Commissie: Elektro
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1324603/1330026
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een Beko-wasmachine die de consument in oktober 2022 heeft gekocht voor € 413,10. Na ongeveer drie jaar kreeg de machine een ernstig defect aan de motorsturing, waardoor deze niet meer normaal gebruikt kon worden. De ondernemer liet de wasmachine repareren, maar bracht daarvoor € 219,- aan kosten in rekening. De consument vond dit onterecht, omdat een wasmachine volgens hem minstens vijf jaar mee moet gaan. De ondernemer stelde dat de consument moest bewijzen dat sprake was van non-conformiteit en voerde aan dat het defect mogelijk te maken had met slijtage van onderdelen. De door de commissie ingeschakelde deskundige was het daar niet mee eens. Volgens hem behoort de defecte printplaat net zo lang mee te gaan als de wasmachine zelf en was er geen bewijs dat het defect door verkeerd gebruik of slijtage was ontstaan. De commissie volgde het oordeel van de deskundige en stelde vast dat de wasmachine al na 36 maanden een ernstig gebrek vertoonde, terwijl de verwachte levensduur ongeveer vijf jaar is. Daarom voldoet de wasmachine niet aan wat de consument redelijkerwijs mocht verwachten en is sprake van non-conformiteit. De ondernemer had de reparatie daarom kosteloos moeten uitvoeren. De klacht is gegrond verklaard. De ondernemer moet de reparatiekosten van € 219,- aan de consument terugbetalen en daarnaast € 62,50 vergoeden voor het klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft non-conformiteit van een wasmachine.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 11 oktober 2022 heeft de consument bij de ondernemer in de winkel een Beko wasmachine gekocht voor een bedrag van € 413,10 (met korting). De originele prijs is € 459,-. De wasmachine is al na drie jaar defect geraakt. De levensduurverwachting van de wasmachine is minimaal vijf jaar. Het is daarom niet acceptabel dat het apparaat al na drie jaar kapot is. De consument heeft op 5 november 2025 het defect bij de ondernemer gemeld. De ondernemer heeft het defect verholpen, maar de kosten daarvan bij de consument bij factuur van 18 december 2025 ad € 219,- in rekening gebracht. De consument heeft ten onrechte de kosten van de reparatie moeten betalen.
De consument verlangt of een vergoeding voor de reparatie, of vervanging van de wasmachine door een nieuw exemplaar.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 18 december 2025 heeft de monteur van Beko bij de consument de wasmachine technisch onderzocht en geconstateerd dat de motorunit kapot was en de motor vervangen.
Het gebrek aan de wasmachine openbaarde zich zo’n drie jaar na de levering. Gelet op de wet rust de bewijslast daarom bij de consument. De consument heeft geen enkel bewijs geleverd dat in geval van de door hem gekochte wasmachine sprake is van non-conformiteit. Voldoende aannemelijk is dat het hier niet gaat om een ondeugdelijk product.
De fabrikant heeft aangegeven dat het gemelde defect (foutcode E13) wijst op een communicatieprobleem tussen de motor en de hoofdprintplaat. Dit zijn onderdelen die onder de categorie slijtagegevoelige componenten vallen, zoals ook beschreven in de garantievoorwaarden. Deze onderdelen kunnen eerder slijten dan de totale levensduur van het product, afhankelijk van gebruiksintensiteit en omstandigheden. Dit is vergelijkbaar met auto-onderdelen zoals banden of ruitenwissers: ze moeten soms eerder vervangen worden, terwijl het voertuig zelf nog jaren meegaat. Slijtage van deze onderdelen bij normaal gebruik is dus geen fabricagefout en valt daarom niet standaard onder kosteloze reparatie.
Mede gelet op de te verwachten gebruiksduur van het product had dit product nog geen gebrek mogen vertonen. Dit heeft zich geopenbaard binnen de verwachte gebruiksduurperiode. Echter, is dat niet de garantietermijn die de fabrikant hanteert richting consument, ondanks dat de aanvraag door de ondernemer als retailer is ingediend, zodat de fabrikant de reparatiekosten ad € 219,- bij de consument in rekening heeft gebracht.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige H. Hoogendoorn heeft blijkens zijn rapport van 9 maart 2026, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.
“Geef uw vaktechnisch oordeel over de klacht(en):
(…) Op 9 maart 2026 heeft deskundige telefonisch contact gehad met [consument].
Aan de hand van dit gesprek heeft deskundige besloten dat een huisbezoek geen zin heeft omdat
de wasmachine weer gerepareerd is.
Na beoordeling van de in het dossier staande documenten valt het deskundige op dat er in een
bijlage van Beko gesproken wordt over slijtage van een print en dit vergeleken wordt met de slijtage van
banden en een ruitenwisser van een auto. Daar is deskundige het totaal niet mee eens. Banden rollen
over een ruw wegdek en ruitenwissers slijten omdat deze bewegen en schuren over de ruiten. Een print
in dit geval de powermodule of motorstuurprint zit stil ingepakt in een behuizing en daar zit totaal geen
beweging in. Deskundige vindt dat een printplaat net zolang mee behoort te gaan als de levensduur van
de wasmachine.
