Klacht over makelaar niet inhoudelijk behandeld wegens te hoog financieel belang

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Makelaardij    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 1117029/1315555

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een consument die haar woning tijdens een verblijf in het buitenland via een makelaar liet verhuren en beheren. Volgens de consument heeft de makelaar zijn taken slecht uitgevoerd en heeft hij ten onrechte ruim € 9.800 teruggevorderd. Zij vroeg de Geschillencommissie Makelaardij onder meer om vast te stellen dat de makelaar tekort was geschoten en om vergoeding van haar schade. De commissie kwam echter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling. Omdat de totale financiële vordering van de consument duidelijk hoger was dan € 10.000, verklaarde de commissie haar niet-ontvankelijk. Op grond van het reglement mag de commissie zulke schadegeschillen niet behandelen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Dit geschil vloeit voort uit de op 21 november 2022 gesloten overeenkomst, waarbij de makelaar zich heeft verbonden tot dienstverlening bij de verhuur van de woning te [adres] tegen een door de consument te betalen courtage.

Standpunt van de consument

Het hier relevante standpunt van de consument komt in de kern op het volgende neer.

Wij zijn door de werkgever van mijn man voor twee jaren in het buitenland geplaatst. We hebben de makelaar ingeschakeld om de verhuur en beheer van onze woning tijdens deze twee jaren te doen. De makelaar is daarin ernstig tekort geschoten en eiste ineens zelfs nog een terugbetaling van ruim
€ 9.800, – aan voorgeschoten huur. Wij hebben juridisch advies ingewonnen en hebben verdere kosten willen vermijden, maar de makelaar reageerde nergens op en confronteerde ons op 28 april plots met bankbeslag. Wij moesten geld lenen om het beslag op te heffen. De makelaar is als beheerder ernstig nalatig geweest.

De consument eist dat de commissie zal:

– oordelen dat de makelaar als beheerder ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht;
– bepalen dat de makelaar geen recht heeft op terugbetaling van de voorgeschoten huur ten bedrage van € 9.800, – door ons, omdat hij hierin buiten onze instemming heeft gehandeld;
– bepalen dat de makelaar zijn vordering dient te verhalen op de huurders;
– bepalen dat de makelaar gehouden is tot vergoeding van schade en kosten die voortvloeien uit zijn nalatigheid en gebrekkige communicatie;
– en tot slot: dat het door ons gestorte bedrag van € 10.500, – op de derdengeldenrekening van onze advocaat wordt teruggestort.

Standpunt van de makelaar

De makelaar heeft nog geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om een inhoudelijk verweer te voeren. Blijkens de overgelegde stukken komt het hier relevante standpunt van de makelaar in de kern op het volgende neer.

De huurder had een betalingsachterstand en om de consument het ongemak te besparen, hebben wij die voorgeschoten. De consument wilde dat de huurder de woning zou verlaten en na het voorschieten van de vijfde onbetaalde maandhuur, hebben we een incassotraject opgestart aangezien de huurder geen beweging naar een andere woning leek te maken. Wij zijn gestopt met het voldoen van de huurgelden omdat deze de verwachte courtage bij de voorziene verkoop van de woning overschrijden. Nadat we ook de incassokosten voor de consument hadden voorgeschoten en de huurovereenkomst was ontbonden, heeft de consument – ondanks behoorlijke handreikingen vanuit ons – de verkoopopdracht niet aan ons verstrekt. Aangezien er voor ons op die wijze geen mogelijkheid tot verrekening bestond, hebben wij onze vordering per direct met de consument willen vereffenen en moest de consument het openstaande bedrag van € 9.805,58 binnen vijf dagen aan ons restitueren. Omdat de consument daar geen gehoor aan heeft gegeven, hebben wij vervolgstappen ondernomen.

Beoordeling

De commissie overweegt als volgt.

Anders dan de consument mogelijk meent, kan de commissie geen tuchtrechtelijke maatregel opleggen. De commissie heeft op grond van artikel 3 Reglement tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door de ondernemer te leveren of geleverde diensten.

Artikel 5 onder d. Reglement bepaalt dat de commissie de consument in zijn klacht ambtshalve niet ontvankelijk verklaart indien het een geschil over aansprakelijkheid voor schade betreft met een financieel belang van meer dan € 10.000, -. Nu de eis van de consument in totaliteit een financieel belang van € 10.000, – duidelijk overstijgt, concludeert de commissie dat de consument niet-ontvankelijk is in de klacht.

Nu wat verder nog is aangevoerd het karakter van een voorbeslissing overstijgt, komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. De commissie beslist nu als volgt.

Beslissing

De commissie verklaart de consument niet-ontvankelijk in de klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, mevrouw J.P.J. de Kleermaeker en de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 12 december 2025.

de heer mr. M.G.W.M. Stienissen

 

Opslaan als PDF