Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig
Referentiecode:
1321557/1331842
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over aanhoudende problemen met een gebruikte Peugeot, waaronder storingen, lange reparatieduren en uiteindelijk een motorvervanging. Volgens de consument was de auto daardoor onbetrouwbaar geworden en wilde zij het aankoopbedrag terug. De ondernemer stelde dat de problemen inmiddels waren opgelost door vervanging van de motor. De commissie vond dat uit de stukken onvoldoende duidelijk werd welke gebreken precies aanwezig waren, welke reparaties waren uitgevoerd en wat de huidige technische staat van de auto is. Daarom wordt eerst een onafhankelijk deskundige ingeschakeld om de auto te onderzoeken. Pas daarna zal de commissie een definitieve uitspraak doen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 12 augustus 2024 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Peugeot, type 2008, tegen een door de consument te betalen prijs van € 11.995,-.
De overeenkomst is op 13 augustus 2024 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 16 december 2024 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In december 2024 meldde de consument aan de ondernemer dat een onderhoudslampje bleef knipperen. Dat zou bij de eerstvolgende onderhoudsbeurt worden opgelost. Achteraf bleek dat dit lampje bij de aflevering, met een onderhoudsbeurt, niet goed was gereset.
Na de eerste herstelwerkzaamheden is er een onjuiste diagnose gesteld en ook schade aan de auto toegebracht. De door de consument gemelde gebreken bleken niet opgelost. Op 30 augustus 2025 vond een gesprek plaats met de ondernemer. Daarbij uitte de consument haar zorgen over de betrouwbaarheid van de auto. Haar werd verzekerd dat de gemelde problemen geen invloed hebben op de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de auto. Van motorische problemen was geen sprake, slechts enkele onderdelen moesten worden vervangen. Dat zou mogelijk enige tijd in beslag nemen. Ook werd de consument 12 maanden extra garantie gegeven. Met deze afspraken ging de consument akkoord.
De consument leverde de auto op 7 oktober 2025 in bij de ondernemer. Op 25 november 2025 kreeg zij te horen dat de meeste problemen opgelost leken, behalve het probleem bij het accelereren. De consument kreeg na verschillende pogingen om in contact te komen met de ondernemer eindelijk te horen dat de motor defect is en moet worden vervangen. De auto had inmiddels al vier maanden in de garage van de ondernemer gestaan. De afspraak om tot herstel over te gaan was gemaakt omdat er toegezegd werd dat er geen motorisch probleem was. De betrouwbaarheid was de grootste zorg van de consument. De consument heeft de ondernemer tweemaal de gelegenheid gegeven om te herstellen. Nu blijkt dat ook sprake is van motorisch probleem. Om die reden maakt de consument aanspraak op restitutie van het aankoopbedrag.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De problemen zijn blijven bestaan. Vanaf 25 augustus 2025 is de auto twee maanden bij de ondernemer geweest. Hierna is de auto vanaf oktober 2025 tot februari 2026 bij de ondernemer in reparatie geweest. Vanaf februari 2026 maakt de consument weer gebruik van de auto. Na februari 2026 is zij nog twee keer terug geweest bij de ondernemer. Er zou iets worden aangepast en een onderdeel zou worden vervangen. Het is een onbetrouwbare auto. De onderhoudshistorie heeft zij nooit ontvangen.
De consument verlangt een betrouwbare auto. Zij kan ermee instemmen dat de commissie een deskundige benoemt, die de auto aan een technisch onderzoek zal onderwerpen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer zal niet aanwezig zijn bij de zitting. De auto is geleverd in augustus 2024. Na de aflevering hebben zich enkele storingen voorgedaan die zich moeilijk lieten diagnosticeren omdat deze slechts intermitterend optraden. Gedurende het uitgebreide diagnosetraject kreeg de consument kosteloos vervangend vervoer aangeboden. Uiteindelijk is vastgesteld dat de problemen uit de motor kwamen, een verhoogd olieverbruik. Vervolgens is de motor vervangen en pas afgeleverd nadat deze uitvoerig was getest. Het beroep van de consument op artikel 7:22 lid 2 BW betwist de ondernemer. Het gebrek is aantoonbaar volledig hersteld. Voor zover de ondernemer bekend is thans geen sprake meer van storingen. De vestigingsmanager van het filiaal te [plaatsnaam] heeft gedurende het gehele traject contact met de consument onderhouden. Van een afspraak of toezegging dat geen sprake is van een motorische storing is de ondernemer niets bekend.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument klaagt in dit geschil over het gebrek aan communicatie met de ondernemer, de toezegging dat geen sprake zou zijn van een motorisch gebrek en de lange duur van de reparaties, waarbij uiteindelijk de motor is vervangen. Nadien bleven er gebreken optreden.
De ondernemer voert verweer.
De commissie stelt vast dat zij uit de overgelegde stukken niet kan opmaken welke problemen en storingen zich hebben voorgedaan en op welke wijze deze zijn opgelost, behoudens dat de motor uiteindelijk is vervangen.
Om die reden is de commissie niet in staat om in deze zaak een uitspraak te doen die rechtdoet aan de gerechtvaardigde belangen van partijen.
De commissie zal dan een ook een deskundige benoemen en die opdracht geven een technisch onderzoek naar de auto te doen.
Het staat de deskundige vrij om het onderzoek uit te voeren op de wijze die hij wenst. Wel dient de deskundige zo mogelijk de klachten en de uitgevoerde reparties in kaart te brengen en dient hij de huidige (technische) staat van de auto te beoordelen en zo nodig een reparatieadvies te geven. Ook dient de deskundige aan te geven in hoeverre de reparatieduur zich verhoudt tot de aard van de geconstateerde gebreken.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie benoemt een deskundige die in overleg met partijen een onderzoek naar de auto zal instellen en daarover rapport dient uit te brengen.
Het rapport wordt tevens aan partijen gestuurd, die drie weken de gelegenheid krijgen om daarop schriftelijk te reageren. Vervolgens zal de commissie de zaak op de stukken afdoen tenzij een van de partijen uitdrukkelijk om een nadere mondelinge behandeling verzoekt.
De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en R. Vlasveld, leden, op 19 mei 2026.