Beschadigd aangetekend pakket: geen vergoeding wegens ondeugdelijke verpakking

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311208/1330607

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verzond een pakket met een metalen container olijfolie (17 kg) als aangetekende zending met een verzekerde waarde van €500. Het pakket werd in het buitenland vernietigd omdat het door lekkage volledig was doorweekt. De commissie oordeelt dat de verpakking onvoldoende was: een enkelwandige doos zonder schokabsorberend materiaal of versteviging, waardoor het vat kon beschadigen en gaan lekken. Omdat de schade het gevolg is van ondeugdelijke verpakking, is de ondernemer niet aansprakelijk en hoeft hij geen schadevergoeding te betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een beschadigd aangetekend pakket.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 28 mei 2025 heeft de consument vijf pakketten olijfolie naar een geadresseerde in [land] verzonden. De inhoud vertegenwoordigt een waarde van € 500,- per zending.
De consument ontving slechts twee zwaar beschadigde zendingen en de andere drie zendingen zijn vernietigd. De consument gaf bij verzending duidelijk gewicht en inhoud op en de zending werd geaccepteerd. Nu weigert de ondernemer schadevergoeding met het argument dat de verpakking onvoldoende was. De consument vindt dit onterecht.
De pakketten zijn onzorgvuldig behandeld, waardoor deze zijn beschadigd en vernield.

In dit geschil wordt over één poststuk afzonderlijk geklaagd. De consument verlangt hier voor een schadevergoeding van € 500,-.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het pakket is met de aanvullende dienst ‘aangetekend’ verstuurd. Gelet op de toepasselijke regelgeving is de aansprakelijkheid naar gelang de waarde van de inhoud beperkt tot een maximum van € 500,-.

De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar het pakket. Het pakket is op 28 mei 2025 aangekomen in [land], maar is niet aan de geadresseerde uitgereikt maar vernietigd. De [land] postorganisatie heeft teruggekoppeld dat het pakket is vernietigd, omdat de verpakking ondeugdelijk was en de inhoud (olijfolie) uit de verpakking is gelekt. Ter onderbouwing zijn foto’s van de verpakking verstrekt. Naar aanleiding hiervan heeft de schadebeoordelaar vastgesteld dat de verpakking niet voldeed aan de daaraan gestelde eisen. Op grond van de toepasselijke regelgeving komt de consument daarom niet in aanmerking voor een schadevergoeding. De schadeclaim is om die reden afgewezen. Wel zijn de verzendkosten van dit pakket ad € 68,30 vergoed. Overigens zijn de verzendkosten van alle betreffende pakketten vergoed.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet is in geschil dat het pakket met daarin een container met olijfolie niet bij de geadresseerde in [land] is afgeleverd, maar door de [land] postautoriteiten is vernietigd omdat dit pakket doorgelekt en doordrenkt was met olijfolie. De toerekenbaarheid van de schade betreft de kern van dit geschil. Daarbij is aan de orde of de inhoud van het pakket deugdelijk was verpakt.

Op grond van de Postwet 2009 en de artikelen 9.2, 9.3 aanhef en onder 2 en 9.6, lid 1 Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst (hierna: AV) is de ondernemer in het geval van aangetekende ‘Niet Brievenbuspost buitenland’, zoals hier, aansprakelijk voor schade ontstaan tijdens de uitvoering van de vervoerovereenkomst tot ten hoogste € 500,- per poststuk, maar dient de schade de ondernemer wel toerekenbaar te zijn. De afzender heeft geen recht op schadevergoeding als de schade is ontstaan door onder meer ondeugdelijke verpakking (artikel 9.7 lid 1 AV).
Wat onder deugdelijke verpakking wordt verstaan, wordt in artikel 13.2 lid 1 AV bepaald. Het komt erop neer dat de verpakking deugdelijk, veilig en stevig moet zijn en dat rekening moet worden gehouden met onder meer de mate van kwetsbaarheid van de inhoud daarvan.

Het is betreurenswaardig dat het pakket niet zonder schade bezorgd kon worden. Het is overigens belangrijk dat de verpakking tegen een stootje kan. De consument kan immers niet verwachten dat in het vervoersproces individuele behandeling van elk pakket plaatsvindt. Een deugdelijke verpakking is dan vanzelfsprekend van groot belang.

De consument heeft over de wijze van verpakking niets aangegeven. De ondernemer heeft daartegenover gesteld dat aan de hand van de beschikbare foto’s blijkt dat in het pakket een metalen container (blik) met olijfolie zat zonder dat (voldoende) bufferend of schokabsorberend materiaal aanwezig was. Hierdoor hadden de schokken en stoten die inherent zijn aan het geautomatiseerde vervoerproces van de ondernemer direct impact op het vat olijfolie. De buitendoos was een enkel golvige doos, bevatte een lading van ruim 17 kilogram en er is geen extra versteviging zichtbaar, wat ertoe heeft geleid dat het vat is beschadigd en is gaan lekken, aldus de ondernemer. De consument heeft dit niet weersproken.

De commissie onderschrijft gelet hierop het standpunt van de ondernemer dat de verpakking die de consument heeft gebruikt, gelet op de aard en het gewicht van de inhoud, ondeugdelijk was. Het standpunt van de ondernemer wordt voorts bevestigd door de overgelegde foto’s. Een kwetsbaar product als hier had, mede gelet op het gewicht van ruim 17 kilogram, in een steviger verpakking verpakt moeten worden waardoor schokken en stoten die zich mogelijk tijdens het transport voordoen, adequaat opgevangen kunnen worden. Met het slechts gebruik maken van materiaal als hier voor de verpakking van de blikken olijfolie heeft de consument dan ook niet voldaan aan de eisen die gesteld moeten worden aan de verpakking zoals hierboven weergegeven. Het is aan de consument zelf bij het verpakken rekening te houden met de kwetsbaarheid van de inhoud van zijn pakket.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de schade aan de inhoud van het pakket de ondernemer niet toerekenbaar is. Dit betekent dat de ondernemer niet gehouden is tot uitkering van een schadevergoeding over te gaan.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 1 mei 2026.

Opslaan als PDF