Geen bewijs voor blijvend gebrek aan Peugeot

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Bewijs / Ontbinding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1275331/1322168

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had lange tijd problemen met zijn gebruikte Peugeot en liet meerdere reparaties uitvoeren. Uiteindelijk wilde hij de koop ontbinden en vergoeding van extra reparatiekosten ontvangen. Uit onderzoek van een deskundige bleek echter dat er op het moment van onderzoek geen technisch gebrek kon worden vastgesteld. De auto functioneerde normaal en de consument erkende zelf dat de problemen na de laatste reparatie waren verdwenen. Omdat niet bewezen kon worden dat sprake was van een blijvend gebrek, wees de commissie zowel de gevraagde ontbinding als de schadevergoeding af.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juli 2023 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Peugeot, type 208, tegen een door de consument te betalen prijs van € 9.000,-.

De overeenkomst is op 23 augustus 2023 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 2 november 2023 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Voorafgaand aan de aflevering van de auto was de distributieriem vervangen en had de auto een beurt gekregen. Enkele maanden na de aflevering ging het motorlampje branden. De auto hield in en kreeg minder vermogen. Dat heeft zich vaak voorgedaan. De auto is vele malen bij de ondernemer gebracht. Een defecte katalysator werd gelast en later vervangen. Ook werden de bougies en de bobine vervangen. Het probleem deed zich ook tijdens een vakantie in [land] voor. Ook daar werden bougies en bobine vervangen. Op verzoek van de consument bekeek een ander autobedrijf de auto en kwamen herstelpunten naar voren. In verband met de garantie gaf de ondernemer geen toestemming om aldaar de auto te laten herstellen. In januari 2025 werd de auto door de ondernemer naar een gespecialiseerd bedrijf gebracht. Dat bedrijf heeft de motor gereviseerd en een paar andere reparaties uitgevoerd. De auto was vier maanden weggeweest, maar binnen korte tijd kwamen de problemen terug. De auto is nooit goed gerepareerd.

De consument wenst het volledige aankoopbedrag terug. Ook verlangt hij vergoeding van de reparaties die hij heeft moeten laten uitvoeren ten bedrage van € 1.277,12.

De consument schrok van het rapport van de deskundige, die maar liefst acht storingen aantrof. Terwijl een storing niet kon worden gewist. De kosten van herstel worden niet aangegeven. Het vertrouwen in de auto is daardoor verder afgenomen

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer wilde niets meer doen en toen is de consument naar een ander autobedrijf gegaan en heeft daar kosten gemaakt. Dat was na de motorrevisie. Bij de aankoop was de kilometerstand 114.000. De stand is nu 150.000.

Inmiddels rijdt de auto goed en is er geen actueel herstelpunt. Nadat de andere garage de reparatie had uitgevoerd en de stekker van de bobine had vervangen was de auto goed.

De consument heeft veel ellende met de auto gehad. Hij wil ervan af en de gemaakte kosten terug.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het negen jaar oude voertuig werd op 23 augustus 2023 afgeleverd met 12 maanden BOVAG-garantie. Op 6 november 2023 werd het voertuig aangeboden met een brandend motorlampje. Bij een controle werden geen foutcodes aangetroffen. Na wat reinigingswerkzaamheden brandde het lampje niet meer. In januari 2024 vond hetzelfde plaats. In juni 2024 werden in [land] de bougies en de bobine vervangen. De kosten daarvan te weten € 420,-, werden door de ondernemer vergoed. In september 2024, na het verstrijken van de garantietermijn, werd elders een onderhoudsbeurt uitgevoerd. De katalysator was waarschijnlijk tweedehands en de remmen waren niet in orde. Dat laatste is slijtage. Eind 2024, buiten de garantieperiode, trad een motorstoring op. Inmiddels had de consument meer dan 20.000 km met de auto gereden. Een medewerkster van de ondernemer verkeerde bij de melding van de motorstoring in de veronderstelling dat nog sprake was van garantie en gaf opdracht aan een gespecialiseerde garage opdracht om de motor te reviseren en de versnellingsbak te laten vervangen. Tijdens de reparatie kreeg de consument kosteloos vervoer. Voor de revisie en de leenauto zijn geen kosten in rekening gebracht aan de consument. Het is niet juist dat de consument ontevreden is over de service van de ondernemer.

De ondernemer is niet bereid de auto terug te nemen en het aankoopbedrag aan de consument terug te betalen.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer heeft naar eer en geweten gehandeld. Uit het deskundigenrapport blijkt niet van een storing. Het houdt een keer op. De motor is zelfs kosteloos gereviseerd. Het is vreemd dat de auto na 40.000 km opeens niet meer goed is. Bij de ondernemer wilde de consument geen cent betalen, bij de andere garage betaalde de consument grif meer dan € 1.000,- uit. Die reparaties zijn zonder overleg met de ondernemer uitgevoerd. Der kosten daarvan dient de consument zelf te dragen. Ook is sprake van gewone slijtage.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
Vooraf aan ons technisch onderzoek hebben wij de zaak met de consument besproken. Wij vernamen
van de consument dat er in het verleden meermalen een bobine en bougies van het ontstekingssysteem
van de motor werden vervangen. Ook werd er een revisie van de motor van het voertuig uitgevoerd door
een externe partij, welke was ingeschakeld door de ondernemer.

