Zorgaanbieder tekort geschoten in begeleiding en ondersteuning van cliënt

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 123279

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Ook na inschrijving van een opleiding had de begeleiding moeten worden doorgezet. Zo hebben er geen gesprekken met ouders van cliënt plaatsgevonden. Ondersteuning aan cliënt is onvoldoende vorm gegeven. Recht op schadevergoeding.

In het geschil tussen
[Client], wonende te [woonplaats], en Reinaerde, gevestigd te Utrecht (verder te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen hebben aangegeven af te zien van het bijwonen van de zitting.

Het geschil is zonder partijen ter zitting behandeld op 26 augustus 2019 te Den Haag.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de ondersteuning en begeleiding die de cliënt van de zorgaanbieder heeft ontvangen.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken en in het bijzonder naar het door de gemachtigde, de moeder van de cliënt, ingediende klachtenformulier van 28 februari 2019 met toelichting. Het standpunt van de cliënt luidt samengevat en in de kern als volgt.

Na en nog midden in een periode van veel problemen voor de cliënt (veel spanningen en ruzies tussen de cliënt en zijn ouders, van huis weglopen bij conflicten, stoppen met MBO opleiding) hebben de ouders van de cliënt zich gemeld bij het sociale team van hun gemeente Houten met het verzoek om hulp.

De cliënt en zijn ouders werden in contact gebracht met de zorgaanbieder die de cliënt ambulant zou gaan begeleiden.

De (gemachtigde van de) cliënt stelt dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in die hulp in die zin dat de begeleiding van begin af aan slechts en uitsluitend op de cliënt gericht was. Ondanks herhaald aandringen is er geen gesprek geweest met de ouders van de cliënt. De ambulant begeleider heeft met de cliënt een nieuwe MBO opleiding (marketing) uitgezocht, voor welke opleiding de cliënt zich heeft aangemeld. De cliënt heeft zich vervolgens ingeschreven bij DUO, een OV kaart aangevraagd, een basisbeurs en lening aangevraagd en studieboeken en een laptop aangeschaft.

Al na enige weken bleek dat de cliënt niet of nauwelijks naar school ging en het geld bestemd voor zijn opleiding grotendeels uitgaf in de coffeeshop voor drugs, waarmee er naast alle al bestaande problemen een verslavingsprobleem bij kwam. De begeleiding en sturing van de ambulant begeleider ontbrak vrijwel geheel. De (gemachtigde van de) cliënt stelt dat het maken van de hoge, met het inschrijven van de opleiding gepaard gaande, kosten van in totaal € 5.217,88 voorkomen had kunnen worden indien de zorgaanbieder de ouders van de cliënt bij zijn begeleiding hadden betrokken. Zij verzoekt de commissie om te bepalen dat de zorgaanbieder die kosten aan de cliënt dient te vergoeden.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken, met name het verweer van 10 mei 2019. Het standpunt van de zorgaanbieder luidt samengevat en in de kern als volgt.

De zorgaanbieder stelt dat het haar niet verweten kan worden dat de cliënt in de periode dat hij ambulante begeleiding van de zorgaanbieder ontving schulden heeft opgebouwd. De ambulant begeleider heeft binnen de beschikking van de gemeente en op zijn eigen verzoek de cliënt begeleid bij het inschrijven van een opleiding. De schulden die hieruit zijn voortgekomen vallen onder de eigen verantwoording van de cliënt. De cliënt stond niet toe dat de begeleider inzage had in zijn financiën.

De begeleiding heeft zich gericht op de cliënt nu hij meerderjarig is. Het is de verantwoording van de ouders om budgetbeheer of bewindvoering aan te vragen indien nodig.

Het plan van aanpak van het sociale team van de gemeente is gevolgd. Hierin is volgens de zorgaanbieder niets opgenomen over het toezien op financiën.

De zorgaanbieder merkt op dat de ouders van de cliënt terecht hebben gesteld dat de ambulante begeleider, ook al is de begeleiding gericht op de zoon, ook met hen in contact dient te treden en te blijven, waardoor zij als ouders passend betrokken kunnen zijn bij de begeleiding van hun zoon.

De zorgaanbieder stelt dat professionele begeleiding er altijd op gericht is om het contact tussen het kind en de ouders, waar mogelijk, te stimuleren. De zorgaanbieder constateert dat dit uitgangspunt bij deze klacht helaas onvoldoende vorm heeft gekregen.

De zorgaanbieder betreurt het dat een gesprek tussen de ouders en vertegenwoordigers van de zorgaanbieder niet heeft geleid tot het naar ieders tevredenheid afsluiten van de klachtbehandeling.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt als volgt.

