontvankelijk verklaarde klacht met betrekking tot de (medische) verzorging van cliënt en de klacht die de gemachtigde bij brief van 28 juli 2019 aan de zorgaanbieder heeft voorgelegd. Die klacht ziet op de weigering gemachtigde toegang tot de kliniek te verlenen voor een bezoek aan cliënt. Over die klacht heeft de commissie in de ontvankelijkheidsverklaring van 6 januari 2020 abusievelijk niet geoordeeld.

De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de zorgovereenkomst met cliënt.

Op grond van de zorgovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn dat de zorgaanbieder niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelende hulpverlener in dezelfde situatie.

Dat cliënt niet in gewicht is toegenomen, kan niet aan de zorgaanbieder worden verweten. Immers, zoals de zorgaanbieder heeft aangegeven, weigerde cliënt de aangeboden bijvoeding te nuttigen. Ook het regelmatig gebruik van drugs door cliënt tijdens zijn verlof en op de kliniek heeft niet bijgedragen aan zijn gewichtstoename.

Gemachtigde heeft gesteld dat aan cliënt medicatie is onthouden dan wel dat aan cliënt onjuiste medicatie is verstrekt en de medicijnlijst niet op orde was. De zorgaanbieder heeft dit betwist.
De commissie is van oordeel dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan cliënt onjuiste medicatie is verstrekt. Cliënt kreeg een vitamine D supplement toegediend naast de medicatie die was geïndiceerd voor zijn psychiatrische aandoening. De arts heeft geen COPD vastgesteld.

De commissie begrijpt de zorgen van gemachtigde over de schildklierproblemen van cliënt. Ter zitting heeft de zorgaanbieder voldoende aannemelijk gemaakt dat de TSH-waarde werd gemonitord en dat er, ondanks de iets verhoogde TSH-waarde, voldoende schildklierhormoon werd aangemaakt. Er bestond dan ook geen medische noodzaak voor een opname in het ziekenhuis in verband met de iets verhoogde TSH-waarde. Overigens heeft de arts aangeboden om een verwijzing voor cliënt naar een internist uit te schrijven voor een poliklinische afspraak, maar gemachtigde is hierop niet ingegaan.

De commissie is van oordeel dat gemachtigde haar klacht betreffende de verwarming en het opmaken van het bed van cliënt onvoldoende heeft onderbouwd. Overigens is de commissie van oordeel dat van een cliënt verwacht mag worden dat hij zijn eigen bed opmaakt zoals dat in klinieken in zijn algemeenheid gebruikelijk is.

De gemachtigde is op enig moment de toegang tot kliniek IJ geweigerd, omdat zij niet vooraf een afspraak had gemaakt voor het bezoek aan cliënt. De commissie heeft ter zitting vastgesteld dat het niet zo is dat gemachtigde geen omgang meer met cliënt mocht hebben. Vanwege een ander regime in kliniek IJ diende gemachtigde haar bezoek vooraf aan te melden. Gemachtigde is bij deze tijdelijke overplaatsing van cliënt naar deze kliniek tijdig hierover geïnformeerd. Dat zij zich vervolgens zonder afspraak bij de kliniek heeft gemeld en de toegang haar is geweigerd, komt voor haar eigen risico.

Gelet op het voorgaande zal de commissie de klachten ongegrond verklaren en de vordering afwijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klachten ongegrond en wijst de vordering af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw M. Berkelouw (psychiatrisch verpleegkundige), de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 oktober 2020.