Geen tussentijdse rapporten door storing; jaarafrekening blijft geldig

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311220/1317551

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt dat hij geen tussentijdse energierapporten ontving door een storing, waardoor hij niet kon zien dat zijn verbruik opliep en dus niet kon ingrijpen. Hij vindt dat de ondernemer daardoor zijn informatieplicht heeft geschonden en dat de hoge jaarafrekening van ruim € 6.000,- moet worden gecorrigeerd. De ondernemer stelt dat de jaarafrekening klopt omdat deze is gebaseerd op juiste begin- en eindstanden van de slimme meter. Door de storing ontving hij simpelweg geen meterstanden van de netbeheerder en kon hij daarom geen maandelijkse overzichten sturen. De commissie bevestigt dat de meterstanden niet worden betwist en dat de ondernemer geen tussentijdse rapporten hoefde te leveren als de gegevens niet beschikbaar waren. Hoewel de ondernemer maandelijks een verbruiks- en kostenoverzicht had moeten sturen, leidt het niet nakomen van die verplichting niet tot vermindering van de energierekening, omdat de wet daar geen sanctie voor biedt. De ondernemer hoeft ook niet mee te zoeken naar de oorzaak van het hoge verbruik. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en gaat het volledige depotbedrag van € 6.041,74 naar de ondernemer.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument beklaagt zich er kort gezegd over dat de ondernemer tekort is geschoten in zijn informatieplicht door geen periodieke tussentijdse energierapporten aan hem te verstrekken, waardoor het voor hem onmogelijk geweest om tijdig te sturen op het verbruik. Daarom acht de consument de ondernemer gehouden een correctie op de jaarafrekening toe te passen. Uit artikel 10 lid 3 van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie volgt dat de ondernemer niet gehouden is een periodiek verbruiks- en indicatief kostenoverzicht aan de consument te verstrekken, indien de desbetreffende gegevens niet voor de ondernemer beschikbaar zijn. Dat is in casu het geval. Klacht ongegrond.

Beoordeling
De consument beklaagt zich er kortgezegd over medio mei 2025 een op basis van door de slimme meter geregistreerde meterstanden gebaseerde exorbitant hoge jaarafrekening voor elektra en gas van de ondernemer te hebben ontvangen (ten bedrage van ruim € 6.000,-). Dit terwijl hij, zo stelt hij, niet woonachtig is geweest op het adres vanwege een renovatie. Door een storing is hij tussentijds niet op de hoogte gesteld van dit verbruik door middel van dagelijkse meterstanden en of maandelijkse rapporten. De ondernemer wil of kan na herhaaldelijk verzoek de meterstanden als bewijsvoering niet aanleveren, terwijl leveranciers verplicht zijn om de consument tijdig, correct en volledig te informeren over verbruik en kosten. De consument stelt dat het voor hem niet duidelijk is waar dit verbruik vandaan komt en dat de ondernemer weigert mee te zoeken naar de oorzaak en een oplossing (herzien van de jaarrekening). De consument verwijt de ondernemer een nalatige dienstverlening. Doordat de meterstanden wegens de storing niet werden aangeleverd is de ondernemer tekortgeschoten in zijn informatieplicht, aldus de consument. Aldus is het voor hem onmogelijk geweest om tijdig te sturen op het verbruik en daarom acht de consument de ondernemer gehouden een correctie op de jaarrekening toe te passen.

De ondernemer heeft kortgezegd het volgende verweer gevoerd. De jaarafrekening van € 6.041,74 is gebaseerd op een harde beginstand en een harde eindstand. Daarmee staat het geregistreerde verbruik objectief vast. De door de consument aangehaalde communicatiestoring doet niets af aan de juistheid van de meterstanden op basis waarvan de jaarafrekening is opgesteld en is evenmin een grond om het gefactureerde verbruik (gedeeltelijk) te laten vervallen. De wettelijke informatieplicht is ingevuld doordat de ondernemer een duidelijk jaaroverzicht heeft verstrekt; het ontbreken van aanvullende tussentijdse rapportages is weliswaar hinderlijk voor hem, maar heeft geen invloed op de betalingsverplichting voor het daadwerkelijk afgenomen verbruik. Ook de omstandigheid dat hij stelt niet in de woning te hebben gewoond, dan wel renovatie heeft laten uitvoeren, ligt in de risicosfeer van de consument en vormt geen grond voor creditering door de ondernemer.
Ter zitting heeft de ondernemer voorts nog aangevoerd dat de verplichting om periodieke energierapporten aan de consument te verstrekken niet van toepassing is indien de ondernemer geen meterstanden doorkrijgt van de netbeheerder.

Gelet op het voorgaande acht de commissie om de hiernavolgende redenen de klacht van de consument ongegrond.
Tussen partijen is niet in geschil dat de jaarafrekening is gebaseerd op een juiste door de slimme meter geregistreerde beginmeterstand en eindmeterstand. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de ondernemer in de tussenliggende periode door een storing geen meterstanden van de netbeheerder aangeleverd gekregen op grond waarvan hij periodieke energierapporten aan de consument heeft kunnen verstrekken. Voorts is niet komen vast te staan dat de ondernemer anderszins meterstanden heeft verkregen op grond waarvan hij periodieke energierapporten heeft kunnen opstellen. Uit artikel 7 van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie volgt dat de ondernemer echter wel gehouden is ten minste iedere maand een verbruiks- en indicatief kostenoverzicht aan de consument te verstrekken. Het niet nakomen van de verplichting om maandelijks een verbruiks- en indicatief kostenoverzicht te verstrekken heeft echter niet tot gevolg dat dit tot toewijzing van het door de consument gevorderde zou kunnen leiden. Sancties voor overtredingen van het ‘Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie’ worden geregeld via het Besluit bestuurlijke boeten energie gerelateerde producten. En dit Besluit voorziet niet in de door de consument gewenste sanctie. De ondernemer is ook niet gehouden mee te zoeken naar een verklaring voor het geregistreerde verbruik.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht niet tot toewijzing van het gevorderde kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 6.041,74.

Depotverrekening, bedrag aan consument € 0,-.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 18 december 2025.

Opslaan als PDF