Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Wachttijden en toegang tot zorg
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig
Referentiecode:
1314313/1322855
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een cliënt heeft een klacht ingediend tegen een ziekenhuis omdat hij op een wachtlijst met een wachttijd van 99 dagen is geplaatst. Volgens de cliënt moest hij hierdoor medische hulp zoeken in het buitenland, waarvoor hij kosten heeft gemaakt. Hij vindt dat hij onterecht zo lang moest wachten. Het ziekenhuis stelt dat de huisarts de cliënt eerst heeft onderzocht en geen reden zag voor spoedeisende zorg. Ook het ziekenhuis vond op basis van de verwijzing van de huisarts dat er geen sprake was van een dringende zorgvraag. De Geschillencommissie Ziekenhuizen zou de klacht op 30 maart 2026 behandelen. De cliënt spreekt echter nauwelijks Nederlands en verscheen zonder tolk bij de online zitting, terwijl hij eerder had aangegeven een tolk mee te nemen. Hierdoor kon de commissie onvoldoende met hem communiceren en zijn klacht niet goed beoordelen. De commissie besluit daarom de behandeling uit te stellen. De cliënt krijgt nog één kans om zijn klacht tijdens een nieuwe zitting toe te lichten. Hij moet dan een tolk meenemen die persoonlijk aanwezig is. De commissie heeft nog niet beoordeeld of de wachttijd terecht was en neemt daarom nog geen definitieve beslissing over de klacht.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)en
Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Samenvatting
De cliënt heeft een klacht tegen de zorgaanbieder ingediend met betrekking tot de plaatsing op een wachtlijst met een wachttijd van 99 dagen. De cliënt is door deze wachttijd genoodzaakt geweest zijn zorgvraag in het buitenland te beleggen en heeft hiervoor kosten gemaakt. De zorgaanbieder heeft aangevoerd dat de cliënt eerst door de huisarts is onderzocht en beoordeeld waarbij geen sprake was van een spoedeisende of urgente zorgvraag. Deze heeft de cliënt doorverwezen naar de zorgaanbieder. Ook de polikliniek van de zorgaanbieder heeft geen urgentie vastgesteld op basis van de beschrijving van de klachten in de doorverwijzing. De commissie besluit tot aanhouding van de behandeling omdat zij de klacht nu nog niet kan beoordelen, aangezien de cliënt – in tegenstelling tot zijn e-mail van 7 februari 2026 waarin hij stelt een tolk mee te nemen naar de mondelinge behandeling – zonder tolk ter zitting van 30 maart 2026 is verschenen. Nu de cliënt nauwelijks Nederlands spreekt, dient de cliënt een tolk mee te nemen naar de eerstvolgende zitting. De commissie geeft hem daartoe nog één kans
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026 te Utrecht.
De zorgaanbieder werd ter zitting – langs digitale weg – vertegenwoordigd door [naam]. De cliënt was – langs digitale weg – eveneens aanwezig.
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft het onterecht plaatsen van de cliënt op de wachtlijst van de zorgaanbieder.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De cliënt heeft op 24 oktober 2025 middels het invullen van het vragenformulier zijn geschil bij de commissie kenbaar gemaakt. Aan de cliënt is bij e-mail van 29 januari 2026 medegedeeld dat zowel de correspondentie met de geschillencommissie als de hoorzitting in de Nederlandse taal wordt gevoerd en dat de geschillencommissie geen vertalingen verstrekt. In dezelfde e-mail is tevens vermeld dat indien de cliënt buitenlandse documenten zonder vertaling overlegt, dit voor zijn eigen rekening en risico is. De cliënt heeft bij e-mail van 7 februari 2026 aan de commissie meegedeeld dat hij de hoorzitting zal bijwonen met een tolk. Ter zitting van 30 maart 2026 is namens de zorgaanbieder de gemachtigde digitaal verschenen. De cliënt is op genoemde mondelinge behandeling echter zonder tolk – langs digitale weg – verschenen. Gelet op het ontbreken van een tolk is het voor de commissie niet mogelijk de klacht van de cliënt inhoudelijk te behandelen. De cliënt zal nog eenmaal in de gelegenheid worden gesteld om zijn klacht op een hoorzitting toe te lichten, waarbij een tolk fysiek aanwezig dient te zijn. De commissie zal derhalve beide partijen opnieuw oproepen voor een mondelinge behandeling van het geschil.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie: – stelt de cliënt in de gelegenheid een tolk – fysiek – mee te nemen naar de opvolgende mondelinge behandeling, ; – zal partijen voor deze behandeling oproepen; – houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, mevrouw mr. I. van den Hoven – van Vogelpoel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 30 maart 2026.