Commissie: Energie
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
204222/212577
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Samenvatting
De ondernemer heeft een jaarnota gestuurd over een periode van zes maanden. Op de vraag van de consument of er geen sprake was van een verkapte tussentijdse saldering kwam telefonisch een reactie waar de consument het niet mee eens is. De consument heeft het creditbedrag, dat in de nota stond, geretourneerd.
De consument is nu alweer twee maanden bezig om het bedrag betaald te krijgen.
De consument wil een schriftelijke reactie en het openstaande bedrag van € 520,08 uitbetaald krijgen.
Beoordeling
Uit de stukken die de commissie gekregen heeft, blijkt het volgende.
De consument heeft op 25 mei 2021 een vijfjarig leveringscontract gesloten met de ondernemer voor de levering van energie.
De levering door de ondernemer aan de consument is op 30 juni 2021 gestart. De eerste jaarafrekening is opgemaakt met een voor de ondernemer kennelijk afwijkende periode als gevolg van de ingangsdatum van de leveringsovereenkomst.
De ondernemer heeft vervolgens een jaarafrekening opgemaakt over de periode 1 juni 2022 tot 1 december 2022 en daartegen maakt de consument bezwaar.
Dat daarmee van een verkapte saldering sprake is geweest waar de consument kennelijk bang voor is, is naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk geworden.
De ondernemer heeft aangegeven dat die nota over een kortere periode is opgemaakt met het oog op de per 1 januari 2022 te verwachten wijzigingen in onder andere de energiebelasting, de heffingskortingen en de netbeheerderskosten.
Door de eerste jaarafrekening eerder op te maken over het laatste halve jaar van 2022 is deze overzichtelijker gelet op de verwachte veranderingen, zegt de ondernemer.
De commissie heeft geen aanleiding om aan die uitleg te twijfelen. Met salderen heeft die eerste nota over een kortere periode niets te maken, ervan uitgaande dat de ondernemer de volgende jaarafrekeningen ook over de periode 1 december tot 1 december van het daaropvolgende jaar laat lopen.
De commissie zou niet weten waarom de ondernemer onder de gegeven omstandigheden de eerste keer niet zou mogen afwijken van de gebruikelijke termijn van een jaar om het verbruik van de consument af te rekenen.
Kennelijk heeft de consument op grond van de nota over de periode van 1 juni 2022 tot 1 december 2022 minder energie verbruikt dan waarvoor hij met zijn voorschotten heeft betaald. Waarom hij het bedrag dat hij tegoed had niet heeft geaccepteerd en terug heeft gestort naar de rekening van de ondernemer weet ook de commissie niet.
Waarom de consument dat bedrag nu weer wel weer ontvangen, heeft de consument de commissie niet duidelijk gemaakt.
De commissie hanteert als uitgangspunt dat een consument niet meer betaalt dan hij heeft verbruikt. De commissie gaat er daarom van uit dat de ondernemer ervoor zal zorgen dat het te veel betaalde bedrag op de een of andere manier ten goede is gekomen of zal komen aan de consument.
De consument heeft zich ook beklaagd over het feit dat de ondernemer hem geen schriftelijke reactie heeft gestuurd. De commissie vindt dat de consument op dit punt onvoldoende uitleg heeft gegeven aan de commissie en doordat de consument niet ter zitting is verschenen, heeft de commissie ook daarover geen duidelijkheid gekregen.
De commissie vindt de klachten van de consument dan ook ongegrond en zal daarom als volgt beslissen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 9 juli 2024.