(…)
Aanbieder geeft ook een paar mogelijke oorzaken op zoals water of vochtschade op de print. Dit had de
technicus dan duidelijk met de klant moeten communiceren omdat waterschade zichtbaar is.
Ook bij de andere genoemde mogelijke oorzaken zou de technicus dit duidelijk moeten bewijzen,
documenteren en communiceren met de klant. De print is al afgevoerd en daarom kan deskundige
deze niet meer beoordelen.
De omvang van de klacht(en): – waren ernstig
Is herstel of reparatie technisch mogelijk? Ja
Welke technische oplossing(en) is (zijn) er mogelijk?
De powermodule/motorstuurprint was defect en is vervangen.
Wat zullen de herstelkosten hiervan zijn (inclusief btw)?
De wasmachine is al gerepareerd en de kosten waren € 219,-.”
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer beroept zich allereerst op de bewijsregeling van art. 7:18 lid 2 BW, inhoudende dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
De commissie heeft in eerdere uitspraken reeds overwogen dat deze bepaling betrekking heeft op de vraag of de zaak op het moment van aflevering aan de overeenkomst beantwoordt en de consument-koper tegemoetkomt. In beginsel zou de consument-koper conform de artikelen 7:10 en 11 BW moeten bewijzen dat de zaak afwijkt van hetgeen is overeengekomen, maar deze bepaling houdt een bewijsvermoeden in ten gunste van de consument.
Dit laat echter onverlet dat de non-conformiteit ook naderhand kan blijken en dat voor het apparaat dat de consument gekocht heeft, tegen de door de consument betaalde prijs, conform de betreffende tabel van (voorheen) Uneto-VNI uitgegaan mag worden van een gemiddelde gebruiksduurverwachting van vijf jaar oftewel 60 maanden. Voor de bepaling van de gemiddelde gebruiksduurverwachting van een artikel als hier aan de orde knoopt de commissie bij deze oorspronkelijk ontwikkelde richtlijnen aan. Vast staat dat het gebrek na zo’n 36 maanden is opgetreden waardoor de consument het apparaat niet meer normaal kon gebruiken.
Betreffende het door de consument gestelde defect aan de wasmachine heeft de commissie zich laten informeren door een deskundige die op 9 maart 2026 heeft gerapporteerd. Dat sprake is van een ernstig gebrek aan de wasmachine staat vermeld in voormeld deskundigenrapport, alsook dat de wasmachine niet overmatig gebruikt wordt en dat de (inmiddels vervangen) powermodule/motorstuurprint net zolang mee behoort te gaan als de levensduur van de wasmachine.
De ondernemer heeft dit rapport inhoudelijk betwist en zich vastgehouden aan de rapportage van de fabrikant. Hoewel de commissie gelet op de positie van de ondernemer als retailer daarvoor begrip heeft, wordt in die rapportage niet aangetroffen dat onderzoek is gedaan naar de vraag of hier sprake was van normaal gebruik van de wasmachine. Daaruit blijkt niet dat de bevindingen concreet gericht zijn op dit specifieke onderdeel van deze consument. Het betreffen meer algemene beschouwingen en conclusies over diverse apparaten die ieder voor zich en/of gezamenlijk tot het defect kunnen hebben geleid. Zo worden diverse mogelijke oorzaken genoemd zoals water of vochtschade op de print, zonder voldoende concreet en duidelijk te maken of dit hier aan de orde is. Door de ondernemer is ook niet aangevoerd dat dit gebrek het gevolg is van onoordeelkundig gebruik van de wasmachine door de consument. Daar staat tegenover dat in het deskundigenrapport wel een dergelijke concrete toets is aangelegd. De commissie verenigt zich daarom met de inhoud van het uitgebrachte deskundigenrapport en maakt die tot de hare.
Dit betekent dat sprake is van een gebrek aan de wasmachine dat is opgetreden voor de behaalde levensduurverwachting. Daarmee staat vast dat de wasmachine niet beantwoordt aan de overeenkomst en de wasmachine non-conform is (art. 7:18 BW).
Als sprake is van non-conformiteit kan van de ondernemer verlangd worden dat het apparaat kosteloos wordt hersteld of vervangen (art. 7:21, leden 1b en c en 2 BW). Blijkens voormeld deskundigenrapport is hier herstel of reparatie mogelijk door vervanging van de motor. De wasmachine is ook daadwerkelijk conform gerepareerd. Dit betekent dat de ondernemer de reparatie kosteloos had moeten uitvoeren. De ondernemer heeft onterecht kosten voor herstel in rekening gebracht. De ondernemer dient daarom de in rekening gebrachte kosten ad € 219,- aan de consument terug te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Bepaalt dat de ondernemer de consument een bedrag van € 219,- dient te vergoeden. Betaling van dit bedrag dient plaats te vinden binnen één maand na verzending van dit Bindend Advies.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 62,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer J.T.A.M. van Schooten, de heer mr. E. Köhlinger, leden, op 24 april 2026.