Omdat de consument geen vertrouwen meer had in de werkzaamheden van de ondernemer werd het
voertuig bij de Peugeot dealer [naam dealer] te [plaatsnaam] aangeleverd voor onderzoek en periodieke
keuring. Hier werd vastgesteld dat er weer een defect aan het ontstekingssysteem van de motor
aanwezig was, wat na enig onderzoek een defect aan de stekkerverbinding van de bobine van de eerste
cilinder betrof. Deze verbinding werd door de dealer op alternatieve wijze hersteld.
Tevens bleek de werking van de katalysator onvoldoende, waardoor het voertuig niet kon worden
gekeurd. De katalysator werd door de dealer vervangen, en de keuring van het voertuig werd vervolgens
afgerond.

Voor het verkrijgen van achtergrondinformatie over de bij de dealer uitgevoerde werkzaamheden
bezochten wij na afloop van ons onderzoek bij de ondernemer de Peugeot dealer. Wij verkregen hiervan
inzage in de destijds aan het voertuig uitgevoerde werkzaamheden.

Wij vernamen desgevraagd van de chef werkplaats van de dealer dat de voertuigelektronica destijds
werd gewist, en nadien werd gecontroleerd. Er waren na afloop van een korte test door de dealer geen
meldingen meer in het systeem van het voertuig opgeslagen, naar wij hebben vernomen.

Tijdens ons onderzoek aan het voertuig hebben wij deze aan een inspectie onderworpen. Hiervoor, werd
in ons bijzijn, de voertuigelektronica uitgelezen.
In de voertuigelektronica was een melding van een cilinderoverslag opgeslagen (code P0300). Deze
melding was van tijdelijke aard. Tijdens ons onderzoek lichtte het EOBD lampje in het instrumentenpaneel van het voertuig, na het aanslaan van de motor, niet op.
Omdat de dealer, [naam dealer], heeft aangegeven dat de voertuigelektronica bij kilometerstand 139.393
werd gewist na het uitvoeren van de reparatie aan het ontstekingssysteem, en er op dit moment een
tijdelijke storing in het systeem was opgeslagen, hebben wij geconcludeerd dat deze na het uitvoeren
van de werkzaamheden aan het voertuig (zoals uitgevoerd door de dealer) moet zijn opgetreden.

Vervolgens hebben wij het voertuig, gezamenlijk met de consument, aan een korte proefrit onderworpen. Wij hebben tijdens deze proefrit geen afwijkingen aan het functioneren van het voertuig waargenomen.

Is herstel technisch mogelijk: ja
Tijdens onze proefrit met het voertuig hebben wij, op dat moment, geen afwijkingen aan het functioneren van het voertuig waargenomen. Desondanks was er wel een melding in het systeem van het voertuig opgeslagen van een tijdelijk opgetreden storing in het ontstekingssysteem van de motor. Omdat de dealer heeft aangegeven dat het elektrische systeem van het voertuig werd gewist na het uitvoeren van werkzaamheden aan het ontstekingssysteem, en nadien nogmaals werd gecontroleerd, moet de tijdelijke storing zijn opgetreden tussen kilometerstand 139.393 en kilometerstand 147.382. Hetgeen weergeeft dat er nog wel een onderliggend defect aan de motor van het voertuig aanwezig is, welke blijkbaar sporadisch optreedt. Omdat de storing tijdens ons onderzoek niet aanwezig was in het voertuig hebben wij de oorzaak hiervan niet kunnen vaststellen. Hierdoor hebben wij dan ook geen opgave van de herstelkosten kunnen opmaken.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument klaagt in dit geschil over een gebrek dat zich telkens is blijven voordoen en dat hem het vertrouwen in de auto heeft doen verliezen.

De auto rijdt inmiddels goed, maar het vertrouwen in de auto is blijvend verdwenen.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie stelt voorop dat nu geen van de partijen gegronde en/of ernstige bezwaren tegen de rapportage van de door haar ingeschakelde deskundige naar voren heeft gebracht zij diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.

Uit die bevindingen leidt de commissie dat geen sprake is van een storing of van een gebrek. Wel blijkt dat na de revisie van de motor een eenmalige en tijdelijke storing heeft voorgedaan. De oorzaak daarvan kon de deskundige niet aantonen, dat zal nader onderzoek vergen.

Dit brengt mee dat de commissie op dit moment geen uitspraak kan doen over de vraag of sprake is van non-conformiteit en de vraag of de ondernemer gehouden is om (kosteloos) herstel uit te voeren.

Nu geen technisch gebrek is kunnen worden vastgesteld kan niet gezegd worden dat de consument, op wie de bewijslast van de aanwezigheid van een gebrek in de zin van artikel 7:17 BW rust, zijn daarop gebaseerde stellingen in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt, zodat diens klacht dient te worden afgewezen. Dit klemt te meer nu de consument ter zitting erkende dat er na de laatste reparatie geen problemen meer zijn.
Gelet hierop is geen sprake van een geobjectiveerd gebrek dat tot ontbinding van de koopovereenkomst kan leiden, noch daargelaten dat de commissie niet gebleken is dat de consument de ondernemer in gebreke heeft gesteld om bepaalde gebreken te verhelpen en ook niet is gebleken dat de ondernemer zich niet aan zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden.

De commissie komt evenmin toe aan de verlangde vergoeding van de elders in opdracht uitgevoerde werkzaamheden, niet alleen is daarbij ook sprake van het verrichten van normale en gebruikelijke onderhoudswerkzaamheden, maar consument heeft deze werkzaamheden zonder voorafgaand overleg met de ondernemer, elders laten uitvoeren, zodat hij de kosten niet achteraf alsnog bij de ondernemer in rekening kan brengen.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en R. Vlasveld, leden, op 19 mei 2026.

Opslaan als PDF