Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1308264/1317158
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een elf jaar oude auto en liet na een half jaar en 8.000 kilometer de versnellingsbak reviseren bij de ondernemer. Hij betaalde de factuur zonder protest, maar stelde drie weken later dat de ondernemer de kosten had moeten dragen omdat het gebrek volgens hem onder wettelijke garantie viel. De commissie oordeelt dat de consument zelf opdracht gaf tot de reparatie, geen beroep op garantie deed en de factuur zonder voorbehoud betaalde. Daardoor mocht de ondernemer erop vertrouwen dat de consument akkoord was. Bovendien is niet aangetoond dat het gebrek al bij aankoop aanwezig was. De klacht is daarom ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de betaling van het reviseren van een versnellingsbak.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Binnen zes maanden na aankoop van een voertuig ging de versnellingsbak kapot. Omdat de ondernemer de versnellingsbak graag wenste te reviseren heeft de consument, ook gelet op de wettelijke rente, daarmee ingestemd. De consument is echter van mening dat de ondernemer de reparatiekosten en de transportkosten van de auto van voor zijn rekening moet nemen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 november 2024 heeft de consument bij de ondernemer een gebruikte Chevrolet Trax aangeschaft. Het betrof een auto van ruim elf jaar oud met een kilometerstand van meer dan 101.000 km. De consument heeft bij aankoop schriftelijk afgezien van de aangeboden BOVAG-garantie en tevens afgezien van preventief onderhoud. De auto is in goede staat afgeleverd, heeft ruim een half jaar en meer dan 8.000 km zonder enig probleem gefunctioneerd.
Op 23 april 2025 deed zich een defect voor. Op uitdrukkelijk verzoek van de consument heeft de ondernemer het herstel in de eigen werkplaats in [plaatsnaam] uitgevoerd, aangezien de vaste garage van de consument destijds geen tijd had en aanzienlijk hogere kosten rekende. De consument heeft zelf het transport naar onze werkplaats verzorgd en de reparatiefactuur zonder enig protest of voorbehoud voldaan. Na afloop heeft hij in persoon nog een vriendelijk gesprek gevoerd met onze medewerkers onder het genot van een kop koffie, waarna hij de auto weer heeft meegenomen.
De reparatiefactuur is door de consument zonder enig bezwaar betaald. Een betaling zonder voorbehoud impliceert instemming met de uitgevoerde werkzaamheden en de prijs. Pas op 27 juni 2025 – ruim drie weken na de reparatie – heeft hij voor het eerst bezwaar geuit. Een dergelijk laat protest is in strijd met de redelijke klachtplicht en de verwachting van zorgvuldig handelen. Indien de consument meende dat sprake was van garantie of non-conformiteit, had hij dit onmiddellijk bij de opdrachtverstrekking of uiterlijk bij ontvangst van de factuur moeten melden. Door betaling zonder enig protest mocht de ondernemer erop vertrouwen dat de zaak naar tevredenheid was afgewikkeld.
Voor zover de consument zich alsnog beroept op non-conformiteit (artikel 7:1 7 BW), is dat beroep zowel feitelijk als juridisch ongegrond en bovendien veel te laat.
Een koper van een gebruikte auto mag slechts die eigenschappen verwachten die redelijk zijn gelet op onder meer de leeftijd, kilometerstand en het ontbreken van garantie. Een elf jaar oude auto met ruim 101.000 km kan slijtage vertonen en onderdelen kunnen defect raken zonder dat sprake is van non-conformiteit.
In dit geval is bovendien bekend dat het betreffende onderdeel nog niet eerder was vervangen, hetgeen bij deze kilometerstand gebruikelijk is. Het defect trad pas na ruim een half jaar en 8.000 km op, wat past binnen de normale gebruiksduur. Er is geen enkele aanwijzing dat het gebrek al bij levering aanwezig was.
De consument heeft destijds ook niet gesteld dat sprake was van een verborgen gebrek of non-conformiteit: hij heeft juist verzocht om herstel tegen betaling. Indien hij meende dat het defect bij verkoop aanwezig was, had hij vóór de reparatie een onafhankelijk deskundigenonderzoek kunnen laten uitvoeren Dat is niet gebeurd.
Door het ontbreken van technisch bewijs is nu niet meer vast te stellen of het gebrek bij levering bestond. Daarmee ontbreekt de feitelijke basis voor een beroep op non-conformiteit, en is niet voldaan aan de vereisten van artikel 7:23 BW (tijdige klachtmelding).
De ondernemer heeft de koper destijds een deugdelijk product geleverd, en de auto heeft aantoonbaar gedurende langere tijd probleemloos gefunctioneerd. Een later defect na normaal gebruik is geen grond voor kosteloos herstel of terugbetaling.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en ingebracht stelt de commissie vast dat de consument de ondernemer de opdracht heeft gegeven over te gaan tot het reviseren van de versnellingsbak. Dat hij daarbij heeft gereclameerd en met een beroep op de wettelijke garantie heeft aangeven dat de ondernemer de kosten van reparatie voor zijn rekening moest nemen is niet gebleken.
Ook omtrent de kosten van transport is niet gebleken dat tussen partijen daarover afspraken zijn gemaakt.
De consument heeft voorts zonder protest of enig voorbehoud de kosten van het reviseren van de versnellingsbak. Ruim drie weken later heeft hij pas gereclameerd en zich daarbij beroepen op de wettelijke garantie en non-conformiteit.
Naar het oordeel van de commissie komt onder deze omstandigheden een dergelijk beroep de consument in redelijkheid niet meer toe. Nog afgezien van de omstandigheid dat het aan de consument is te bewijzen dat de ondernemer bij levering van het voertuig een ondeugdelijk product heeft geleverd nu de ondernemer zulks heeft betwist en daarbij onweersproken heeft betoogd dat de consument een ruim elf jaar oud voertuig heeft aangeschaft met een gepresteerd aantal kilometers van ruim 101.000 kilometer en dit voertuig na levering ruim 8.000 kilometer heeft gereden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 17 februari 2026.