Klacht deels gegrond: jaarnota klopt, maar ondernemer moet redelijke betalingsregeling aanbieden

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening / Verbruik    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1294705/1313396

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat de jaarnota 2024–2025 niet klopt, dat de communicatie onzorgvuldig was en dat de administratie fouten bevatte. Ze wil kwijtschelding of verlaging van het bedrag van € 1.682,09. De commissie ziet dat de meterstanden grotendeels door de consument zelf zijn doorgegeven en dat er geen aanwijzingen zijn voor een defecte meter. Het hogere verbruik is niet onmogelijk en kan niet aan de ondernemer worden verweten. Ook de aanpassingen van de maandtermijnen zijn volgens de regels gedaan. Wel vindt de commissie dat de ondernemer in februari 2025 een te laag voorschot heeft vastgesteld zonder te kijken naar het werkelijke verbruik. Daardoor liep de consument later tegen een hoge naheffing aan. Op grond van redelijkheid en billijkheid moet de ondernemer daarom een redelijke betalingsregeling aanbieden. De commissie bepaalt dat de consument het volledige bedrag moet betalen, maar dat de ondernemer een betalingsregeling van 15 maanden moet aanbieden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument klaagt over een onredelijke jaarafrekening, onzorgvuldige communicatie en fouten in de administratie. Consument wil kwijtschelding van de jaarnota 2024-2025 danwel matiging. De jaarnota 2024-2025 resulteerde in een nog te betalen bedrag door consument van € 1.682,09 welk bedrag consument zei niet (ineens) te kunnen betalen.
Ondernemer betwist dat jaarnota 2024-2025 niet klopt en heeft voorstellen gedaan voor een betalingsregeling met meerdere termijnen, waaronder een voorstel van 24 termijnen. Maar over een betalingsregeling zijn partijen het niet eens geworden.

Beoordeling
De commissie stelt vast:
• dat partijen een overeenkomst tot levering van elektriciteit en gas hebben gesloten in oktober 2022 en dat deze overeenkomst meerdere malen is verlengd;
• dat de jaarrekening 4 mei 2023 tot 4 mei 2024 resulteerde in een nabetalingsverplichting van consument van € 305,49 op grond waarvan een nieuw voorschotbedrag van € 123,- werd berekend en later, na verlenging van het contract in februari 2025 met voordeliger leveringstarieven, een nieuw voorschotbedrag van € 49,72 werd berekend;
• dat de jaarrekening 04 mei 2024 tot 04 mei 2025 resulteerde in een nabetalingsverplichting van consument van € 1.682,09 omdat de voorschotten niet voldoende waren voor een verbruik dat dubbel zo hoog bleek als in het vorige jaar. Ook dat vervolgens een nieuw voorschot bedrag van
• € 198,- werd berekend;
• dat consument inmiddels een contract is aangegaan met een andere leverancier en thans en maandtermijn betaald van € 160,- naar eigen zeggen van consument;
• dat door De Geschillencommissie aan consument een depotontheffing is verleend op 25 november 2025.

Waar consument klaagt dat de jaarafrekening 2024-2025 niet klopt en herzien moet worden op basis van correcte en controleerbare gegeven, in het bijzonder dat de meterstanden niet kloppen acht de commissie de klacht ongegrond.
Uit de jaarafrekening 2024-2025 blijkt immers dat de eindstand de stand is die opgenomen is door de consument (k) zelf. Ook dat tussentijds verwerkte meterstanden grotendeels zijn opgenomen door consument zelf (k) en slechts af en toe zijn berekend (b) en dan aansluiten op of in lijn zijn met de eerdere standen die door consument zelf zijn opgenomen.

Waar consument klaagt dat het verbruik niet kan kloppen, omdat zij dit onrealistisch hoog vindt (ca het dubbele van het jaar ervoor), omdat zij zich niet bewust is van hoger verbruik anders dan zij in het laatste jaar elektrisch is gaan koken, acht de commissie die klacht eveneens ongegrond, omdat dit niet-weten niet aan ondernemer kan worden tegengeworpen, temeer omdat niet gebleken is of aannemelijk is dat de gas en elektriciteitsmeters niet juist zouden hebben gefunctioneerd in enige periode in dat jaar, en voorts omdat het hogere verbruik geenszins als onmogelijk kan worden gekwalificeerd in een huishouden met meer kinderen.

Waar consument klaagt dat de maandelijkse termijnen steeds zijn aangepast zonder overleg of toelichting en dit gevolg heeft voor, naar de commissie begrijpt, haar mogelijkheid van budgettering, acht de commissie die klacht ongegrond, waar op de jaarafrekeningen tevens is vermeld dat een nieuwe maandtermijn is berekend op grond van het verbruik in het vorige jaar, te weten € 123,- per juli 2024 respectievelijk € 198,- per juli 2025.

Waar consument klaagt over de tussentijdse herberekening die werd gedaan in februari 2025, resulterend in een maandtermijn van € 49,72 om reden van een contractverlenging in die maand tegen gunstiger voorwaarden (maar naar blijkt zonder enige tussentijdse check op het verbruik in de achterliggende maanden van het contractjaar), acht de commissie de handelwijze van ondernemer niet in lijn met hetgeen verwacht mag worden in het maatschappelijk verkeer en het verantwoord hanteren van voorschotbedragen, zodat de commissie van oordeel is dat op grond van de Redelijkheid en Billijkheid ondernemer gehouden is een redelijke betalingsregeling aan te bieden met betrekking tot de naheffing. Waar consument zelf aangeeft dat de maandtermijn bij haar huidige leverancier thans € 160,- bedraagt, acht de commissie een betalingsregeling van 15 maanden voor het bedrag van € 1.682,09 redelijk, mede ook gezien haar eerdere uitlatingen over haar financiële mogelijkheden tot afbetaling per maand, zeker ook nu zij al sinds 3 juni 2025 rekening heeft kunnen houden met betaling van het openstaande bedrag en dit ook van haar verwacht mag worden.
Waar consument klaagt over aanpassing van het termijnbedrag ten tijde van het overleg over een mogelijke betalingsregeling, acht de commissie dit ongegrond tegen de achtergrond dat consument toen slechts een betalingsregeling van € 50,- per maand wilde aangaan, terwijl ondernemer een betalingsregeling van meer dan 24 maanden niet redelijk achtte, welk laatste standpunt de commissie kan billijken, omdat ondernemer nu eenmaal geen bank is. Bovendien blijkt uit de stukken dat ondernemer heeft aangeboden het termijnbedrag te verlagen, maar dat dit uitdrukkelijk voor haar risico zou zijn.

Waar consument er ten slotte over klaagt dat ondernemer te lang een oud adres in de administratie is blijven gebruiken, acht de commissie die klacht ongegrond, althans niet relevant, nu in de administratie de adreswijziging in juli 2025 is aangepast naar het leveringsadres en de commissie niet is gebleken dat het feit van de adressering gevolg heeft gehad voor het niet ontvangen van facturen of te late betaling.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
• bepaalt dat consument aan ondernemer de naheffing over het energie jaar 2024-2025 ad
• € 1.682,09 volledig dient te betalen, maar dat ondernemer aan consument een betalingsregeling dient aan te bieden van 15 maanden ingaande in april 2026 voor het bedrag van € 1.682,09.
• wijst het meer of anders verzochte af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 29 januari 2026.

Opslaan als PDF