Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1172865/1329836
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vroeg opnieuw een schadevergoeding vanwege een volgens hem onterechte afsluiting van elektriciteit bij een pand. De commissie stelde vast dat over dezelfde klacht en hetzelfde pand al eerder een uitspraak was gedaan door de Geschillencommissie Energie zakelijk. Daar was de klacht al niet-ontvankelijk verklaard omdat het gevraagde schadebedrag te hoog was. De consument probeerde daarna via de gewone Geschillencommissie Energie alsnog behandeling te krijgen door het bedrag te verlagen, maar hij had geen afstand gedaan van de rest van de schadeclaim. Daarom oordeelt de commissie dat de zaak niet opnieuw behandeld kan worden en verklaart zij de consument niet-ontvankelijk.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De commissie energie zakelijk heeft eerder een oordeel gegeven over dezelfde klacht tussen partijen betreffende hetzelfde pand. Er is geen aanleiding anders te oordelen.
Beoordeling
Het gaat in deze zaak om de vraag of de consument ontvangen kan worden in zijn klacht, hetgeen de ondernemer ontkent onder meer verwijzend naar de uitspraak van de commissie energie zakelijk d.d. 19 januari 2026 tussen dezelfde partijen.
De commissie overweegt dat de consument eigenaar is/was van een aantal panden aan de [adres] te [plaatsnaam]. De consument had alleen een overeenkomst met de ondernemer betreffende [adres]. Die aansluiting heeft de ondernemer beëindigd. De consument vordert, gelijk hij bij de geschillencommissie energie zakelijk deed, betreffende hetzelfde pand een schadevergoeding omdat de afsluiting zijns inziens ten onrechte beëindigd is. Het ligt niet in de rede dat de commissie anders zal oordelen dan de geschillencommissie energie zakelijk heeft gedaan nu de consument zich nu consument noemt en daarmee aanvoert dat hij geen beroep of bedrijf uitoefent, zoals bij de commissie energie zakelijk het geval was. Daarbij is nog opmerkelijk dat een schadevergoeding van ruim € 60.000,- gevorderd werd bij de commissie energie zakelijk, waardoor de bij die commissie gestelde grens van € 50.000,- overschreden werd, terwijl thans hetzelfde schadebedrag gevorderd wordt bij een grens bij deze commissie van € 5.000,- (artikel 5 aanhef en lid 1 sub d Reglement). Weliswaar heeft de consument zijn vordering ten behoeve van de behandeling door deze commissie verlaagd tot € 5.000,-, doch hij heeft niet uitdrukkelijk afstand gedaan van het meerdere. Hij heeft immers verklaard:
“Alle overige (gevolg)schadeposten, waaronder gemiste huurinkomsten en overige schadeclaims, worden uitdrukkelijk buiten deze procedure gelaten en maken geen onderdeel uit van de onderhavige beoordeling.”
De verlaging wordt dan ook gepasseerd.
De commissie gaat ervan uit dat de consument zijn vordering baseert op een toerekenbare tekortkoming. Immers indien de vordering op een onrechtmatige daad gebaseerd zou zijn, oordeelt de commissie dat zij dan niet bevoegd is (hetgeen volgt uit artikel 3 Reglement).
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 22 mei 2026.