Ondernemer moet reparatiekosten van defecte vaatwasser volledig vergoeden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Elektro    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1269192/1295262

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze zaak gaat over een inbouwvaatwasser die de consument in oktober 2021 voor € 999,- heeft gekocht. Na ruim 3,5 jaar ging de vaatwasser volledig kapot doordat de elektronische besturingseenheid (het “brein” van het apparaat) defect raakte. De consument liet de vaatwasser repareren via de fabrikant en betaalde daarvoor € 349,-. Volgens de consument mocht een vaatwasser uit deze prijsklasse niet zo snel een dergelijk defect krijgen en daarom vroeg hij de ondernemer om een vergoeding. De ondernemer weigerde dit, omdat volgens de fabrikant sprake zou zijn van een externe oorzaak en niet was bewezen dat het apparaat bij levering gebrekkig was. De Geschillencommissie oordeelt echter dat onvoldoende is aangetoond dat het defect door de consument is veroorzaakt. Omdat zo’n belangrijk onderdeel niet al na enkele jaren defect hoort te raken, mocht de consument verwachten dat de vaatwasser langer zonder deze problemen zou functioneren. Daarom concludeert de commissie dat de vaatwasser niet aan de overeenkomst voldeed (non-conform was). De klacht van de consument is gegrond. De ondernemer moet de volledige reparatiekosten van € 349,- vergoeden en daarnaast ook het door de consument betaalde klachtengeld van € 62,50 terugbetalen. Ook moet de ondernemer de behandelingskosten van de commissie betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Dit geschil vloeit voort uit de op 7 oktober 2021 gesloten overeenkomst, waarbij de ondernemer een inbouw vaatwasser aan de consument heeft verkocht tegen een betaalde koopprijs van € 999,-.
In overleg met de ondernemer heeft de fabrikant de vaatwasser gerepareerd tegen door de consument aan de fabrikant betaalde reparatiekosten van € 349,-.

Deze zaak spitst zich toe op de (non)conformiteit van de door de ondernemer aan de consument verkochte vaatwasser.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dat op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.

Zoals in juni 2025 bij de ondernemer is gemeld, stopte de vaatwasser recent volledig met functioneren. Reparatie bleek noodzakelijk en die is op aangeven van de ondernemer door de fabrikant uitgevoerd en door ons aan de fabrikant betaald. De powerunit moest vervangen worden. Wij vinden dat bij een vaatwasser uit deze prijsklasse een dergelijk defect niet al zo snel mag optreden. De kosten van de reparatie waren € 349,-. De ondernemer wil geen enkele coulance betrachten en verschuilt zich achter het beleid van de fabrikant.

De consument eist dat de ondernemer uit coulance de helft van de betaalde reparatiekosten moet vergoeden, plus het aan de commissie betaalde klachtengeld.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dit op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.

Omdat de ondernemer niet geautoriseerd is om te mogen repareren, waardoor er een reparatieaanvraag is gedaan bij het geautoriseerde servicecentrum van de fabrikant. Na grondig onderzoek bleek dat de ELFU defect was. De ELFU is het elektronische brein van de vaatwasser: het stuurt programma’s aan, regelt waterinlaat, temperatuur, pompen, enz., een defect hieraan kan de werking van het hele apparaat beïnvloeden. Na vervanging van de ELFU bleek de vaatwasser weer in orde te zijn. De consument heeft de kosten van de reparatie betaald aan de fabrikant, die deze reparatie niet als garantiereparatie beschouwde en zag als het gevolg van een externe oorzaak.
De consument heeft niet aangetoond dat de vaatwasser ondeugdelijk was op het moment van levering en aannemelijk is dat de zo’n vier jaar na levering opgetreden defecten zijn veroorzaakt door onjuist gebruik, geen of verkeerd onderhoud en/of externe factoren. De economische levensduur van een product is een richtlijn, maar is niet van toepassing als het gaat om gebruikersfouten of externe factoren. De ondernemer ziet geen gegronde reden om de reparatiekosten van € 349,- te vergoeden.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt als volgt.

Deze zaak beperkt zich tot de rechtsverhouding tussen partijen en de fabrikant staat daarbuiten. De rechtsverhouding en afspraken tussen de ondernemer en de fabrikant (ver)binden de consument in beginsel niet.

De ondernemer heeft voor de reparatie de fabrikant als hulppersoon mogen aanwijzen, maar blijft tegenover de consument aansprakelijk voor de deugdelijke nakoming van de reparatieovereenkomst.

Dit geschil vloeit evenwel niet voort uit de reparatieovereenkomst, maar uit de op 7 oktober 2021 gesloten koopovereenkomst waarbij de ondernemer de vaatwasser aan de consument heeft verkocht. De consument eist immers wel een vergoeding van betaalde reparatiekosten, maar legt daaraan ten grondslag dat de ondernemer in strijd met de verkopersverplichting dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, de non-conforme of gebrekkige vaatwasser heeft afgeleverd.

De ondernemer betwist een gebrekkige vaatwasser te hebben afgeleverd, maar voldoende aannemelijk is dat de door de consument ontvangen vaatwasser niet de eigenschappen bezit die de consument op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De consument mocht verwachten dat de vaatwasser de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Het elektronische brein van de vaatwasser is voor een gemiddelde consument niet makkelijk benaderbaar of beïnvloedbaar, terwijl dat elektronische brein hier na ruim 3,5 jaren toch al defect is en vervangen moest worden. De ondernemer speculeert wel over mogelijke externe oorzaken, maar niet blijkt van enige rapportage of enig stuk waarin een concrete afwijking of beschadiging is vastgesteld die aan de consument toerekenbaar is. Blijkens ter zitting namens de ondernemer afgelegde verklaring heeft de fabrikant in het kader van de reparatie ook anderszins geen melding gemaakt van een concreet vastgestelde schadeoorzaak die aan de consument toe te rekenen valt. Alles tezamen maakt voldoende aannemelijk dat de vaatwasser bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord.

De consument verlangt ‘slechts’ een gedeeltelijke coulancevergoeding, maar heeft op grond van het voorgaande recht op vergoeding van de volledige schade, dus van de aan de fabrikant betaalde reparatiekosten. De commissie oordeelt een vergoeding van de reparatiekosten ter beëindiging van het geschil ook redelijk en billijk en zal daarom bepalen dat de ondernemer het betaalde reparatiebedrag moet vergoeden. Nu wat verder nog is aangevoerd niet anders doet beslissen, concludeert de commissie dat de klacht van de consument gegrond is. Bij gebreke van bijzondere omstandigheden om anders te bepalen dient de ondernemer overeenkomstig het Reglement het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en aan de commissie behandelingskosten te betalen.

De commissie beslist nu als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument € 349,- moet vergoeden, te betalen binnen een maand na de verzenddatum van dit advies. Als de ondernemer dat niet binnen die maand betaalt, dan moet de ondernemer ook de wettelijke rente daarover betalen vanaf een maand na de verzenddatum van dit bindend advies tot de dag van volledige betaling.

De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument ook € 62,50 voor betaald klachtengeld moet vergoeden.

De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is.

De commissie wijst het meer of anders door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit de heer mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, de heer J.T.A.M. van Schooten en de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 7 november 2025.

Opslaan als PDF