Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit / Bewijs
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig
Referentiecode:
1315953/1324385
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelt dat kort na aankoop van een gebruikte auto een probleem met de distributieketting aan het licht kwam. Volgens een merkdealer stond de distributieketting buiten de tolerantie, terwijl de ondernemer en de door de commissie ingeschakelde deskundige geen storing of gebrek konden vaststellen. Omdat de beschikbare onderzoeken tot verschillende conclusies komen en onvoldoende duidelijk is hoe deze verschillen zijn ontstaan, acht de commissie nader technisch onderzoek noodzakelijk. De deskundige moet onder meer overleg voeren met de merkdealer en onderzoeken hoe beide diagnosesystemen tot afwijkende resultaten zijn gekomen. De commissie heeft daarom nog geen definitief oordeel gegeven en houdt de zaak aan.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 29 april 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk [automodel], tegen een door de consument te betalen prijs van € 14.945,-.
De overeenkomst is op 1 mei 2025 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 28 juli 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Enige tijd na de aflevering van de auto, met 6 maanden garantie, trad een bijgeluid bij de start met koude motor op. De consument meldde dit bij de ondernemer, die de auto onderzocht, maar tot de conclusie kwam dat er niets aan de hand was. De consument vertrouwde het niet en liet een second opinion uitvoeren bij een [automerk]-dealer. Uit het daarvan opgemaakte rapport bleek dat de distributieketting buiten de tolerantie was. Dit meldde de consument aan de ondernemer, die daarvan niet wilde weten.
De consument verlangt dat de ondernemer de kosten van de noodzakelijke reparatie vergoedt alsook de kosten van de consument voor het uitlezen van de auto en de kosten van de [automerk]-dealer.
Naar aanleiding van het in opdracht van de commissie uitgebrachte deskundigenrapport merkt de consument onder meer het volgende op.
De [automerk]-dealer heeft vastgesteld dat de distributieketting moet worden vervangen. Deze diagnose is gebaseerd op metingen met merk specifieke apparatuur. (ODIS). Deze apparatuur was niet beschikbaar voor de door de ondernemer ingeschakelde deskundige. De deskundige zag geen aanleiding voor vervanging van de ketting, maar nam geen contact op met de betreffende [automerk]-dealer. Een dergelijk overleg had inzicht kunnen geven in de exacte meetwaarden en de toegepaste diagnosecriteria. Te meer, nu ook zonder een foutcode te genereren, met ODIS kan worden vastgesteld dat de ketting buiten de tolerantie is. Andere uitleesapparatuur reageert uitsluitend op foutcodes. Het onderzoek van de deskundige is zonder dit overleg onvolledig.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De consument wil alsnog dat een contra-expertise wordt uitgevoerd en kan worden ingebracht in deze procedure. Het is vreemd dat de commissie een dergelijk verzoek heeft afgewezen. De consument heeft nooit een door de ondernemer gemaakte afspraak bij een [automerk]-dealer afgezegd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft een diagnose uitgevoerd. Er waren geen storingen aanwezig of opgeslagen. Ook is de timing van de ketting met testapparatuur getimed en deze stond op tijd. Zie de diagnose en de video opname. Omdat de consument het niet eens was met deze diagnose nam de ondernemer contact op met een [automerk]-dealer en een afspraak ingepland voor een second opinion bij deze dealer. De consument wilde daarvan niet weten en verscheen niet op de afspraak bij de dealer.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Bij de diagnose zijn geen storingen aangetroffen.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
Ten tijde van ons bezoek vernam de deskundige van de consument dat men het voertuig vanaf oktober 2025 heeft stilgezet vanwege een olielekkage (vanwege de lange stilstand waren de achterbanden zo goed als leeggelopen). Tevens had de consument de beplating aan de onderzijde van de motorruimte reeds zelf
gedemonteerd en ook meegenomen. De deskundige inspecteerde deze beplating en leerde hieruit dat deze geen beschadigingen van buitenaf vertoont en troffen wij een productiedatum van 2012 aan. Aan de
rechterzijde was de beplating bevuild met oliesporen.
De deskundige inspecteerde de motorruimte visueel en stelde hierbij vast dat het motoroliepeil onder het
minimum bevindt. Om technisch onderzoek mogelijk te maken heeft de deskundige de banden laten oppompen en het voertuig voorzien van een accubooster, daar de accu leeg was. Vervolgens heeft de deskundige het voertuig op een hefinrichting geduwd om eerst de ernst van de olielekkage in kaart te brengen.
Tevens heeft de deskundige de voertuigelektronica uitgelezen. Dit type motor is uitgerust met een krukas- en nokkenassensor. Zodra de distributietiming ook maar iets afwijkt wordt er een storing hiervan opgeslagen en gaat het motorstoringslampje branden. In de motorelektronica staan geen relevante
storingsmeldingen vermeld. De consument geeft ook aan dat het storingslampje nooit heeft gebrand.
