Makelaar mag afgesproken exit-fee van € 1.250,– in rekening brengen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Makelaardij    Categorie: Kosten    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1251306/1308941

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument was het niet eens met een factuur van € 1.512,50 die een makelaar na afloop van een verkoopopdracht in rekening bracht. Volgens de consument was afgesproken om de verkoop van de woning een jaar te proberen en betekende het niet verlengen van de overeenkomst niet dat sprake was van intrekking of beëindiging van de opdracht waarvoor extra kosten verschuldigd zouden zijn. De makelaar stelde daartegenover dat volgens de overeenkomst en de algemene voorwaarden bij beëindiging van de opdracht een zogeheten exit-fee verschuldigd is en dat deze vergoeding bedoeld is als compensatie voor de verrichte werkzaamheden. De Geschillencommissie oordeelde dat de opdracht wel degelijk was beëindigd en dat de bepalingen uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden van toepassing waren. Omdat daarin duidelijk was vastgelegd dat bij beëindiging een vergoeding verschuldigd is, had de makelaar in beginsel recht op deze exit-fee. De commissie zag geen bijzondere omstandigheden waardoor de makelaar geen beroep op deze afspraak zou mogen doen en vond het bedrag niet buitensporig gezien de werkzaamheden die met een verkoopopdracht gepaard gaan. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het in depot gestorte bedrag moest aan de makelaar worden uitbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de financiële afwikkeling van een tussen partijen tot stand gekomen opdracht tot bemiddeling bij verkoop van een woning.

De consument heeft een door de makelaar in rekening gebracht bedrag van € 1512,50 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is een opdracht tot bemiddeling tot stand gekomen met een looptijd van 12 maanden, met stilzwijgende verlenging. De makelaar wil nu ingevolge artikel 12 van die opdracht een vergoeding van €1.250,–. Dit is niet correct. Niet verlengen is geen intrekking of opschorting.

Bij de kennismaking met de makelaar hebben we afgesproken de verkoop een “jaartje te proberen”.
Het afspreken van een bepaalde looptijd heeft geen betekenis als er alsnog een vergoeding bij een tussentijdse beëindiging in rekening kan worden gebracht. De opdracht tot bemiddeling had op dit punt duidelijker moeten zijn.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Onze bemiddelingsopdracht is duidelijk m.b.t. de gemaakte afspraken. In deze is de context van het niet verlengen van de tijdelijke bemiddelingsopdracht en het niet verlengen van de betreffende opdracht gelijk. Ook de Algemene Voorwaarden zijn op dit punt duidelijk. Wordt de opdracht opgeschort of eindigt deze door intrekking, teruggaaf of anderszins zijn daaraan kosten verbonden. Conform opgave van de consument hebben wij de opdracht gestopt en is de consument de daaraan verbonden vergoeding verschuldigd. De betreffende vergoeding is voor ons van belang, omdat wij meerdere verkoopinspanningen hebben verricht. Wanneer het verkoopresultaat niet wordt behaald dan is de exit-fee een beperkte vergoeding voor de verrichte inspanningen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie volgt de consument niet in zijn stelling dat de opdracht niet zou zijn beëindigd.

Artikel 7 en 12 van de opdracht tot dienstverlening en de van toepassing zijnde Algemene voorwaarden zijn in dit geval (voor de duidelijkheid: beëindiging van de opdracht) van belang. De makelaar heeft in dat geval in beginsel recht op een exit-fee. Omstandigheden die met zich zouden brengen dat de ondernemer in redelijkheid op die contractuele afspraak geen beroep zou kunnen doen zijn niet gesteld en evenmin gebleken. De bedongen vergoeding is geenszins exorbitant, mede gelet op de werkzaamheden die (onzichtbaar als deze veel voor een opdrachtgever ook moge zijn) naar ervaringsregels met een opdracht gemoeid zijn.

Het beroep dat de consument doet op een uitspraak van deze commissie (245078) treft geen doel, nu omstandigheden in die uitspraak niet gelijk zijn aan de omstandigheden in de onderhavige casus.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van bovenstaande, dient het depot bedrag binnen 14 dagen na verzending van dit advies aan de makelaar te worden uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. D. van den Brink, voorzitter, de heer E.H. Jansen, mevrouw mr. B.J. van Gent, leden, op 10 oktober 2025.

Opslaan als PDF