Ondernemer moet reparatiekosten van televisie terugbetalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Elektro    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1326160/1334124

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een dure Samsung OLED-televisie die na iets meer dan twee jaar kapotging. De ondernemer liet de televisie repareren, maar vroeg hiervoor € 360,- aan kosten. De consument vond dat onterecht, omdat een televisie van deze prijs langer mee moet gaan. Uit onderzoek bleek dat het defect waarschijnlijk door één onderdeel was veroorzaakt en dat de reparatie volledig kosteloos had moeten zijn. De commissie oordeelt dat de televisie niet voldeed aan wat de consument mocht verwachten. Daarom moet de ondernemer de betaalde € 360,- terugbetalen. Een extra vergoeding voor gemist kijkplezier wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Dit geschil vloeit voort uit de op 20 juli 2023 gesloten overeenkomst, waarbij de ondernemer een Samsung OLED televisie aan de consument heeft verkocht tegen een door de consument betaalde koopprijs van € 1.522,76.

Deze zaak spitst zich toe op de verschuldigdheid van reparatiekosten voor een gekochte televisie en een vergoeding voor gemist gebruik ervan.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Zoals sinds 16 oktober 2025 bij de ondernemer is gemeld, doet de televisie het niet meer. Het stand-by lampje brandt niet meer en de televisie reageert nergens op. De ondernemer gaf aan dat de garantietermijn is verstreken en dat er een coulanceregeling toegepast kan worden, maar dat de kosten voor ons zijn of dat wij korting krijgen bij aanschaf van een nieuwe televisie. De fabrikant gaf aan dat er sprake is van wettelijke garantie en stuurde ons terug naar de ondernemer. Toen de ondernemer uiteindelijk erkende dat er sprake is van wettelijke garantie, liet die de televisie bij ons ophalen en begon weer over het betalen van de kosten en dat de bewijslast bij ons als consument ligt dat wij het defect niet hebben veroorzaakt. De ondernemer verlangt na het toepassen van een coulanceregeling € 360,-, maar hier zijn wij het niet mee eens. De televisie is normaal gebruikt en staat twee jaren in de woonkamer en de verwachting van een toestel van € 1.500,- is niet dat die na twee jaar en drie maanden kapotgaat. We hebben uit protest de factuur betaald zodat wij de televisie terugkregen, gezien er al enkele weken overheen was gegaan.

Helaas bij aflevering thuis is de televisie ontzettend vies (beeldscherm) en is dit incompleet geleverd (foto’s en video’s aanwezig van ontvangst). De televisie is keurig en schoon in originele doos opgehaald, bij teruggave werd het onderstel van de televisie niet bijgeleverd en de kabel ook niet.
Wij zijn altijd goed omgegaan met de televisie en hebben zelfs de originele doos bewaard.

De consument eist de betaalde € 360,- terug plus een schadebedrag voor het lange wachten (gemiddeld vier weken) op de uitkomst van het onderzoek.

Standpunt van de ondernemer

Dat de ondernemer geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid om een verweerschrift in te sturen of op zitting te verschijnen, komt voor risico van de ondernemer zelf.

Deskundigenrapport

De deskundige heeft in hoofdlijn het volgende gerapporteerd.

Geef uw vaktechnisch oordeel over de klacht(en): 
Deskundige heeft de televisie bij de consument onderzocht en ook op de omgeving gelet. De televisie was reeds gerepareerd door de ondernemer en werkt weer helemaal. De consument is het niet eens met de kosten, maar heeft het toch laten uitvoeren. Wat mij als deskundige opvalt dat men een prijsopgave heeft gegeven van drie modules. Dit is opmerkelijk, want het probleem is waarschijnlijk alleen veroorzaakt door één voedingsmodule. De andere modules ook vervangen is niet noodzakelijk. Tevens bevreemdt het de deskundige dat er extreem veel stof in het apparaat is aangetroffen. De televisie staat in een nieuwbouwwoning in een nagenoeg stofvrije en schone omgeving. De televisie ziet er dan ook nog als nieuw uit.