De motorolielekkage lijkt afkomstig te zijn van het motorcarter. Bij nadere inspectie blijkt dat het carter
te zijn gerepareerd met vloeibaar materiaal, ter hoogte van deze reparatie lekt de olie uit het carter. De
onderzijde van het voertuig is deels besmeurd met olie, wat duidt dat er met de olielekkage gereden is.
De consument verklaart dat men met het voertuig in oktober 2025 vanaf de ondernemer enkel naar huis
is gereden, waarna de olielekkage geconstateerd werd en het voertuig niet meer werd gebruikt.
De ondernemer meldt dat men eerder geen olielekkage heeft waargenomen, ook niet tijdens de laatste oliewissel (26-08-2025 bij 125.997 km). Op het apk-afmeldformulier staan ook geen opmerkingen of adviezen met betrekking tot een olielekkage. De apk-keuring is in maart 2025 bij een onbekend bedrijf uitgevoerd geweest. Hoe, wanneer en waardoor het carter beschadigd heeft kunnen raken heeft de deskundige niet kunnen vaststellen. Wie het carter gerepareerd heeft de deskundige ook niet kunnen vaststellen.
Vervolgens heeft de deskundige de motorolie op peil gebracht (1 liter motorolie bijgevuld) zodat de motor kon worden gestart. Tijdens het aanslaan van de motor nam de deskundige kortstondig bijgeluiden uit de motor waar. Dit is ook te verklaren daar het voertuig al geruime tijd stilstaat en met een te laag oliepeil, hierdoor bevindt er geen motorolie meer in bijvoorbeeld de distributiekettingspanner, die bij dit type motor op motoroliedruk functioneert. Zodoende heeft de deskundige na enige tijd wachten wederom de motor gestart (motor nog steeds koud), dit keer heeft de deskundige geen bijgeluiden uit de motor waargenomen. Ook tijdens het verhogen van het toerental heeft de deskundige geen extra bijgeluiden kunnen vaststellen. Tevens brandden er geen motorstoringslampje tijdens het draaien van de motor.
Op dit moment (in de huidige situatie, waarbij de motor niet werd gedemonteerd) ziet de deskundige geen aanleiding dat de distributieketting vervangen dient te worden. De distributieketting kent geen vervangingsinterval.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument klaagt in dit geschil over de staat van de distributieketting van de door hem bij de ondernemer gekochte auto. De consument hoorde bij het starten een bijgeluid en was niet overtuigd door de diagnose van de ondernemer. Uit de in opdracht van de consument bij een [automerk]-dealer uitgevoerde diagnose bleek wel dat de distributieketting niet op tijd stond.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie stelt vast dat zij uit de overgelegde stukken niet kan opmaken of de klacht van de consument al dan niet gegrond is. Haar deskundige geeft aan geen storing te hebben kunnen constateren, terwijl uit de stukken van de [automerk]-dealer het tegendeel lijkt te volgen.
Ook blijkt uit de stukken dat de consument heeft verzocht om de inbreng van een second opinion hetgeen om voor de commissie om onduidelijke redenen is geweigerd.
Evenmin is de commissie gebleken dat haar deskundige in contact is getreden met de betreffende [automerk]-dealer naar aanleiding van diens diagnose.
Bij deze stand van zaken is de commissie nog niet in staat een uitspraak te doen die rechtdoet aan de gerechtvaardigde belangen van partijen.
De commissie zal dan haar deskundige verzoeken een nader onderzoek uit te voeren naar de distributieketting bij voorkeur bij de betreffende [automerk]-dealer. Hierbij dient ook aan de orde te komen in hoeverre het mogelijk is dat bij gebreke van storingen toch kan worden vastgesteld dat de distributieketting van tijd is en daarmee gebrekkig is en welk mogelijk verschil in diagnosesysteem er bestaat tussen het door de deskundige en de ondernemer gehanteerde systeem en het systeem van de [automerk]-dealer en hoe het mogelijk is dat beide systemen tot een andere uitkomst leiden.
Het staat de deskundige vrij om het onderzoek uit te voeren op de wijze die hij wenst. Wel dient de deskundige daarbij in contact te treden met de betreffende [automerk]-dealer zoals hiervoor is overwogen.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De deskundige, de heer P.J. Brugman, voert een nader technisch onderzoek uit en brengt daarvan rapport uit.
Het rapport wordt tevens aan partijen gestuurd, die 3 weken de gelegenheid hebben om daarop schriftelijk te reageren. Vervolgens zal de commissie de zaak op de stukken afdoen tenzij een van de partijen uitdrukkelijk om een nadere mondelinge behandeling verzoekt.
De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en R. Vlasveld, leden, op 22 mei 2026.