Commissie gelast nieuw onderzoek naar oorzaak motorschade Volvo

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Reparatie    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig   Referentiecode: 1069576/1197253

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelt dat ernstige motorschade is ontstaan doordat de ondernemer bij een eerdere reparatie een multiriem onjuist heeft gemonteerd of afgesteld. De ondernemer en de eerste deskundige van de commissie menen juist dat de schade is veroorzaakt door een defect aan een steunconstructie van de riemaandrijving. Omdat de consument met een contra-expertise van DEKRA gemotiveerd heeft betwist dat deze steun de oorzaak is en de commissie twijfels heeft over enkele aannames in het eerste deskundigenrapport, is nog niet duidelijk wat de werkelijke oorzaak van de schade is. Daarom laat de commissie een nieuw deskundigenonderzoek uitvoeren en wordt een definitieve beslissing uitgesteld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een defecte aandrijfriem (multisnaar) van een Volvo V60.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 16 oktober 2024 bij kilometerstand 210.833 is bij de ondernemer de ISG, de multisnaar en de spanrolinrichting van de Volvo V60 van de consument vernieuwd. Op 9 januari 2025 bij kilometerstand 218.802 is de multisnaar er afgelopen. Delen van de snaar zijn in de distributie geraakt waardoor de motor schade heeft opgelopen. De consument is van mening dat de ondernemer een ondeugdelijke reparatie heeft uitgevoerd. De deskundige van de consument bevestigt dit standpunt.

De conclusie van de deskundige van de commissie dat de motorschade zou zijn veroorzaakt door
een eigen gebrek in de vaste steun van de geleiderol, wordt niet gedragen door de beschikbare technische gegevens, voertuigdata, onderhoudshistorie en fysieke sporen. De deskundige van de commissie gaat er ten onrechte van uit dat het gebrek is veroorzaakt door de console en dat deze console in het verleden zou zijn vervangen. Deze deskundige geeft ook geen verklaring geeft voor de slipdata.

Het contra expertiserapport van DEKRA daarentegen geeft een data onderbouwd en technisch consistent beeld waarbij de schade rechtstreeks voortvloeit uit een onjuiste spanning/afstelling van de Multi riem bij de ISG-vervanging van 16 oktober 2024. DEKRA heeft o.a. vastgesteld dat de riem progressief gesleten is vanaf de ingreep, riemslip aantoonbaar is toegenomen in de 7.969 km na de reparatie en er geen technische aanwijzing bestaat voor een gebrek in de vaste steun.

De consument is van oordeel dat de ondernemer aansprakelijk is voor de schade en wenst kosteloze reparatie van de motorschade. Mocht het noodzakelijk zijn, dan verzoekt de consument om een nieuwe deskundige in te schakelen, die onderzoek doet op basis van alle relevante beschikbare informatie.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is van mening dat er geen causaal verband bestaat tussen de uitgevoerde reparatie d.d. 16 oktober 2024. De deskundige van de ondernemer bevestigt dit standpunt. Deze deskundige is van mening dat het ontsporen van de multiriem van ISG is veroorzaakt doordat de vaste steun, de console (steun) met looprol afwijkingen vertoont, waardoor de riem niet in lijn liep. Daarnaast is hij van mening dat het onmogelijk is dat het voertuig na het vervangen van de IGR en de riem, indien de zaak niet goed gemonteerd is circa 8.000 kilometer goed kan functioneren. Indien de riem niet goed uitgelijnd was, waren de problemen kort na de reparatie ontstaan.

Deskundige

Voor de bevindingen van de deskundige heer J. Dijkstra verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt zijn oordeel op het volgende neer.

De console (steun) is niet door de ondernemer gedemonteerd. Het staat niet vast dat het console sinds aflevering zonder problemen is geweest, immers de aangetroffen console is van 2018 terwijl het bouwjaar van de auto 2015 is. Het is mogelijk dat het console eens is vervangen, ook is het mogelijk dat er eens een andere motor is gemonteerd. Er komen zeer hoge krachten vrij op de riem.

De deskundige is van mening indien er sprake zou zijn van slip door onvoldoende riemspanning, de riem het geen 8.000 kilometer had volgehouden. Door slip ontstaat er wrijving en warmteontwikkeling. Aan de riem is niet zichtbaar dat deze door warmteontwikkeling defect is geraakt. Indien de riem destijds niet goed uitgelijnd zou zijn zou de riem er binnen zeer korte tijd afgelopen zijn. Vanwege het feit dat er roestvorming zichtbaar is op de achterzijde van de console (steun) en een deel van de shim verdwenen is, is de deskundige van mening dat hierdoor de uitlijning is verstoord waardoor de multiriem er is afgelopen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie is niet overtuigd van de aanname van de deskundige van de commissie dat de aangetroffen console uit 2018 is. De consument heeft ter zitting een foto getoond waaruit zou kunnen volgen dat de console uit 2013 stamt en dus origineel is. Er zijn verder ook geen aanwijzingen die erop duiden dat de console is vervangen. Hoewel de deskundige van de commissie het niet aannemelijk acht dat een riem met onvoldoende spanning het 8.000 kilometer zou volhouden, bieden de voorliggende stukken, waaronder de contraexpertise van DEKRA voor de commissie onvoldoende houvast om te oordelen dat de schade niet is ontstaan door een onjuiste montage door de ondernemer. De commissie wil hierover meer duidelijkheid en zal derhalve een hernieuwd onderzoek gelasten naar de oorzaak van de schade.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer D. van der Wal, leden, op 17 maart 2026.

Opslaan als PDF