Annulering koop Volvo XC90 leidt tot schadevergoeding van € 5.000

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Annulering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1312397/1322561

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument tekende een orderbevestiging voor een Volvo XC90, maar annuleerde de koop nadat zijn partner onverwacht haar baan verloor. De ondernemer bracht daarop annuleringskosten in rekening. De consument vond dat de algemene voorwaarden niet correct waren verstrekt en dat de omstandigheden ontbinding rechtvaardigden. De commissie oordeelt echter dat de ondertekende orderbevestiging een bindende koopovereenkomst vormt en dat het verlies van inkomen voor risico van de consument komt. Ook als de voorwaarden niet zouden gelden, blijft de consument schadeplichtig omdat hij de overeenkomst niet nakomt. Wel matigt de commissie de schadevergoeding tot € 5.000, omdat de ondernemer een hoger bedrag onvoldoende heeft onderbouwd. De klacht is ongegrond; van het depotbedrag gaat € 5.000 naar de ondernemer en de rest terug naar de consument.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de annulering van de aankoop van een Volvo XC90.

De consument heeft een bedrag van € 10.167,00 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 7 mei 2025 heeft de consument een orderbevestiging voor een Volvo XC90 ondertekend. Er is geen gedetailleerde koopovereenkomst afgesloten, er is geen financieringsovereenkomst ondertekend, er is geen betaling gedaan en er is geen voertuig geleverd.

De orderbevestiging bevatte een verwijzing in zeer kleine letters naar de BOVAG Algemene
Voorwaarden. Deze voorwaarden zijn de consument echter nooit uitgelegd, noch fysiek of digitaal ter beschikking gesteld vóór of op het moment van ondertekening. De consument heeft daardoor geen redelijke mogelijkheid gehad om deze te beoordelen of te accepteren. Bovendien bevat de orderbevestiging zelf geen enkele bepaling over annuleringskosten.

Op 25 juni 2025 verloor de partner van de consument onverwachts haar baan door een interne reorganisatie. Dit had een grote impact op het gezinsinkomen en op de financieringsvoorwaarden die oorspronkelijk waren besproken. Op 26 juni 2025 heeft de consument de ondernemer direct schriftelijk geïnformeerd dat hij de koop niet kon doorzetten. Desondanks heeft de ondernemer een annuleringsfactuur van 15% van het orderbedrag gestuurd. De consument doet een beroep op artikel 6:233(b) BW – algemene voorwaarden moeten duidelijk en tijdig ter beschikking worden gesteld; artikel 6:248(2) BW – een contractuele bepaling mag buiten toepassing blijven als dit in strijd is met redelijkheid en billijkheid en artikel 6:265 BW – onvoorziene omstandigheden kunnen ontbinding van een overeenkomst rechtvaardigen.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij de aankoop geen financieringsvoorbehoud gemaakt. De consument heeft de orderbevestiging ondertekend retour gezonden. De algemene voorwaarden worden op de orderbevestiging van toepassing verklaard en zijn te vinden op de website van de ondernemer. Pas enkele dagen na het terugsturen van de door hem ondertekende orderbevestiging heeft de consument aan de ondernemer gevraagd of die kon bemiddelen bij de aanvraag van een financiering. Uit het feit dat de ondernemer bij de financieringsaanvraag heeft bemiddeld mag de consument niet afleiden dat de ondernemer bereid zou zijn van de koop af te zien als de financiering niet mogelijk zou blijken. Dat laatste was overigens niet het geval, want de ondernemer heeft een financier bereid gevonden om de aankoop te financieren. De consument heeft dat financieringsvoorstel niet aanvaard. De gevolgen daarvan dienen voor risico van de consument te blijven. De ondernemer heeft ruim € 9.000 (incl. btw) nadeel ondervonden door het feit dat de koop is geannuleerd. Dit betreft stallingskosten, gemaakte uren, rijklaar maken en waardevermindering. De auto is pas zes maanden lasten voor een lager bedrag aan een andere koper verkocht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat er een onvoorwaardelijke koopovereenkomst tot stand is gekomen door het feit dat hij de orderbevestiging ondertekend aan de ondernemer retour heeft gezonden. Dat later is afgesproken dat de ondernemer zou bemiddelen bij de financieringsaanvraag doet niet aan het onvoorwaardelijke karakter van de koopovereenkomst af.

Het beroep op de onvoorziene omstandigheden en de redelijkheid en billijkheid wordt afgewezen. Het feit dat de echtgenote van de consument (kennelijk onverwacht) haar baan heeft verloren is een omstandigheid die binnen de risicosfeer van de consument ligt en voor zijn rekening dient te blijven. Daardoor brengt deze omstandigheid niet mee dat de ondernemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen nakoming van de koopovereenkomst of schadevergoeding mag verlangen.

De consument heeft op de locatie en de website van de ondernemer en tevens elders op internet kennis kunnen nemen van de BOVAG-voorwaarden en heeft – door het starten van de procedure bij de geschillencommissie – ook zelf een beroep op de geschillenregeling uit die voorwaarden gedaan.

Maar ook als (het schadevergoedingsbeding uit) de voorwaarden niet van toepassing zou(den) zijn, is de consument gehouden de schade te vergoeden welke het gevolg is van het feit dat hij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de (onherroepelijke) koopovereenkomst.

Gezien het feit dat de schade van de ondernemer lager is dan 15% van de koopsom die hij vordert en deels bestaat uit tijdsbesteding die naar het oordeel van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking komt, zal de commissie het bedrag van de gevorderde schadevergoeding matigen en naar billijkheid vaststellen op € 5.000,-.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Aan de ondernemer komt een bedrag van € 5.000,- toe, het restant kan aan de consument worden afgedragen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer D. van der Wal, leden, op 17 maart 2026.

Opslaan als PDF