Commissie: Energie
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1311650/1319373
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat de eindafrekening niet klopt en dat de ondernemer verkeerd heeft gesaldeerd. Hij verwijst naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden en vraagt om een hogere vergoeding én proceskosten. De ondernemer betwist dit, maar bood uit coulance aan om alle inkoopvergoedingen over de hele contractperiode kwijt te schelden en € 200,- te vergoeden. De consument wees dit af. De commissie oordeelt dat de berekening van de ondernemer juist is: omdat inkoopvergoedingen voor levering en teruglevering gelijk zijn, maakt de gekozen rekenmethode geen verschil. Het aangehaalde arrest is volgens de commissie niet vergelijkbaar. De consument koos bewust voor een dynamisch contract met saldering per uur en marktprijzen per uur, en de ondernemer heeft dit steeds duidelijk gecommuniceerd. Saldering per uur is een toegestaan en essentieel onderdeel van dynamische contracten. Daarom is de handelwijze van de ondernemer niet in strijd met de wet en wordt de klacht volledig afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument klaagt dat de eindafrekening van ondernemer niet klopt en wenst correctie conform hetgeen is overeengekomen en volgens wat de Elektriciteitswet ar 31c lid 1 voorschrijft.
Consument doet een beroep op het recente arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2025. (ECLI:NL:GHARL:2025:7500).
Ook verzoekt consument een proceskostenvergoeding.
Ondernemer acht de klacht van consument met betrekking tot wijze van berekenen niet gegrond, maar heeft uit coulance aangeboden om alle inkoopvergoedingen op zowel levering als teruglevering kwijt te schelden over de volledige leverperiode alsook de door consument gemaakte kosten bij de Geschillencommissie, per saldo een coulance vergoeding van afgerond op € 200,- zonder erkenning van enige aansprakelijkheid.
Ondernemer acht de door consument aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof niet van toepassing, omdat de omstandigheden en uitvoeringswijze niet vergelijkbaar zijn.
Consument heeft het aanbod van ondernemer niet geaccepteerd.
Beoordeling
Waar consument klaagt over een onjuiste rekenmethodiek in de afrekening, acht de commissie de klacht ongegrond, wegens gebrek aan belang. Rekenkundig gezien komt de berekening immers op hetzelfde neer, aangezien de inkoop vergoedingen (V) voor levering (L) en teruglevering (T) in het contract van consument hetzelfde zijn, immers L x V – T x V = (L -T) x V.
Waar consument stelt dat op grond van het door consument aangehaalde arrest nog een hogere vergoeding aan de orde zou zijn, en gebruik en verbruik per jaar gesaldeerd moet worden, acht de commissie de omstandigheden en de uitvoeringswijze van betreffende ondernemer in de door het Hof beoordeelde casus niet vergelijkbaar.
Meer in het algemeen onderkent de commissie dat de wetgever de salderingsregeling in 2004 heeft geïntroduceerd om de productie van duurzame elektriciteit door kleinverbruikers te stimuleren en de kleinverbruiker die duurzame energie opwekt een voordeel te bieden, maar de commissie onderkent ook het gegeven dat in 2004 de populariteit van de salderingsregeling niet voorzien werd (althans niet door de wetgever) en evenmin de gevolgen daarvan. De commissie stelt vast dat de gevolgen, zoals bijvoorbeeld netcongestie, inmiddels hebben geleid tot correcties op de stimulans voor kleinverbruikers om duurzame energie op te wekken. Energieleveranciers is bijvoorbeeld de mogelijkheid geboden (met toestemming van de ACM) om redelijke terugleverkosten in rekening te brengen sinds medio 2024. De commissie stelt ook vast dat er bij invoering van de salderingsregeling geen of nauwelijks slimme meters waren en er geen dynamische contracten werden aangeboden die met die slimme meters tarifering per uur konden aanbieden. De commissie stelt voorts vast dat er inmiddels al enkele jaren wel dynamische contracten bestaan, gebaseerd op dit principe met toestemming van de ACM.
De consument zegt te hebben gekozen voor een dynamisch contract, maar daar spijt van te hebben, omdat prijsafrekening niet per jaar gebeurt, terwijl hij anderszins wel blijkt geeft van kennis van de contractuele bepalingen waarin sprake is van saldering per uur, hantering van marktafhankelijke uurprijzen waar het gaat om prijsafrekening. Ook geeft consument blijk van de werkwijze van ondernemer met maandfacturen, waaruit ondermeer saldering per uur blijkt, alsook de bijstelling per maand van het in rekening te brengen voorschot.
De ondernemer heeft consument steeds geïnformeerd dat levering en teruglevering wordt verrekend per uur, zoals gangbaar is bij dynamische energie overeenkomsten.
De commissie is van oordeel dat het systeem van saldering per uur tegen de geldende marktprijs een essentieel onderdeel is van een dynamisch leveringscontract van elektriciteit en dat dergelijke contracten al jaren zijn toegestaan. Naar het oordeel van de commissie is de handelwijze van de ondernemer niet in strijd met wet- en regelgeving.
Op grond van bovenstaande is de commissie van oordeel dat ook deze klacht niet is gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst al hetgeen verzocht is af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 29 januari 2026.