Zorgaanbieder schiet tekort in waarborgen privacy cliënt

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 38813/59612

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De vader van de klaagster, de cliënt, kwam in het verpleegtehuis van de zorgaanbieder te wonen en heeft bij het aangaan van de zorgovereenkomst aangegeven erg gesteld te zijn op zijn privacy. Al snel sloot de cliënt vriendschap met een medebewoonster die de cliënt claimde en zijn persoonlijke sfeer binnendrong. Het personeel van de zorgaanbieder heeft dit op ongepaste wijze gestimuleerd. Afspraken over het weghouden van de bewoonster als de cliënt bezoek had werden niet nagekomen. De klaagster wil erkenning en een schadevergoeding. De zorgaanbieder stelt dat het personeel gehandeld heeft in het belang en op basis van de behoeften van de cliënt. De cliënt leek in eerste instantie op te leven van de relatie en zodra de cliënt dat wilde is er actie ondernomen. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de zorgovereenkomst wat betreft de privacy van de cliënt. Ook zijn afspraken hierover niet nagekomen. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Cliënt],
gemachtigden: [naam] en [naam] (hierna te noemen in enkelvoud: klaagster)

en

Noorderbreedte B.V., gevestigd te Leeuwarden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 januari 2022 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben via een Zoom-verbinding hun standpunt toegelicht.

De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door [naam], specialist ouderengeneeskunde, en [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de wijze waarop de zorgaanbieder ongewenst gedrag van een medebewoonster jegens cliënt heeft aangepakt.

Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ongeveer een maand nadat cliënt, vader van klaagster, was gesetteld in het verpleegtehuis sloot hij vriendschap met een medebewoonster. Naar het oordeel van klaagster heeft de zorgaanbieder deze vriendschap op ongewenste wijze gestimuleerd. Dit leidde ertoe dat cliënt zijn kamer en zijn éénpersoonsbed heeft laten delen met deze vrouw. Dit terwijl cliënt meerdere keren heeft aangegeven zijn kamer niet te willen delen en dat de relatie voor hem niet meer dan een vriendschap was. De vrouw was ook vrijwel altijd aanwezig wanneer cliënt bezoek ontving. Kennissen van cliënt lieten klaagster weten dat zij het als vervelend hebben ervaren dat mevrouw er steeds bij zat en het woord deed én dat zij haar soms in het bed van cliënt aantroffen.
Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat zij deze “relatie” heeft gestimuleerd door het samen slapen te faciliteren en afspraken over het weghouden van mevrouw bij een bezoek niet te zijn nagekomen.
Pas nadat cliënt hinderlijk gedrag begon te vertonen omdat hij een plek voor zichzelf wilde hebben, heeft het team stappen ondernomen.

Klaagster wil van de zorgaanbieder 1. weten wat er mis is gegaan, 2. erkenning voor de gevolgen van de situatie én 3. een financiële compensatie van € 25.000,– (kamergeld, scheidings- en alimentatiekosten, emotionele schade).

Ter zitting heeft klaagster haar standpunt toegelicht. Cliënt heeft bij het aangaan van de zorgovereenkomst uitdrukkelijk melding gemaakt dat hij zeer gesteld was op zijn privacy en graag een eigen plek wilde hebben. Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat zij deze wens van cliënt niet heeft gerespecteerd en niet heeft opgetreden tegen mevrouw, van wie al bekend was dat zij in andere tehuizen ook al relaties met medebewoners was aangegaan. Het leek erop dat de zorgaanbieder, althans een deel van het team, deze relatie juist stimuleerde, zoals ook duidelijk is geworden uit het commentaar van zorgpersoneel onder Facebookfoto’s van cliënt. Door het claimgedrag van de vrouw werd cliënt steeds agressiever. Dit is voor de familie, met name voor zijn echtgenote en klaagster, heel verdrietig geweest. De echtgenote van cliënt heeft, vanwege de vrouw op de kamer, cliënt niet kunnen bezoeken omdat deze vrouw zich voordeed als de echtgenote van cliënt. Inmiddels is de vrouw in kwestie overleden en is cliënt weer tevreden in zijn eigen ruimte.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt dat de zorgverleners steeds goed naar cliënt hebben geluisterd en hem de zorg, behandeling en welzijn geboden hebben, passend bij zijn behoeften. Op basis hiervan zijn cliënt en de betreffende medebewoonster pas meer uit elkaar gehouden op het moment dat cliënt deze behoefte zelf aangaf. In het kader van een waardevolle dag en de eigen regie voor alle bewoners is de wens van cliënt leidend geweest en niet de wens van de dochters.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren en de vordering tot schadevergoeding af te wijzen.

