Commissie: Energie
Categorie: meterstoring
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullende informatie nodig
Referentiecode:
1232266/1272661
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg een hoge jaarafrekening omdat haar elektriciteitsmeter lange tijd geen verbruik registreerde. De meter is in maart 2025 vervangen en daarna heeft de ondernemer een grote correctie berekend. De consument vindt deze berekening onduidelijk en oneerlijk. De ondernemer zegt dat de correctie klopt, maar heeft geen volledige uitleg gegeven. Ook is niet duidelijk wat er is gebeurd met eerdere jaarnota’s en betaalde voorschotten. De commissie vindt dat er te veel onduidelijk is om een beslissing te nemen. De ondernemer moet een nieuwe, duidelijke jaarnota en alle berekeningen van de netbeheerder aanleveren. De netbeheerder moet uitleg geven over de berekeningen én waarom het twee jaar duurde voordat de meter werd vervangen. Pas daarna volgt een eindbeslissing.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft het op de jaarafrekeningen van 17 april 2025 en de nadien gecorrigeerde jaarnota in rekening gebrachte verbruik van energie.
De consument heeft op 22 april 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Begin februari 2025 kwam de consument erachter dat haar elektriciteitsmeter stilstond. Zij gaf dat door aan de ondernemer, die ging er werk van maken. In maart 2025 plaatste de netbeheerder een nieuwe meter. Ook in maart 2025 kreeg de consument te horen dat haar meter vanaf 2023 tot februari 2025 geen verbruik had geregistreerd. De consument kreeg te horen dat een correctieberekening is gemaakt die betrekking had op het verbruik in maart 2025, op de nieuwe meter, die wordt gebruikt om het verbruik vanaf 2023 tot februari 2025 te berekenen en in rekening te brengen.
De consument vindt dit oneerlijk. Het is niet haar schuld dat de meter stilstond. Het verbruik is onbekend. De consument was al vanaf 2021 klant van de ondernemer dus kon een berekening maken. Na ontvangst van de jaarnota van 17 april 2025 met een bij te betalen bedrag van € 2.083,61 belde de consument met de netbeheerder over de hoogte van dit bedrag. De netbeheerder gaf aan dat via de ondernemer om een herberekening kon worden verzocht. De ondernemer gaf aan at niet zomaar kon en dat daarvoor een gegronde reden moest zijn. De consument werd maanden aan de lijn gehouden. Op 24 juni 2025 liet de ondernemer weten dat er geen herberekening zou worden gemaakt. De consument hierna weer met de netbeheerder en die gaf aan dat de consument recht had op een herberekening.
Na het indienen van de klacht belde de ondernemer de consument om te kijken of ze er samen konden uitkomen. Dat lukte niet. Wel was er inmiddels een korting gegeven op het te betalen bedrag, maar het was niet duidelijk of de maandelijkse betalingen die de consument vanaf 2023 had gedaan daarvan waren afgetrokken. De consument wil dat de commissie dit verder uitzoekt.
Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De consument heeft alleen een bericht gekregen dat het te betalen bedrag is verlaagd naar € 1.213,18, maar verder geen uitleg. Ook is het de consument niet duidelijk dat de door haar betaalde voorschotten zijn verrekend en ook niet wat de status is van het door haar terug te ontvangen bedrag van € 406,52 op de jaarnota van 19 maart 2024.
Zij is ermee akkoord dat de verdere inhoudelijke behandeling wordt aangehouden en dat de netbeheerder in het geschil wordt betrokken.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De levering aan de consument is op 15 maart 2022 gestart op basis van een drie jarig contract. Vanaf de startdatum werden iedere maand oplopende standen uitgelezen. In de periode van 1 april 2023 tot 15 juni 2023 werd door de ondernemer eenzelfde stand uitgelezen. Eenmalig werd op 15 juni 2023 nog een oplopende stand uitgelezen. Bij het uitlezen ontving de ondernemer geen storingscode, zodat geen actie werd ondernomen. De consument ontving iedere maand een energierapport met daarop een nul verbruik van elektriciteit, maar heeft daarover geen contact met de ondernemer opgenomen.
Op 15 maart 2024 las de ondernemer de meterstanden uit. Daaruit bleek van een veel lager jaarverbruik dan het jaar daarvoor. De bij de consument opgevraagde en door haar toegestuurde standen bleken identiek, waarna op 19 maart 2024 de jaarnota is opgemaakt, met een tegoed van € 406,52.
Pas op 9 januari 2025 neemt de consument contact op met de ondernemer en geeft zij aan dat de meterstand van de elektriciteitsmeter niet oploopt. Op dat moment werd het voor de ondernemer duidelijk dat er met de meter iets aan de hand was en wordt het proces “meterstoring” in gang gezet. Dit leidde ertoe dat de meter door de netbeheerder op 12 maart 2025 wordt vervangen.
