Onveilige installatie van wasmachine en droger, ondernemer moet schade vergoeden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: (non)conformiteit / gebrekkige installatie    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1314010/1326442

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een wasmachine en een droger, inclusief installatie. De installateurs sloten de apparaten echter verkeerd aan. Ze gebruikten een stekkerdoos die hiervoor niet geschikt was. Hierdoor ontstond kortsluiting en brand in twee stopcontacten. De consument moest daarna monteurs inschakelen om de schade te herstellen. De commissie vindt dat de installateurs nooit hadden mogen installeren als de situatie onveilig was. De ondernemer is daarom verantwoordelijk voor de schade. De consument krijgt € 374,24 vergoed voor de reparatiekosten. De klacht over de droger is verder niet belangrijk, omdat de consument dit zelf al heeft opgelost. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft koopovereenkomsten van 2 juni 2025 en 15 juli 2025 met betrekking tot een droger respectievelijk wasmachine inclusief de installatie van deze apparaten.

Standpunt van de consument

De klacht van de consument luidt als volgt:

Bij beide leveringen zijn ernstige fouten gemaakt in installatie, communicatie en afhandeling. Dit leidde tot gevaarlijke situaties, materiële schade en langdurige overlast voor het gezin van zes personen, waaronder vier jonge kinderen.

De wasmachine werd op 18 juli 2025 niet correct geïnstalleerd en niet werkend opgeleverd. Tijdens de installatie sloeg de hoofdzekering door, wat circa zeven uur stroomuitval veroorzaakte. De monteurs gebruikten ongeschikte stekkerdozen, beëindigden hun werkzaamheden zonder herstel en lieten de situatie onveilig achter. Onafhankelijke monteurs van [netbeheerder] en [installatiebedrijf] bevestigden dat de installatie ondeugdelijk en gevaarlijk was uitgevoerd. Twee stopcontacten zijn door overbelasting verbrand en moesten volledig worden vernieuwd.

De wasmachine bleek bovendien vanaf levering defect. Ondanks meerdere meldingen (28 juli, 31 juli en 1 augustus 2025) heeft consument geen herstel of vervanging ontvangen. Inmiddels heeft het gezin anderhalf maand zonder wasmachine gezeten.

De droger is evenmin correct geïnstalleerd: de betaalde premium installatie is niet uitgevoerd. De droger stond los en onveilig, zonder bevestiging met de stapelkit. De consument heeft dit zelf moeten oplossen.

De communicatie met de klantenservice was gebrekkig: toezeggingen werden niet vastgelegd, informatie was tegenstrijdig en er volgde geen opvolging vanuit de ondernemer, ondanks herhaald contact en lange wachttijden.

De ondernemer is ernstig tekortgeschoten in de levering en installatie van zowel de wasmachine als de droger. De installatie was onveilig en heeft directe schade veroorzaakt. Daarnaast heeft de ondernemer haar wettelijke verplichtingen tot herstel of vervanging niet nageleefd.

De consument wenst een vergoeding van € 600,-.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De installatie heeft plaatsgevonden via de bestaande stekkerdozen zoals die in de thuissituatie aanwezig waren. De installateurs hebben geen aanpassingen gedaan aan de bestaande situatie. Voor de elektra aansluiting is de consument zelf verantwoordelijk overeenkomstig de installatievoorwaarden. Volgens de installateurs zijn de apparaten succesvol geïnstalleerd.

De geleverde wasmachine had geen elektrisch gebrek. De zeepbak bleek beschadigd en deze is kosteloos vervangen.

Het plaatsen van de droger op een stapelkit valt niet onder de installatieservice.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Volgens de eigen stelling van de consument is de geleverde wasmachine hersteld door kosteloze levering van een nieuwe zeepbak. Tot meer was de ondernemer rechtens niet gehouden.

Wat de klacht over ondeugdelijke installatie betreft acht de commissie de constatering van [installatiebedrijf] door de ondernemer onvoldoende gemotiveerd weersproken. Deze constatering luidt blijkens de door de consument overgelegde email aan haar als volgt:

Afgelopen 23-07-2025 zijn wij bij u op de [straatnaam] te [plaatsnaam] ter plaatse geweest voor een stroomstoring. Ter plaatse bleek dat de oorzaak zat in de net aangesloten wasmachine en droger, deze waren door de monteurs van de verkoper niet goed aangesloten. De aansluiting zat namelijk op een stekkerdoos, deze is hier niet voor geschikt en heeft ervoor gezorgd dat er brand en kortsluiting is geweest en kwam de stekker vast te zitten. Deze hebben wij bij u verwijderd, nieuwe wandcontactdoos geplaatst en de bedrading moeten aanpassen i.v.m. brand.

Van vakkundige installateurs had mogen worden verwacht dat zij niet aan de installatie waren toegekomen omdat de bestaande thuissituatie wat de elektra aansluiting betreft kennelijk onvoldoende veilig was. Van algemene bekendheid is dat aansluiting van wasmachines en drogers op een stekkerdoos gevaarlijk is en wordt afgeraden vanwege brandgevaar. De installatie heeft desondanks wel plaatsgehad. Het brandgevaar heeft zich in dit geval gerealiseerd en voor de daardoor geleden schade moet de ondernemer dan ook aansprakelijk worden gehouden. Die verantwoordelijkheid kan niet bij de consument worden gelegd omdat de installateurs hadden moeten afzien van installatie bij levering, zulks gelet op de onveilige elektra aansluiting in de bestaande thuissituatie.

Voor vergoeding van de schade door de gebrekkige installatie van de apparaten komen naar het oordeel van de commissie in aanmerking de schadebedragen van € 215,38 (factuur [woningcorporatie] wegens vervanging tweevoudige wandcontactdoos) en € 158,86 (factuur [netbeheerder] wegens het verhelpen van een storing/reparatie aan de elektrische installatie), totaal € 374,24. Dat bedrag dient de ondernemer aan de consument te vergoeden. De ondernemer heeft ter zitting verklaard daartoe ook bereid te zijn. Het door de consument geclaimde bedrag van € 600,- is door haar niet onderbouwd en kan dus niet worden toegewezen voor zover het € 374,24 te boven gaat.

Voor zover de klacht nog betreft het niet plaatsen van de droger op de (door de consument aangeschafte) stapelkit is de commissie van oordeel dat de consument hierbij onvoldoende belang heeft, omdat zij volgens haar eigen stelling hiervoor zelf een oplossing heeft gevonden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht, wat de elektra aansluiting van de apparaten betreft, gegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument een vergoeding te betalen van € 374,24.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 16 april 2026.

Opslaan als PDF