Commissie: Energie
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
1318321/1322964
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de afsluiting van de gastoevoer na de meting van een gaslekkage in de woning van de consument op 16 juli 2025.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Na in opdracht van de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden aan een gasleiding werd door de betreffende monteur een meting gedaan, waaruit zou blijken dat sprake was van een lekkage van de binneninstallatie en werd de gastoevoer afgesloten.
Naar de mening van de consument is de gastoevoer op 16 juli 2025 ten onrechte afgesloten. Het was vanwege de bouwvak niet mogelijk om een installateur te vinden, zodat de consument om in zijn basisbehoefte te kunnen voorzien een elektrische boiler en installatiemateriaal moest aanschaffen. De kosten hiervan bedroegen in totaal € 361,67.
Op 29 juli 2025 heeft een gespecialiseerd bedrijf, [bedrijfsnaam], een onderzoek ingesteld en daarbij geen gaslekkage vastgesteld. Hierdoor kon de gastoevoer weer worden aangesloten door een erkende installateur. De kosten bedroegen € 169,40 en zijn door de ondernemer vergoed aan de consument.
De toevoer van gas werd op 27 september 2025 weer hersteld.
De consument verlangt een vergoeding van de door hem gemaakte kosten en een immateriële schadevergoeding voor het onterecht afsluiten van het gas. De ondernemer is tekortgeschoten in de nakoming van een verplichting uit overeenkomst en is gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.
In een uitspraak van 17 maart 2010 heeft de commissie geoordeeld dat een consument recht heeft op een dagvergoeding vanwege een onterechte afsluiting van gas en elektriciteit. Er werd een vergoeding van € 25,- per dag toegekend, te vermeerderen met bijkomende schadeposten, zoals verlies van woongenot en ervaren ongemak.
De consument heeft 73 dagen zonder gas gezeten, zonder dat daarvoor een goede grond bestond. Een redelijke vergoeding, naast de vergoeding wegens de gemaakte kosten, is dan ook geboden.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
De consument heeft nog geen kennis kunnen nemen van het kort voor de zitting ingestuurde aanvullende verweer van de ondernemer. Het stuk dient buiten beschouwing te worden gelaten dan wel dient de consument in de gelegenheid te worden gesteld daarop te reageren.
De consument is ermee akkoord dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 16 juli 2025 is door een in opdracht van de ondernemer werkende aannemer een gaslekkage gemeten in de binnenleiding van de consument. Er werd een drukverschil gemeten dat groter was dan de toegestane norm. Vervolgens heeft de ondernemer uit veiligheidsoverwegingen de gastoevoer afgesloten door de hoofdkraan bij de gasmeter af te sluiten. De ondernemer adviseerde de consument om zijn gasinstallatie te laten controleren en te herstellen, waarna de installatie weer in bedrijf kon worden genomen. De consument heeft dit advies niet direct opgevolgd, maar een elektrische boiler met toebehoren aangeschaft. Na het indienen van de klacht door de consument bij de ondernemer op 28 juli 2025, adviseerde de ondernemer nogmaals om zijn gasinstallatie te laten onderzoeken.
Daarop heeft de consument via zijn rechtsbijstandsverzekeraar lekdetectiebedrijf [bedrijfsnaam] ingeschakeld. [Bedrijfsnaam] heeft op 29 juli 2025 onderzoek verricht in de woning van de consument, en daarbij blijkens het gestelde in de rapportage, geen drukverlies gemeten. De ondernemer begrijpt dat de consument daaruit afleidt dat geen sprake is geweest van een gaslekkage. Op 1 augustus 2025 gaf de ondernemer telefonisch aan de installateurskosten, noodzakelijk om de gaslevering te hervatten, te vergoeden aan de consument. De consument heeft vervolgens een installateur benaderd, die de gastoevoer op 27 september 2025 heeft hersteld. De kosten hiervan zijn door de ondernemer op 9 oktober 2025 voldaan.
De ondernemer is niet tekortgeschoten in zijn verplichtingen jegens de consument. Op grond van artikel 9.1 van de AV was de aannemer namens de ondernemer gerechtigd het gasttransport te onderbreken indien dit naar zijn oordeel in het belang van de veiligheid noodzakelijk of gewenst is.
Bovendien is de aanschaf van een boiler met installatiemateriaal niet aan te merken als redelijke kosten ter voorkoming en beperking van schade en komen als zodanig niet in aanmerking voor een vergoeding. Een daggeldvergoeding is evenmin aan de orde omdat de periode van de gasafsluiting geheel aan de consument is te wijten. Bij een onmiddellijke actie van diens kant, zou de onderbreking van zeer korte duur zijn geweest.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
Het komt helaas wel vaker voor dat stukken om organisatorische redenen laat worden ingestuurd.
De ondernemer kan ermee instemmen dat de behandeling wordt aangehouden en de consument alsnog in de gelegenheid wordt gesteld in te gaan op het aanvullende verweer van de ondernemer.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over een naar zijn mening onterechte afsluiting van de gastoevoer in verband met een vermeende lekkage in de binnenleiding.
De ondernemer voert verweer, maar dient kort voor de zitting nog een aanvullend verweerschrift in, waarvan de consument en zijn raadsvrouw niet tijdig kennis van hebben kunnen nemen.
De commissie is van mening dat het betreffende stuk te laat is ingediend en om die reden in beginsel buiten beschouwing zou moeten blijven, maar ziet in het kader van een goede rechtsbedeling aanleiding om het stuk wel te accepteren en de verdere behandeling van het geschil aan te houden om de consument in de gelegenheid te stellen – alsnog – daarop te reageren. Daarbij geeft de commissie de consument in overweging om dit stuk voor te leggen aan [bedrijfsnaam] en dat bedrijf om een reactie te vragen en deze te delen.
Voorts verzoekt de commissie aan de ondernemer het volgende. Uit de stukken blijkt dat de ondernemer en de aannemer de situatie na 16 juli 2025 meerdere keren hebben beoordeeld en aanwezig waren bij het onderzoek van [bedrijfsnaam]. De commissie wordt graag alsnog op de hoogte gesteld van de inhoud van die bevindingen en beoordelingen van de ondernemer en de aannemer.
Gelet op een en ander zal de commissie de verdere behandeling aanhouden en de consument in de gelegenheid stellen op het nadere verweer van de ondernemer te reageren. Zo nodig kan de ondernemer daarop nog kort reageren en gelijktijdig de hiervoor genoemde informatie aan de commissie en de consument verstrekken.
Vervolgens zal de commissie verder bindend adviseren op basis van de stukken tenzij een partij aangeeft prijs te stellen op een nadere mondelinge behandeling.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Partijen handelen als hiervoor is overwogen
De commissie houdt iedere – verdere – beslissing aan.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 23 februari 2026.