Neef niet-ontvankelijk in klacht over zorgverlening aan overleden oom

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 1316470/1337913

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak betreft een klacht van een neef van een overleden cliënt over de rol van de zorgaanbieder bij het onder bewind stellen van zijn oom. De commissie oordeelt dat de klager op grond van de Wkkgz niet als nabestaande wordt aangemerkt en daarom niet bevoegd is de klacht in te dienen. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

mevrouw [naam cliënt], wonende [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Zorggroep Zaanstreek, gevestigd te Zaandam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De commissie verklaart klager niet-ontvankelijk in een klacht die hij als erfgenaam van zijn oom heeft ingediend, omdat een neef in de Wkkgz niet wordt aangemerkt als nabestaande die een klacht kan indienen.

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de cliënt in zijn klacht ontvankelijk is. Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door de heer [naam].

De behandeling heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026 te Zwolle.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Het geschil
Klager heeft mede namens de andere erfgenamen van zijn oom, de heer [naam oom], die is overleden op 10 december 2022, een klacht ingediend. Volgens de verklaring van erfrecht van 21 januari 2023, zijn, naast cliënt, twee andere neven, de heer [naam neef a] en de heer [naam neef b], en een nicht, mevrouw [naam nicht, erfgenamen van [naam oom]. Volgens klager heeft de zorgaanbieder [naam oom] Talsma gedwongen zijn goederen onder bewind te laten stellen. De bewindvoerder heeft volgens klager € 8.000 aan schade veroorzaakt in de zin van een afname van het vermogen van [naam oom] tijdens het bewind met dat bedrag. Volgens klager is de zorgaanbieder hiervoor verantwoordelijk.

De overwegingen van de commissie

De commissie beslecht geschillen op grond van de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg). In artikel 14 lid 1 Wkkgz is bepaald dat over een gedraging jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening schriftelijk een klacht kan worden ingediend door de cliënt, een nabestaande van de overleden cliënt, dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt. In artikel 1 lid 1 van de Wkkgz wordt omschreven wie als nabestaande van een cliënt worden aangemerkt. Als nabestaanden worden aangemerkt:

a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en de geregistreerde partner van de overledene;
b. andere bloed- of aanverwanten van de overledene, mits deze reeds ten tijde van het overlijden geheel of ten dele in hun levensonderhoud voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was;
c. degene die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag, voor zover aannemelijk is dat een en ander zonder het overlijden zou zijn voortgezet;
d. degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding;
e. bloedverwanten van de overledene in de eerste graad en in de tweede graad in de zijlijn.

Op grond van het voorgaande is de cliënt niet-ontvankelijk in de klacht.

Niet weersproken is dat klager geen nabestaande in de zin van a tot en met d is. De commissie concludeert echter dat klager en de andere erfgenamen die hij vertegenwoordigt ook geen bloedverwanten in de eerste graad en de tweede graad in de zijlijn zijn. Eerstelijns bloedverwanten zijn ouders of kinderen en bloedverwanten in de tweede graad in de zijlijn, zijn broers en zussen van de overledene.

Op grond van vorenstaande is de commissie van oordeel dat cliënt op grond van de Wkkgz niet-ontvankelijk is in de klacht die hij heeft ingediend als nabestaande van zijn oom.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De cliënt wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw mr. M.B. van Leusden-Donker, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C. Koppelman, secretaris, op 25 juni 2026.

 

Opslaan als PDF