Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
995559/1124885
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een auto en klaagde over drie punten: trillingen tijdens het rijden, een te hoog brandstofverbruik en een slag in de krukaspoelie. Hij wilde dat de auto werd vervangen, dat de koop werd ontbonden of dat de ondernemer het probleem definitief zou oplossen. De ondernemer onderzocht de auto meerdere keren en vond geen technische afwijkingen. Ook een Audi‑dealer in Duitsland constateerde geen bijzonderheden. Een deskundige onderzocht de auto opnieuw en bevestigde dat de motor normaal functioneert en dat het brandstofverbruik binnen de verwachte marges valt. Wél stelde de deskundige vast dat de krukaspoelie een slingering heeft. Dat is een gebrek dat een consument bij aankoop niet hoeft te verwachten. Daarom is dit onderdeel van de klacht gegrond. De ondernemer moet de krukaspoelie binnen een maand vervangen. De overige klachten zijn ongegrond, omdat er geen technische problemen zijn vastgesteld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een klacht over gebreken aan een door de ondernemer geleverde auto.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Na levering van de auto heeft de consument de volgende klachten ervaren:
1) De auto trilt tijdens het rijden,
2) De auto vertoont een hoog brandstofverbruik,
3) De auto heeft vanaf het moment van aankoop een slag in de krukaspoelie.
De consument wenst:
1. Vervanging van de auto door een nieuw exemplaar van hetzelfde model
2. Terugbetaling van het volledige aankoopbedrag of
3. Een spoedige en definitieve reparatie van het probleem met het vliegwiel en krukaspoelie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 8 januari 2024 is het voertuig aangeboden met daarbij de volgende klachtomschrijving: Bij koude start trilling voelbaar, de gehele auto en voornamelijk voelbaar als de knie tegen de zijkant aan gaat.
De monteur heeft naar aanleiding van deze klachtomschrijving een diagnose uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren dat er af en toe een schommeling voelbaar in de warmloopfase was. De monteur heeft hierop de technische productinformatie (een database van de fabriek) geraadpleegd om na te gaan of er eerder dergelijke meldingen gedaan zijn bij de fabriek. Dit was niet het geval. Er waren op dat moment geen storingen aanwezig in de auto.
Het voertuig is op 14 mei 2024 nogmaals aangeboden met dezelfde klacht.
Onze monteur heeft de technische productinformatie opnieuw geraadpleegd, waarbij het resultaat dezelfde uitkomst had als het eerdere werkplaatsbezoek.
Tijdens dit bezoek hebben wij ook andere voertuigen met dezelfde motor bestudeerd, waarbij ons duidelijk is geworden dat deze motoren dezelfde karakteristieken vertoonden.
Er waren bij dit werkplaatsbezoek wederom geen storingen aanwezig.
Op 5 juli 2024 heeft de consument zich bij de werkplaats gemeld waarna een monteur met de auto heeft gereden. Tijdens deze rit is een trilling waargenomen waarna de monteur het vermoeden heeft uitgesproken dat de oorzaak hiervan zich zou kunnen bevinden in het vliegwiel. Hiervoor is op 30 juli 2024 een vervolgafspraak gepland.
Op deze datum is het voertuig bij onze werkplaats aangeboden met de vraag: ‘De motor trilt stationair graag controleren of dit normaal is’.
De betreffende monteur heeft de technische productinformatie opnieuw geraadpleegd, waarbij het resultaat dezelfde uitkomst had als het eerdere werkplaatsbezoek. De monteur heeft daarnaast de auto uitgelezen.
Er waren op dat moment geen storingen aanwezig.
Wel was er tijdens het proefrijden een trilling voelbaar (licht schudden van het voertuig). Hierna zijn de banden ten opzichte van de velgen gedraaid en opnieuw gebalanceerd om de aanwezige trillingen in de wielen op te lossen. De monteur heeft na deze maatregelen een proefrit uitgevoerd en de betreffende trilling niet meer gevoeld. Van enig probleem in het vliegwiel was geen sprake.
Deze verholpen trilling staat los van de eerder geuite klachten van de consument.
De trilling in de motor – en tijdens stationair draaien – die door de consument wordt ervaren betreft een karakteristiek van het voertuig. Wij kunnen hier geen oplossing voor bieden.
