Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321101/1328933
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat de jaarafrekening van haar energiecontract niet duidelijk was en niet overeenkwam met de gemaakte afspraken. De commissie oordeelde dat een vast energiecontract alleen betekent dat het leveringstarief vaststaat. Belastingen en netbeheerkosten kunnen tijdens de looptijd wijzigen en worden altijd doorberekend. Daarnaast had de consument zelf het geadviseerde maandelijkse voorschotbedrag verlaagd, waardoor een nabetaling te verwachten was. Ook bleek een eerder tegoed al in mindering te zijn gebracht op de eindafrekening. Daarom is de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Tussen partijen gold een leveringsovereenkomst energie van 21 september 2024 tot 1 oktober 2025. De eerste 12 maanden op basis van een vast contract. Consument klaagt over de jaarafrekening en wil deze niet voldoen omdat deze niet duidelijk zou zijn en niet in overeenstemming met de afspraken.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Waar consument klaagt dat de jaarafrekening niet duidelijk is acht de commissie de klacht ongegrond.
Wanneer consument zou zijn verschenen ter zitting had wellicht verduidelijkt kunnen worden dat een vast contract inhoudt dat een vast leveringstarief is afgesproken, maar dat leverancier ook energiebelasting dient door te berekenen aan consument en ook de netbeheer kosten en dat die 2 kostenposten bovendien jaarlijks kunnen worden aangepast door de belastingdienst en de netbeheerder. Ook dat dit in de overeenkomst is opgenomen.
Wanneer consument zou zijn verschenen ter zitting had wellicht verduidelijkt kunnen worden dat als gevolg van die verplichte doorberekening een vast termijn bedrag nooit contractueel kan worden overeengekomen, nog afgezien van het feitelijk wisselend verbruik.
Wanneer consument zou zijn verschenen ter zitting had wellicht verduidelijkt kunnen worden dat, nu zij zelf het geadviseerde termijnbedrag had verlaagd, een naheffing in de jaarafrekening te verwachten viel.
Wanneer consument zou zijn verschenen ter zitting had wellicht verduidelijkt kunnen worden dat de eindafrekening inhoudende een teruggaaf van € 119,60,- in mindering is gebracht op de jaarafrekeningen zodat zij per saldo nog een bedrag diende te betalen van € 371,94 zijnde € 491,54 minus € 119,60.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
• bepaalt dat het depot wordt doorgestort naar leverancier/aanbieder;
• bepaalt dat consument aan leverancier het openstaand saldo dient te betalen dat resteert na verrekening van het depot, en dat betaling dient te geschieden binnen een maand na eerste verzoek van leverancier/aanbieder daartoe;
• wijst al het anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, de heer H.W. Zuur, leden, op 30 april 2026.