Klacht deels gegrond: ondernemer gaf te late toelichting op verbruiks­correctie

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening / Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1295922/1309452

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vond dat in januari 2025 een veel te hoog stroomverbruik was berekend. De ondernemer erkende dat er een fout was gemaakt in de dalmeterstand, maar legde pas tijdens de procedure goed uit hoe de correcties waren uitgevoerd. De commissie ziet dat de ondernemer het totale verbruik correct heeft herberekend en dat de consument hierdoor zelfs gunstiger uitkwam, omdat een groot deel van het verbruik tegen lagere tarieven van januari 2025 is afgerekend. Daarom wordt de inhoudelijke klacht afgewezen.
Wel vindt de commissie dat de ondernemer te laat duidelijkheid gaf. Daarom moet hij het klachtengeld aan de consument terugbetalen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument stelt dat in januari 2025 een te hoog verbruik gemeld wordt. De ondernemer licht die vermelding in de loop van de procedure toe. De toelichting acht de commissie passend. Doordat de toelichting te laat wordt gegeven, dient de ondernemer het klachtengeld aan de consument te vergoeden.

Beoordeling
De consument betoogt dat in januari 2025 een foutieve dalmeterstand is ingevoerd (in januari 2025 een verbruik van 2.775,78 kWh bij een jaarverbruik van maximaal 996 kWh). Daardoor is aan hem te veel berekend en is bovendien een te hoog termijnbedrag vastgesteld. De ondernemer erkent de fout, maar weigert de betreffende jaarrekening aan te passen. Op de toegezonden correctienota’s is eerst in de loop van deze procedure een toelichting gegeven, waardoor het handelen van de ondernemer niet transparant was.
De ondernemer voert aan dat de netbeheerder op 21 januari 2025 een controle bij de consument heeft uitgevoerd. Hoewel de consument over een conventionele meter beschikt, waarop sinds 1 juli 2021 alleen een normaaltarief van toepassing is, registreerde de meter het verbruik voornamelijk onder het daltarief, op basis waarvan in de betreffende jaren afgerekend is. De ondernemer heeft de jaarrekeningen 2022/2023 en 2023/2024 herzien door alleen het werkelijke dal- en normaalverbruik te handhaven (in totaal over de periode 1 juli 2021 tot 2 januari 2025 1.316 kWh). Als gevolg van de correcties is een groot deel van het verbruik (2.750 kWh) administratief verschoven naar de periode 2 januari tot 21 januari 2025 (over de periode 21 januari tot 6 juli 2025 is nog 434 kWh berekend, zodat het gehele afgerekende verbruik over de periode 1 juli 2021 tot 6 juli 2025 conform de meterstanden 4.500 kWh bedraagt). Bedoelde verschuiving is in het voordeel van de consument, omdat de tarieven in januari 2025 lager waren dan in voorgaande jaren.

Anders dan de consument aanvoert is de verwisseling van dal- en normaaltarief toe te rekenen aan de netbeheerder. De commissie constateert dat de ondernemer op een juiste wijze correcties heeft uitgevoerd en het verbruik op een voor de consument gunstige wijze heeft afgerekend. Het totale verbruik in de periode 1 juli 2021 tot 6 juli 2025 bedroeg 4.500 kWh, waarvan 2.750 kWh als fictief verbruik afgerekend is tegen de lagere tarieven van januari 2025. Omdat zulks in het voordeel van de consument is, wordt de klacht in zoverre afgewezen. Ter zitting bevestigde de ondernemer nog dat het maandbedrag gebaseerd is op het huidige verbruik, welk betoog de consument niet weersproken heeft, zodat ook in zoverre de klacht afgewezen wordt. De consument verwijst nog naar een brief van de ondernemer d.d. 12 april 2025, waarin gesproken wordt over een “error” op 2 januari 2025 binnen de meterstanden. Er wordt in die brief gesproken over geschat verbruik dat niet meegenomen wordt naar de jaarnota. Naar uit het voorgaande volgt is die brief onjuist, alleen al omdat geen sprake is van geschatte standen. Wel constateert de commissie dat de ondernemer aan de consument eerst een passende toelichting heeft gegeven nadat de consument bij de commissie een klacht had ingediend. In zoverre was het handelen van de ondernemer niet transparant. Dat leidt ertoe dat de klacht op dat punt gegrond wordt geoordeeld, zodat door de ondernemer aan de consument het klachtengeld vergoed dient te worden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Inhoudelijk wordt de klacht afgewezen, doch gezien de eerst in de loop van de procedure gegeven toelichting wordt de klacht deels gegrond bevonden.

Op grond van het voorgaande dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 18 november 2025.

Opslaan als PDF