Om deze reden hebben wij voorgesteld om het voertuig aan te laten bieden bij een officiële Audi dealer, voor een second opinion over de klachten omtrent het brandstofverbruik en de stationaire trilling.
Volgens de consument is de auto op 6 februari 2025 aangeboden bij een Audi Dealer in Duitsland waarbij de trilling verder is onderzocht.
Hierin is bevestigd dat de auto geen afwijkingen vertoont.
Zoals eerder aangegeven in onze uiteenzetting kunnen wij geen oplossing bieden voor de trilling die de consument ervaart. Daarnaast herkennen wij ons niet in de klacht met betrekking tot het verbruik van de auto. Wij hebben geen update aan het voertuig uitgevoerd welke hierop betrekking heeft. Er zijn ook geen storingen in de auto aanwezig geweest die dit zouden kunnen beïnvloeden.
Fluctuaties in brandstofverbruik zouden kunnen voortkomen uit rijstijl en weersomstandigheden dit kan de ondernemer niet worden verweten.
Een slag in de krukaspoelie heeft de ondernemer niet ervaren. Van een zogenoemde slag in de krukaspoelie is tijdens geen enkel werkplaatsbezoek sprake geweest.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Het onderzoek door de deskundige
De deskundige heeft de auto onderzocht en zijn bevindingen vastgelegd in een rapport. De inhoud van dit rapport dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De klacht over het trillen en het hoge brandstofverbruik is naar het oordeel van de commissie ongegrond.
Uit het onderzoek van de deskundige komt over het trillen immers het volgende naar voren.
Op basis van de tijdens de meerdaagse proefritten uitgelezen gegevens van de EOBD-diagnose, klopsensoren, cilinder overslag foutdetectie en foutgeheugen, zijn geen technische afwijkingen of storingen geconstateerd. Alle gemeten voertuigparameters, waaronder ontstekingstijdstippen, brandstofinjecties, cilinderbalans en overige relevante motorgegevens, vallen binnen de door de fabrikant opgegeven specificaties en toleranties. Het voertuig functioneert binnen de vastgestelde normen voor motorloop en motormanagement.
Voorts komt uit dit onderzoek van de deskundige over het brandstofverbruik het volgende naar voren.
Tijdens de door hem uitgevoerde proefritten is het voertuig bereden over diverse wegtypes, waaronder snelwegen, provinciale wegen, stedelijke gebieden en situaties met frequent stoppen en optrekken. Het handmatig berekende gemiddelde verbruik van 8,37 L/100 km ligt hiermee in lijn met de praktijkwaarden zoals door bovengenoemde bronnen gemeten. De boordcomputer gaf 7,1 L/100 km aan, wat iets lager is dan het daadwerkelijk gemeten verbruik, wat een gebruikelijke afwijking is bij boordcomputers. Op het voertuig zijn banden gemonteerd met energie-efficiëntieklasse C, wat een invloed heeft op het brandstofverbruik. Het gebruik van zuinigere banden (label A of B) zou het verbruik licht kunnen reduceren, terwijl banden met een lager label het verbruik juist kunnen verhogen. Hiermee kan worden gesteld dat het gemeten verbruik binnen de verwachte marge voor normaal gebruik valt, rekening houdend met het verschil tussen WLTP-testwaarden en praktijkverbruik, evenals de invloed van de gemonteerde banden.
Daartegenover treft de klacht over de slag in de krukaspoelie wel doel.
De deskundige heeft geconstateerd dat de krukaspoelie een slingering vertoont. Naar het oordeel behoeft een consument dit bij aankoop in redelijkheid niet te verwachten en is er sprake van non-conformiteit. Hetgeen de ondernemer en de deskundige daarover hebben gesteld kan daar niet aan afdoen. Echter, tot ontbinding van de koopovereenkomst kan dit niet leiden nu de ondernemer eerst in de gelegenheid moet worden gesteld het gebrek te herstellen.
Dit brengt met zich mee dat voor rekening van de ondernemer deze de betreffende krukaspoelie moet vervangen voor een deugdelijke niet slingerende krukaspoelie binnen een maand na verzending van deze uitspraak.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht wat betreft de krukaspoelie dan ook gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ten dele gegrond en bepaalt dat voor rekening van de ondernemer deze de betreffende krukaspoelie moet vervangen voor een deugdelijke niet slingerende krukaspoelie binnen een maand na verzending van deze uitspraak.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. W.M. Langedijk, leden, op 3 maart 2026.