Nieuwe terugleverbijdrage in variabel contract toegestaan; klacht ongegrond

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Teruglevering    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1238997/1269027

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat de ondernemer geen nieuwe prijscomponent — de terugleverbijdrage — mocht invoeren toen haar vaste contract per 2 januari 2025 automatisch werd omgezet naar een variabel contract. Ook is zij het niet eens met een tariefwijziging per 1 juli 2025. De commissie stelt vast dat de ondernemer de consument meerdere keren tijdig heeft geïnformeerd over het aflopen van het vaste contract, de voorwaarden van het variabele contract én de nieuwe prijscomponent. De consument had ruim de tijd om een ander contract te kiezen of over te stappen, maar deed dat niet. Daardoor is het variabele contract met terugleverbijdrage rechtsgeldig tot stand gekomen. Ook de tariefwijziging per 1 juli 2025 is toegestaan, omdat deze tijdig is aangekondigd en de consument vrij was om het contract op te zeggen. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De commissie beantwoordt de vragen, of de ondernemer bij omzetting van een vast contract in een variabel contract een nieuwe prijscomponent (terugleverbijdrage) mag opnemen en of de ondernemer tijdens de looptijd van het contract, na tijdige aankondiging, de tarieven voor terugleverbijdrage en terugleververgoeding mag wijzigingen, bevestigend.

Beoordeling
In verband met de afloopdatum van het vaste leveringscontract van de consument per 2 januari 2025 is het contract door de ondernemer omgezet naar een variabel contract per 2 januari 2025. Anders dan in het vaste contract houdt het variabele contract een (nieuwe) prijscomponent in, bestaande uit een terugleverbijdrage en de tarifering daarvan. Voor de consument betekent dat een bijdrage van € 405,- voor teruglevering van 2961 kWh.

De consument stelt dat zij niet heeft ingestemd met de omzetting naar een variabel contract en met de daarin opgenomen terugleverbijdrage, terwijl evenmin in het oorspronkelijke (vaste) contract een afspraak is opgenomen dat bij een vervolgcontract nieuwe prijscomponenten kunnen worden ingevoerd.
Voorts beklaagt de consument er zich over dat de ondernemer per 1 juli 2025 een tariefwijziging heeft doorgevoerd, waarvoor de algemene voorwaarden en de productvoorwaarden geen toereikende grondslag bieden.
De consument verzoekt de commissie om te beoordelen:
1. of de ondernemer de terugleverbijdrage van € 405,- op basis van het variabele contract rechtsgeldig in rekening mag brengen;
2. of het toegestaan is om een nieuwe prijscomponent (zoals terugleverbijdrage) in te voeren zonder dat hierover voorafgaand duidelijke en individuele overeenstemming is bereikt;
3. of de aangekondigde wijzigingen per 1 juli 2025 wat betreft terugleverbijdrage en vergoedingen juridisch toelaatbaar zijn.

De ondernemer wijst er naar het oordeel van de commissie terecht op dat hij de consument op 4 oktober 2024, 5 november 2024 en 29 november 2024 heeft geïnformeerd over de afloopdatum van het vast contract en over de mogelijkheid van verlenging daarvan. Bij email van 29 november 2024 is de consument geïnformeerd over de tarieven van een verlengd vast contract en – indien de consument daarvoor niet zou kiezen – over de tarieven van een variabel contract. In een bijlage bij deze email staan uitvoerig en duidelijk de voorwaarden vermeld voor een variabel contract waaronder de nieuwe prijscomponent van de terugleverbijdrage. Het was toen aan de consument om een keuze te maken dan wel (kosteloos) naar een ander soort contract (bv een dynamisch contract) of een andere leverancier over te stappen. Om zich daaromtrent te oriënteren had zij ruim een maand de tijd, die zij evenwel heeft laten verstrijken zonder een keuze te maken, met het gevolg dat haar contract is omgezet naar een variabel contract met de aangekondigde voorwaarden. Een en ander is voldoende duidelijk uitgelegd in de email met bijlagen en de algemene voorwaarden en productvoorwaarden van de ondernemer. De ondernemer heeft op grond hiervan in het kader van het nieuwe contract de terugleverbijdrage aan de consument in rekening mogen brengen.

De ondernemer wijst er naar het oordeel van de commissie terecht op dat de consument tijdig (op 28 mei 2025) is geïnformeerd over de tariefwijziging per 1 juli 2025 waartoe hij op grond van de toepasselijke voorwaarden gerechtigd was. Ook op dat moment stond het de consument vrij om het lopende contract (kosteloos) op te zeggen of over te stappen naar een andere leverancier, hetgeen zij niet heeft gedaan met als gevolg dat het nieuwe tarief per 1 juli 2025 is ingegaan. Daaraan doet niet af dat in het contract of in de voorwaarden niet is vermeld per wanneer tijdens de contractduur een verhoging kon worden verwacht. Doorslaggevend is dat de consument tijdig tevoren geïnformeerd is over de tariefwijziging teneinde haar in staat te stellen zich omtrent alternatieven te oriënteren. Aan die verplichting heeft de ondernemer voldaan.

Het is de commissie overigens opgevallen dat de ondernemer thans ruim tweemaal zoveel kosten (€ 0,13 per kWh) voor teruglevering berekent dan hij vergoedt (€ 0,06 per kWh). Daarover klaagt de consument niet maar de commissie geeft de consument in overweging zulks voor te leggen aan de ACM ter beoordeling.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 oktober 2025.

Opslaan als PDF