Op 17 april 2025 ontving de ondernemer een verbruikscorrectie van de netbeheerder. Daarbij werd het Standaard Jaar Verbruik (SJV) gebaseerd op het verbruik op de nieuwe meter opnieuw bepaald en het verbruik van de consument over een periode van twee jaar berekend. Een controle van deze berekening door de ondernemer geeft praktisch een gelijke uitkomst. Hierna trekt de ondernemer de jaarnota van 19 maart 2024 terug en maakt een nieuwe jaarnota over een periode van twee jaar. De daarbij gehanteerde tarieven zijn overeenkomstig het vaste contract. Het bij te betalen bedrag is € 2.083,61. Ook dient de consument het door haar ten onrechte ontvangen bedrag van de jaarnota van 19 maart 2024 ten bedrage van € 406,52 terug te betalen. Op 18 april 2025 liet de consument weten het niet eens te zijn met de berekening en vroeg zij om herziening. Er was geen reden om te twijfelen aan de verbruikscorrectie, toch wilde de ondernemer meewerken aan het verzoek en werd om een onderbouwing van het verzoek aan de consument gevraagd. Die werd niet ontvangen zodat de ondernemer op dat moment geen herziening vroeg aan de netbeheerder.
Na het indienen van de klacht legde de consument in een telefoongesprek uit waarom zij het niet eens is met de verbruikscorrectie. Hiervoor toonde de ondernemer begrip en vroeg alsnog aan de netbeheerder, nu gebaseerd op 5 maanden verbruik op de nieuwe meter. De herziening leidde tot een vermindering met 2.346 kWh en een verlaging van het bij te betalen bedrag met € 870,43.
De consument bleef echter oneens met het in rekening gebrachte verbruik en verzocht nogmaals om een herziening. Daarop is de ondernemer niet ingegaan omdat de bewijsvoering van de consument ontbrak. Het zou dan logisch zijn het vermeend lager elektriciteitsverbruik te vergelijken met het ook lagere gasverbruik, maar daarvan was geen sprake in de door de consument gewenste referentieperiode van 2022. Een correctie zou dan ook nadelig zijn voor de consument.
De ondernemer was bereid een ruime betalingsregeling aan te bieden, maar de consument wilde de uitspraak van de commissie afwachten.
Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Het tegoed op de jaarnota van 19 maart 2024 is niet aan de consument uitgekeerd, maar tegen geboekt. De ondernemer is voldoende transparant geweest.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hoogte van de door de ondernemer aan haar in rekening gebrachte correctievergoeding wegens het gedurende geruime tijd niet geregistreerde verbruik van elektriciteit op de elektriciteitsmeter. Ook de tweede correctie, die een beduidende verlaging van het bij te betalen bedrag inhield, heeft niet haar instemming omdat het haar niet duidelijk hoe is deze tot stand gekomen is.
De commissie is van oordeel dat zij op dit moment niet in staat is een beslissing te nemen die aan beide partijen recht doet en zal om die reden een tussenadvies geven.
Zonder vooruit te lopen op haar beslissing in deze zaak is de commissie van oordeel dat vooralsnog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de inhoud van de tweede correctie, nu daarvan slechts een mededeling, maar geen specificatie is overgelegd. Het ligt op de weg van de ondernemer om met een nieuwe gecorrigeerde jaarnota te komen, die helder en transparant is en daarbij dient niet alleen de uitkomst van de door de netbeheerder gemaakte (SJV) berekening te worden overgelegd, maar ook de berekening zelf. Bovendien dient duidelijk te worden welke termijnbetalingen door de consument zijn gedaan in de periode dat de meter stilstond en dient ook opheldering te worden verschaft over de jaarnota van 19 maart 2024. Is het saldo nu wel of niet uitbetaald, en zo nee op welke wijze is dat verwerkt.
De commissie is voorts van oordeel dat de netbeheerder in dit geschil moet worden betrokken om uitleg te geven over de diverse berekeningen van het SJV. Deze berekeningen dienen te worden overgelegd. Ook dient de netbeheerder zich uit te laten over de omstandigheid dat het 2 jaar heeft geduurd alvorens de meter werd vervangen en dient hij aan te geven wanneer de meter voor het laatst was onderzocht in het kader van de verplichting om de meetinrichting eenmaal per 36 maanden te controleren.
Gelet op het bovenstaande zal de commissie een tussenadvies geven waarbij de ondernemer wordt verzocht zich nader uit te laten en de netbeheerder in het geding wordt betrokken.
Partijen dienen schriftelijk te reageren. De door de commissie ontvangen stukken zullen aan de andere partijen worden gestuurd die daarop met inachtneming van een termijn van 14 dagen kunnen reageren. Partijen kunnen aangeven een nadere mondelinge behandeling te verlangen. Bij gebreke van een dergelijk verzoek zal de commissie op basis van de stukken verder bindend adviseren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer handelt als hiervoor is overwogen.
De netbeheerder, [netbeheerder], wordt in het geding betrokken en wordt verzocht om een standpunt in te nemen, met name over hetgeen hiervoor in dit tussenadvies is overwogen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 17 oktober 2025.