Cliënt niet-ontvankelijk na te late indiening klacht over dubbel eigen risico

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 1323792/1341170

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een cliënt die een apneu-behandeling kreeg in 2022 en 2023. Volgens de cliënt had de behandeling mogelijk binnen één kalenderjaar kunnen plaatsvinden, maar hij is daar niet over geïnformeerd. Doordat de behandeling over twee jaar werd verdeeld, moest hij twee keer het verplichte eigen risico van zijn zorgverzekering betalen. Daarom vroeg hij vergoeding van één van deze betalingen. De zorgaanbieder stelde echter dat de klacht betrekking heeft op de financiering van de zorg en voerde daarnaast aan dat de cliënt zijn geschil te laat bij de Geschillencommissie had ingediend. De commissie oordeelde eerst over de ontvankelijkheid van de klacht en stelde vast dat de interne klachtenprocedure in augustus 2024 was afgerond, terwijl de cliënt zich pas in december 2025 tot de commissie had gewend. Daarmee was de termijn van twaalf maanden overschreden. Omdat de cliënt geen redenen had aangevoerd waaruit bleek dat hem hiervan geen verwijt kon worden gemaakt, verklaarde de commissie hem niet-ontvankelijk. Hierdoor is de inhoud van de klacht niet verder beoordeeld en kreeg de cliënt geen vergoeding toegekend.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Haaglanden Medisch Centrum, gevestigd te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de (extra) kosten die de cliënt heeft moeten maken omdat een behandeling in twee jaar heeft plaatsgevonden. Allereerst dient de commissie de ontvankelijkheid van de cliënt te beoordelen.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

In 2022 en 2023 heeft de cliënt een apneu-behandeling gehad. De cliënt is niet geïnformeerd over de mogelijkheid om de behandeling in één jaar te laten plaatsvinden. Omdat de behandeling over twee jaar heeft plaatsgevonden, moest de cliënt tweemaal het eigen risico betalen.

De cliënt acht één betaling van het eigen risico onterecht en wenst dit bedrag vergoed te krijgen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De klacht van de cliënt ziet op de financiering van de zorg en de daaruit voortvloeiende zorgkosten. Dat betreft geen onderwerp dat onder de bevoegdheid van de commissie valt.

Daarnaast is meer dan een jaar verstreken tussen het afsluiten van de klacht (augustus 2024) en het aanhangig maken van een klacht bij de commissie. Verwijzend naar artikel 6 van het reglement van de commissie verzoekt de zorgaanbieder de commissie om de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie dient eerst te beoordelen of de cliënt in zijn klacht kan worden ontvangen, alvorens het geschil inhoudelijk behandeld kan worden.

Het reglement van de commissie schrijft voor dat de commissie de cliënt op verzoek van de zorgaanbieder in haar klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren indien hij zijn geschil niet binnen twaalf maanden na de datum waarop hij de klacht bij de zorgaanbieder heeft ingediend, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt (artikel 6, lid 1, sub b, van het reglement). Indien de termijnoverschrijding niet aan de cliënt verweten kan worden, kan de commissie besluiten de klacht toch in behandeling te nemen (artikel 6, lid 2, van het reglement).

Niet weersproken is dat de klacht van de cliënt zoals ingediend bij de zorgaanbieder, is afgerond in augustus 2024. De cliënt heeft zich vervolgens in december 2025 tot de commissie gewend. Vanaf het moment van beëindiging van de interne klachtenprocedure bij de zorgaanbieder tot het aanhangig maken van het geschil zijn dan ook meer dan twaalf maanden verstreken.

De cliënt heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit valt af te leiden dat hem ter zake van de termijnoverschrijding redelijkerwijs geen verwijt treft.

De commissie verklaart de cliënt dan ook niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd. Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. M.L.T.B.M. Köhlen, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 26 augustus 2026.

Opslaan als PDF