Ter zitting heeft de zorgaanbieder haar standpunt toegelicht. De zorgaanbieder betreurt de gang van zaken. Zij zag juist dat cliënt vanwege de relatie met mevrouw enorm opleefde. De zorgaanbieder heeft zich altijd gericht op de wens van cliënt. In ogenschouw moet worden genomen dat mensen met een cognitieve stoornis anders kunnen reageren dan wat men als wenselijk beschouwt. Er is altijd de intentie geweest om mevrouw afzijdig te houden van het bezoek. Dit kon echter niet altijd worden voorkomen.
Getracht is om cliënt in de middag tijd voor zichzelf te geven.

Er is hier sprake geweest van een uitzonderlijke situatie. Inmiddels heeft de zorgaanbieder maatregelen getroffen hoe in voorkomende gevallen gehandeld kan worden. Er is onder leiding van een psycholoog en maatschappelijk werker een cursus gegeven aan het team en er is een werkgroep seksualiteit en intimiteit in het leven geroepen.
De zorgaanbieder erkent dat het voor wat betreft de communicatie met de familie op punten niet goed is gegaan.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de zorgovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De commissie dient de vraag te beantwoorden of de zorgaanbieder de juiste zorg aan cliënt heeft gegeven. De commissie heeft op basis van de door partijen ingediende stukken en het verhandelde ter zitting vastgesteld dat cliënt bij het aangaan van de zorgovereenkomst uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij behoefte had aan privacy en in het verpleegtehuis een eigen kamer wenste te krijgen waarin hij zich kon terugtrekken. Ook nadien is meerdere malen bij de zorgaanbieder kenbaar gemaakt dat cliënt deze behoefte had. In dat kader zijn ook verschillende afspraken gemaakt met de familie van cliënt, onder andere over het slapen en de afwezigheid van mevrouw bij bezoek aan cliënt. Gebleken is dat afspraken hieromtrent door de zorgaanbieder niet altijd zijn nagekomen.
Gelet hierop is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de zorgovereenkomst door niet altijd rekening te houden met de wens van cliënt ten aanzien van zijn privacy. De commissie oordeelt de klacht daarom gegrond.

Klaagster heeft verzocht om een schadevergoeding van € 25.000,–.
Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelovereenkomst en dat er een causaal verband is tussen deze tekortkoming en de schade die door cliënt is geleden.
De zorgaanbieder is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de behandelovereenkomst voor wat betreft het bewaken van de privacy voor cliënt.
De commissie is echter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat cliënt als gevolg van die tekortkoming (aantoonbare) schade heeft geleden. Daar komt bij dat de schade onvoldoende is onderbouwd. Hoewel de commissie begrijpt dat klaagster en haar familieleden veel verdriet hebben gehad vanwege het claimgedrag van mevrouw op cliënt, kan dit niet tot een toekenning van de vordering leiden.
De commissie wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Daar de klacht gegrond wordt verklaard, zal de commissie, onder verwijzing naar artikel 19 van het reglement, de zorgaanbieder veroordelen tot vergoeding aan klaagster van het door haar betaalde klachtengeld, zijnde een bedrag van € 52,50.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie

– oordeelt dat de zorgaanbieder is tekortgeschoten in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst waar het gaat om het bewaken van privacy voor cliënt;
– wijst het anders of meer gevorderde af;
– veroordeelt de zorgaanbieder tot vergoeding van het klachtengeld van € 52,50 dat klaagster voor de behandeling van het geschil aan de commissie heeft voldaan. Betaling dient binnen één maand na verzenddatum van deze uitspraak te geschieden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 18 januari 2022.