Hoog zomerverbruik warmte leidt niet tot gegrond verklaarde klacht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Warmte    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311295/1318756

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelde dat de klacht van de consument samenvatting van geschil ongegrond is. De huurder merkte in 2024 en 2025 een extreem hoog warmteverbruik op tijdens de zomermaanden, waarschijnlijk doordat warmte en koeling tegelijk actief waren. De warmteleverancier vond geen defect aan de afleverset en wees erop dat er eind 2023/begin 2024 reparaties waren uitgevoerd aan de binneninstallatie, waarvoor de verhuurder en installateur verantwoordelijk zijn. De commissie gaf een tussenadvies: binnen vier weken moest een gezamenlijke technische afspraak plaatsvinden tussen installateur en leverancier. Binnen zes weken moesten partijen melden of dit was gelukt. Omdat geen van beiden reageerde, gaat de commissie ervan uit dat het probleem is opgelost of dat de consument het geschil heeft laten rusten. Daarom wordt de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument is huurder op het adres waar warmte wordt geleverd door [derden], een joint venture van aanbieder en de gemeente [stad]. Op het adres bevindt zich ook een tweede afleverset voor comfortkoeling (koudelevering).
Klant klaagt voornamelijk over een zeer hoog warmteverbruik in de zomer van 2024 en in de zomer van 2025.
Dit ongebruikelijke verbruikspatroon lijkt het gevolg van het feit dat in de zomer warmtelevering en koudelevering elkaar tegenwerken.

Beoordeling
Consument heeft een contract met aanbieder sinds 8 februari 2017. Eerst in de jaarafrekening over 2024 is gebleken van een gigantische stijging van het warmte verbruik van ca 10GJ van 2017 t/m 2023 naar 91 GJ in 2024.

Dit verbruik blijkt na analyse door aanbieder bovendien ontstaan in de zomermaanden. Dit hoge verbruik in de zomermaanden heeft zich herhaald in 2025. Door dit ongebruikelijke verbruikspatroon is het vermoeden gerechtvaardigd dat in de zomer warmtelevering en koudelevering elkaar tegenwerken. Omdat aanbieder de warmte afleverset had laten controleren en niet gebleken was van enig defect en de doorstroming in de wintermaanden en voorts het warmteverbruik in de wintermaanden niet hoog was enerzijds, en anderzijds omdat aan de binneninstallatie een reparatie had plaatsgehad door installateur [naam] eind 2023/begin 2024 was ook het vermoeden gerechtvaardigd dat bij die reparatie mogelijk een vergissing is gemaakt.
Aanbieder had consument daarop gewezen en herhaald geadviseerd om de installateur in te schakelen voor de binneninstallatie.

Hoewel aanbieder niet verantwoordelijk is voor de binnenhuisinstallatie, had aanbieder ook voorgesteld om de installateur van de binneninstallatie in contact te brengen met de technicus van aanbieder voor nadere technische uitleg voor een mogelijke oplossing.

De commissie had tijdens de zitting begrepen dat een technische afspraak nog altijd niet had kunnen worden gemaakt tussen aanbieder en betrokken installateur Breeman, mogelijk als gevolg van beschikbaarheid van de installateur Beeman en/of omdat consument huurder is en de verhuurder die opdracht aan Breeman zal moeten ondersteunen, danwel om een andere reden.
De commissie was van oordeel dat het belang van consument erom vroeg dat een dergelijke technische afspraak tussen installateur en technicus van aanbieder op kort termijn zou worden gemaakt, omdat consument anders in de komende zomermaanden naar alle waarschijnlijkheid wederom zou worden geconfronteerd met hoog warmteverbruik.

Het is om die reden dat de commissie ter zitting partijen heeft voorgehouden een tussenadvies te geven, hetgeen door partijen werd verwelkomd.

In het tussenadvies heeft de commissie partijen in de gelegenheid gesteld binnen 4 weken een afspraak in te plannen voor controle en eventuele reparatie aan de binneninstallatie door installateur, waarbij tevens een technicus van aanbieder aanwezig kon zijn voor nadere technische uitleg ten behoeve van een mogelijke oplossing, waarbij de commissie ervan uitging dat verhuurder van consument, hoewel geen partij in onderhavig geschil, hieraan zijn medewerking zou verlenen.

De commissie heeft partijen daarbij tevens in de gelegenheid gesteld binnen 6 weken na datum van dit tussenadvies de commissie nader te berichten over het feit of beoogde afspraak heeft plaatsgehad en over de eventuele bevindingen en/of oplossing.

Voorts dat na de genoemde 6 weken na het tussenadvies, de commissie een bindend advies zou afgeven op basis van reeds ontvangen en nog te ontvangen stukken, vooralsnog zonder nadere zitting.

De commissie stelt vast dat binnen de termijn van 6 weken, noch van consument, noch van ondernemer enige reactie is ontvangen. Reden waarom de commissie vermoedt dat een oplossing is gevonden, althans dat consument geacht kan worden het geschil te hebben ingetrokken.

De commissie acht de klacht jegens ondernemer daarmee ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het meer of anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 5 juni 2026.

 

Opslaan als PDF