Commissie: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: ontvankelijk
Referentiecode:
1326708/1332542
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een vastgoedprofessional die in beroep ging tegen een boete van € 15.000,- die door de brancheorganisatie was opgelegd. De brancheorganisatie vond dat het beroep niet mocht worden behandeld omdat niet de juiste procedure zou zijn gevolgd. De commissie was het daar niet mee eens en oordeelde dat het beroepschrift op tijd en bij de juiste instantie was ingediend. Ook stelde de commissie vast dat het hier om een beroepsprocedure ging en niet om een gewone klachtprocedure. Daarom verklaarde de commissie de eiseres ontvankelijk, waardoor het beroep inhoudelijk verder kan worden behandeld.
De volledige uitspraak
Standpunt van eiseres
Eiseres heeft zich gericht tot de commissie middels het formulier ‘Uw melding van een klacht of geschil bij ons’. In dit formulier is onder het kopje ‘Klachtomschrijving’ vermeld dat beroep wordt ingesteld tegen de boete van € 15.000,- die de (branche) heeft opgelegd bij besluit van 23 december 2025. Volgens eiseres is de boete ten onrechte opgelegd.
Standpunt van de (branche)
Voor het standpunt van de (branche) verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
De branche voert primair aan dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het geschil richt zich niet tegen het handelen van een vastgoedprofessional, maar tegen een door de Commissie Lidmaatschapszaken (CL) van de (branche) opgelegd boetebesluit. Tegen dat besluit stond een specifieke beroepsprocedure open bij de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, waarvan eiseres geen gebruik heeft gemaakt binnen de geldende beroepstermijn.
Door vervolgens een geschil in te dienen met het verzoek de boete in te trekken, probeert eiseres alsnog een verlopen beroepsmogelijkheid te benutten. De toepasselijke reglementen bieden daarvoor geen grondslag.
Daarnaast voert de (branche) aan dat het geschil ook om procedurele redenen niet-ontvankelijk is. Het geschil is gericht tegen de (branche) als brancheorganisatie, terwijl de (branche)volgens het Reglement niet kan worden aangemerkt als een beklaagde waartegen een tuchtklacht kan worden ingediend. Bovendien is de voorgeschreven klachtenprocedure niet gevolgd, omdat het geschil niet eerst aan een beklaagde is voorgelegd en niet via het Klachtenloket Vastgoedprofessionals is ingediend. Om al deze redenen verzoekt de (branche)de commissie het geschil niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordeling van de klacht
De commissie heeft het volgende overwogen.
De (branche) heeft primair aangevoerd dat eisers niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn klacht. De commissie volgt de (branche) niet in dit verweer.
Artikel 3 lid 2 van het Reglement Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals (hierna: het Reglement) bepaalt dat de commissie tevens tot taak heeft het behandelen van een beroep tegen een door de (branche) genomen besluit, zoals beschreven in de statuten van de (branche) en het Reglement Lidmaatschap & Aansluiting.
Vaststaat dat de CL van de (branche) bij besluit van 23 december 2025 aan eiseres op grond van artikel 22.1 van het Reglement Lidmaatschap & Aansluiting een boete van € 15.000,- heeft opgelegd. Uit de stukken blijkt dat eiseres op 22 januari 2026 tegen dit besluit beroep heeft ingesteld bij de commissie. Daarmee is het beroep ingesteld binnen de in het Reglement voorgeschreven termijn van één maand en bij de juiste instantie.
Anders dan de (branche) heeft betoogd, is naar het oordeel van de commissie geen sprake van een verkapt beroep. Uit het op 22 januari 2026 ingediende stuk blijkt voldoende duidelijk dat eiseres opkomt tegen het besluit van de CL en de commissie verzoekt dit besluit te toetsen. Dat in het later ingediend aanvullend document van 23 februari 2026 niet – opnieuw – uitdrukkelijk is vermeld dat sprake is van een beroepschrift, maakt dit niet anders. De commissie dient processtukken naar hun inhoud en strekking te beoordelen. Uit de inhoud van de ingediende stukken blijkt voldoende duidelijk dat eiseres beoogt beroep in te stellen tegen het opgelegde boetebesluit.
Ook het verweer dat niet is voldaan aan de klachtprocedure van artikel 4 van het Reglement treft geen doel. De onderhavige procedure betreft geen klachtprocedure als bedoeld in artikel 4 van het Reglement, maar een beroepsprocedure tegen een besluit van de (branche) als bedoeld in artikel 3 lid 2 van het Reglement. De vereisten die gelden voor het indienen van een klacht, waaronder eveneens het voorleggen van de klacht aan het Klachtenloket Vastgoedprofessionals, zijn daarom niet van toepassing.
De commissie komt dan ook tot het oordeel dat eiseres ontvankelijk is in haar beroep. Het beroep zal daarom inhoudelijk worden behandeld.
Op grond van het voorgaande is eisers ontvankelijk in het geschil.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Eisers wordt in haar beroep ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Jaarsveld, voorzitter, mevrouw A. van den Broek, de heer W.F. de Ruijter, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 24 juni 2026.