In het door de zorgaanbieder bij het verweer van 10 mei 2019 gevoegde ‘plan van aanpak’ van het sociaal team [naam] van 17 mei 2017 is de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en het gezin opgenomen. Samengevat blijkt uit dit plan dat de cliënt een jongeman is met de diagnose klassiek autisme en ADD. De cliënt heeft veel sturing nodig en heeft moeite met het reguleren van zijn emoties. De cliënt kan niet goed met geld omgaan en heeft geen overzicht. In het najaar van 2016 en het voorjaar van 2017 gaat het (wederom) niet goed thuis en zijn er veel spanningen tussen de cliënt en zijn ouders. De cliënt is gestopt met zijn opleiding (junior accountmanager op MBO niveau) omdat hij geen stageplek heeft kunnen vinden. In september 2017 wil de cliënt starten met een nieuwe opleiding. De ambulante begeleider kan de cliënt ondersteunen en begeleiden in het maken van een plan voor de toekomst.

In overleg met de ouders en de cliënt werd aanvankelijk gekozen voor een intensieve vorm van ambulante gezinsbegeleiding door de zorgaanbieder, gericht op handvatten voor de ouders en ondersteuning voor de cliënt. Na het intakegesprek bij de zorgaanbieder op 11 mei 2017 bleek dat de gezinssituatie was verbeterd en werd gekozen voor ambulante begeleiding voor volwassenen (de cliënt was inmiddels meerderjarig geworden).

In haar verweer heeft de zorgaanbieder gesteld dat bij de ambulante begeleiding het plan van aanpak van de gemeente werd gevolgd.

De commissie is hiervan uit de stukken echter onvoldoende gebleken.

De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de ondersteuning en de begeleiding van de cliënt. De zorgaanbieder heeft zich slechts gericht op een onderdeel van de begeleiding van de cliënt, te weten de ondersteuning bij het aanmelden voor een nieuwe opleiding. Na het inschrijven had aan de ondersteuning een vervolg moeten worden gegeven en dat is onvoldoende geweest. De zorgaanbieder had een behandellijn moeten uitzetten voor de cliënt en uitvoeren waarbij naast aandacht voor de opleiding ook en met name aandacht zou worden besteed aan het bieden van structuur, sturing en overzicht voor de cliënt. Ook de problemen in de thuissituatie van de cliënt en de spanningen tussen de cliënt en zijn ouders hadden onderwerp van aandacht moeten zijn. Gesprekken met de ouders van de cliënt hadden daarbij niet mogen ontbreken.

De commissie overweegt dat dergelijke gesprekken het overhaast inschrijven van de cliënt voor een opleiding die op dat moment – althans zonder de juiste begeleiding – te hoog gegrepen was, voorkomen had kunnen worden.

In het verweerschrift heeft de zorgaanbieder erkend dat het de taak is van de ambulant begeleider om ook met de ouders in contact te treden en hen te betrekken bij de begeleiding van de cliënt. De zorgaanbieder heeft geconstateerd dat aan dit uitgangspunt in de ondersteuning van de cliënt onvoldoende vorm is gegeven.

Gelet op het vorenstaande acht de commissie de klacht – dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de begeleiding en ondersteuning van de cliënt – dan ook gegrond.

De cliënt heeft gesteld dat hij schade heeft geleden als gevolg van het gebrek aan ondersteuning en begeleiding bestaande uit de kosten van het lesgeld van de opleiding, de aangevraagde basisbeurs en studielening, een OV kaart, studieboeken en een laptop van in totaal € 5.217,88.

Aan het argument van de zorgaanbieder dat het plan van aanpak van het sociale team van de gemeente is gevolgd waarin niets zou zijn opgenomen over het toezien op financiën gaat de commissie voorbij. In het plan van aanpak is immers vermeld dat de cliënt veel sturing nodig heeft, niet goed met geld om kan gaan en geen overzicht heeft. De zorgaanbieder had de financiële consequenties van een nieuwe opleiding dan ook met de cliënt en zijn ouders moeten bespreken en in het behandelplan van de cliënt moeten opnemen.

De commissie overweegt dat een vergoeding van de door de cliënt geleden schade geïndiceerd is. Niet alle kosten komen echter voor vergoeding in aanmerking. Zo zal de cliënt de door hem aangeschafte laptop ook voor een andere opleiding kunnen gebruiken en had de cliënt zich, ook zonder de begeleiding van de zorgaanbieder, naar waarschijnlijkheid ingeschreven voor een opleiding waaraan de nodige kosten verbonden zouden zijn.

Het voorgaande overwegende en afwegende acht de commissie een vergoeding van € 2.500,– naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid passend.

Gezien artikel 21 lid 1.a van het reglement geschillencommissie gehandicaptenzorg bepaalt de commissie dat de zorgaanbieder aan klager het klachtengeld vergoedt.

De commissie beslist dan ook als volgt.

Beslissing
De commissie:

  • verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
  • bepaalt dat de zorgaanbieder binnen een maand na verzenddatum van dit advies aan de cliënt een bedrag ad € 2.500,– dient te betalen;
  • bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie aan de cliënt het klachtengeld ten bedrage van € 52,50 dient te vergoeden.

Aldus op 26 augustus 2019 beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw drs. Y.J.M. ten Brummelhuis MSM en mevrouw mr. O.A.M. Floris, leden, in aanwezigheid van mr. B.J. van Gent, (plaatsvervangend) secretaris.