Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1311779/1321802
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument bood zijn Fisker Ocean aan voor reparatie van een vermeende accustoring, die uiteindelijk een defecte waterpomp bleek te zijn. De ondernemer verving tot tweemaal toe de verkeerde pomp en plaatste deze bovendien verwisseld terug. Pas na een derde poging werd de juiste pomp vervangen, maar de storing bleef bestaan. Een externe specialist heeft de waterpompen vervolgens correct gemonteerd, waarna het voertuig weer goed functioneerde. De ondernemer stelt dat hij handelde op aanwijzing van de consument en dat hij vooraf had aangegeven geen Fisker‑specifieke diagnoseapparatuur te hebben. De commissie acht echter aannemelijk dat de ondernemer twee pompen verkeerd heeft gemonteerd en oordeelt dat de reparatie niet juist is uitgevoerd. De ondernemer moet daarom zijn eigen reparatiekosten (€ 239,99) en het klachtengeld (€ 77,50) vergoeden. De meerkosten van de externe specialist komen niet voor zijn rekening. De klacht is deels gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft klachten over een reparatie van een Fisker Ocean.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft zijn auto ter reparatie aangeboden bij de ondernemer, aanvankelijk wegens een door het systeem aangeduide accustoring. In werkelijkheid betrof het een storing aan een van de vier waterpompen van het voertuig. In de daaropvolgende periode heeft de ondernemer driemaal getracht de storing te verhelpen, waarbij tot tweemaal toe de verkeerde waterpomp is vervangen. Deze onjuiste pompen zijn bovendien bij het terugplaatsen van positie verwisseld. Pas bij de derde poging werd de juiste pomp vervangen, echter bleven de oorspronkelijke klachten bestaan. Pas nadat een externe expert gespecialiseerd in het merk van het voertuig is ingeschakeld, zijn de waterpompen correct geplaatst en is de auto weer naar behoren gaan functioneren. Tevens is bij de eerdere werkzaamheden aanzienlijke koelvloeistof verloren gegaan, hetgeen volgens de consument aanleiding heeft gegeven tot mogelijke vervolgschade.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft het vorige voertuig van de consument (Mitsubishi Outlander) meerdere malen naar volle tevredenheid gerepareerd. In januari 2025 bood hij zijn nieuwe voertuig (Fisker Ocean) aan met een storing. De ondernemer heeft hem vooraf uitdrukkelijk geïnformeerd dat hij niet beschikt over Fisker-specifieke uitleesapparatuur en dus géén foutcodes konden uitlezen of een diagnose kon stellen. De consument heeft zelf, op basis van YouTube-video’s, geconcludeerd dat de storing veroorzaakt werd door één van de vier waterpompen. Hij heeft zelf onderdelen aangeschaft en de ondernemer gevraagd deze volgens zijn aanwijzingen te monteren.
Verder geldt dat de storing (limp-mode) reeds aanwezig was vóór de werkzaamheden. Er is geen enkel bewijs dat er door handelingen van de ondernemer extra schade is ontstaan; [derde partij] heeft slechts vastgesteld dat de oorzaak op dat moment nog niet was verholpen. De ondernemer verzoekt de commissie daarom de vordering van de consument tot vergoeding van € 1.073,22 af te wijzen. Eventueel kan de commissie overwegen dat partijen ieder hun eigen kosten dragen, gelet op de reeds geboden coulance en het feit dat het probleem zijn oorsprong vond in de door de consument zelf gegeven aanwijzingen en keuzes.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Mede gezien de factuur van [derde partij] d.d. 15 april 2025 acht de commissie het aannemelijk dat de ondernemer twee waterpompen verkeerd om gemonteerd heeft. De stelling van de ondernemer dat hij bij het monteren de aanwijzingen van de consument heeft gevolgd, mag hem niet baten. De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop hij zijn werkzaamheden uitvoert.
De commissie is derhalve van oordeel dat de werkzaamheden door de ondernemer niet juist zijn uitgevoerd. Diens reparatiekosten dienen daarom terugbetaald te worden. De commissie ziet geen aanleiding om ook de (meer)kosten van de reparatie van [derde partij] voor rekening van de ondernemer te brengen. De consument heeft er welbewust voor gekozen om de werkzaamheden bij de ondernemer te laten uitvoeren, waarschijnlijk om zich de kosten van specialist op dat gebied te besparen. Achteraf blijkt dat geen goede keuze en had de consument er – gezien het betreffende automerk – goed aan gedaan meteen een specialist in te huren. In dat geval had de consument ook de hogere kosten voor zijn rekening moeten nemen. De consument heeft voorts niet, althans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij, naast de hogere factuur van [derde partij], schade heeft geleden door toedoen van de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen 14 dagen na kennisgeving van deze uitspraak een bedrag van € 239,99 aan de consument te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Romijn en de heer A. van Aldijk, leden, op 2 april 2026.