Commissie pauzeert behandeling klacht tot uitspraak Hoge Raad over terugleverkosten

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: -
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1329120/1334302

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie heeft het verzoek van de ondernemer toegewezen om de zaak tijdelijk stil te leggen. De klacht van de consument gaat over de vraag of de ondernemer bevoegd is om terugleverkosten in rekening te brengen. Omdat de Hoge Raad binnenkort uitspraak doet in een zaak over dezelfde juridische kwestie – namelijk de geldigheid van artikel 19.3 en 19.4 uit de algemene voorwaarden – wacht de commissie eerst dat oordeel af. Dit sluit aan bij eerder beleid waarbij vergelijkbare zaken ook zijn aangehouden. Totdat de Hoge Raad beslist, neemt de commissie geen verdere beslissing.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De commissie wijst het aanhoudingsverzoek van de ondernemer toe. De zaak wordt aangehouden totdat de Hoge Raad heeft beslist in cassatie van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:704).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij Bindend Advies door de Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
De ondernemer heeft verzocht de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad heeft beslist in cassatie van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:704).

Het verzoek wordt toegewezen. De klacht van de consument heeft onder meer betrekking op de bevoegdheid van de ondernemer om terugleverkosten in rekening te brengen. Hoewel de commissie nog onbekend is met het inhoudelijke standpunt van de ondernemer, is de verwachting dat de ondernemer zich op het standpunt zal stellen dat zijn bevoegdheid om terugleverkosten bij de consument in rekening te brengen voortvloeit uit artikel 19.3 (en 19.4) van de toepasselijke algemene voorwaarden. De Hoge Raad zal binnen afzienbare tijd een oordeel geven over de rechtsgeldigheid van deze bedingen, namelijk in cassatie van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:704). De commissie zal daarom de verdere behandeling van deze zaak aanhouden, totdat de Hoge Raad zich hierover bij arrest heeft uitgesproken.

Deze aanpak strookt met het beleid van de commissie. Zo heeft de commissie in diverse lopende zaken over dit onderwerp aangegeven het arrest van de Hoge Raad in de betreffende zaak af te wachten. Verwezen wordt naar uitspraken van de commissie van 4 juli 2025 (zaaknummer: 933948/1037862), 15 december 2025 (zaaknummer: 1275793/1310984) en 9 februari 2026 (zaaknummer: 1319534/1321209).

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie houdt iedere verdere beslissing aan totdat de Hoge Raad heeft beslist in cassatie van het arrest van gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:704).

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J. Hoefnagel, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 5 juni 2026.

Opslaan als PDF