De omvang van de klacht(en): 
– is ondertussen onder protest opgelost

Is herstel of reparatie technisch mogelijk? 
Ja. Door de voedingsmodule te vervangen. Het komt soms voor dat het aan het mainboard ligt. Dan is het voedingsmodule in orde. Er wordt dus maar één module vervangen en geen drie modules. Het mainboard en voedingsmodule hebben dezelfde inkoopsprijs.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt als volgt.

De ondernemer heeft zich met het lidmaatschap van de branchevereniging verplicht om een in het kader van een consumentenovereenkomst gerezen geschil door de commissie te laten beslechten. Door de bevoegdheid van de commissie in te roepen en de klacht bij de commissie in te dienen ter verkrijging van een bindend advies, heeft de consument dat (tussen de branchevereniging en de ondernemer geldende) derdenbeding aanvaard en is de commissie bevoegd om dit geschil op basis van haar Reglement te beslechten.

De consument eist terugbetaling van € 360,- aan betaalde reparatiekosten en een vergoeding voor gemist kijkgenot. De consument legt daaraan in de kern ten grondslag dat de van de ondernemer ontvangen televisie niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. De ondernemer heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Voor zover de ondernemer blijkens de ingebrachte correspondentie lijkt te menen dat de consument hier het bewijsrisico daarvoor draagt, is dat terecht maar vindt die non-conformiteit hier voldoende steun in het deskundigenrapport. Daarom dient voor de verdere beoordeling tot uitgangspunt dat de door de ondernemer op grond van de op 20 juli 2023 gesloten koopovereenkomst afgeleverde televisie niet aan de overeenkomst beantwoordt op de grond dat de consument niet behoefde te verwachten dat het gebrek al zo snel na de aflevering zou ontstaan.

Voor zover de ondernemer blijkens de ingebrachte correspondentie lijkt te menen dat zij de klacht heeft mogen afhandelen met een afschrijving op grond van de economische gebruiksduur die in het licht van de richtlijn van Techniek Nederland (UNETO-VNI) mocht worden verwacht, miskent de ondernemer het uitgangspunt dat de consument bij non-conformiteit recht heeft op kosteloos herstel of kosteloze vervanging. De door de consument als vergoeding verlangde terugbetaling van € 360,- aan betaalde herstelkosten, is dan ook toewijsbaar.

De door de consument verlangde vergoeding voor gemist gebruik tijdens de reparatieperiode is echter niet toewijsbaar. Een vergoeding voor immateriële schade is slechts in een beperkt aantal bijzondere gevallen toewijsbaar, maar niet aannemelijk geworden is dat hier van zo’n bijzonder geval sprake is. Zo is bijvoorbeeld niet aannemelijk dat de ondernemer het oogmerk heeft gehad om de consument daarmee verdriet te doen of dat de consument daardoor psychische schade heeft opgelopen.

Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de slotsom dat de eis van de consument gegrond is en dient te worden bepaald dat de ondernemer aan de consument € 360,- moet vergoeden. De commissie oordeelt dat ter beëindiging van dit geschil ook redelijk en billijk. Overeenkomstig het Reglement dient de ondernemer het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en aan de commissie behandelingskosten te betalen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht gegrond,
– bepaalt dat de ondernemer binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies aan de consument € 360,- moet vergoeden en de ondernemer bij niet tijdige voldoening ook de wettelijke rente over de hiervoor genoemde € 360,- moet betalen vanaf een maand na de verzenddatum van dit bindend advies tot de dag van volledige betaling,
– bepaalt dat de ondernemer aan de consument ook € 62,50 voor betaald klachtengeld moet vergoeden,
– bepaalt dat de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is,
– wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit de heer mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, de heer D. van der Wal, leden, op 12 mei 2026.

 

Opslaan als PDF